De laatste bladzijde Zeventig jaar las jurist en filosoof Hein Kurstjens NRC, de krant die ook al gelezen werd in zijn ouderlijk huis in Tegelen. De ondernemerszoon werd eerst „een soort hippie” en later advocaat.
Hein Kurstjens (rechts) in 1953 bij de Waal bij Nijmegen
Misschien was hij zelfs al éérder abonnee, maar zeker is dat Hein Kurstjens in september 1956, juist begonnen als advocaat in Den Bosch, de Nieuwe Rotterdamsche Courant in de bus kreeg. Die berichtte in die dagen over zaken als de toetreding van prinses Beatrix tot het Leidse studentendom, alwaar zij zich zou toeleggen op de studie van de sociologie, omdat zij verwachtte daar in haar latere leven veel profijt van te hebben. Een en ander zou ze combineren met rechten. Een ander bericht behandelde de moeizame Suezcrisis-onderhandelingen met de Egyptische president Nasser.
Zeventig jaar en ruim 21.000 kranten verder knipte Hein Kurstjens op 12 juni 2026 een artikel uit dat rechtsboven op pagina 12 van de NRC stond: ‘Justitie vervolgt agent die jongen doodschoot niet’, over een aanhoudingspoging met fatale afloop op het terras van een McDonald’s in Capelle aan den IJssel. Het knipsel lag nog op zijn bureau toen hij twee dagen later aan een hersenbloeding overleed, 95 jaar oud. Zeven decennia lang liep het leven van Kurstjens parallel aan dat van de krant. De NRC werd bij hem thuis al gelezen. Hendrik Willem Ida Kurstjens werd op 14 januari 1931 geboren in het Limburgse Tegelen, als derde van acht kinderen in een ondernemersgezin – zijn vader was onder meer directeur van ijzergieterij De Globe, waarvan de putdeksels tot in Paramaribo in de straten liggen.
Hein bleek een zachtmoedige jongen die nooit zou vergeten hoe Tegelen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in de vuurlinie belandde en het gezin regelmatig naar de kelder werd gejaagd om te schuilen. Het maakte diepe indruk op de veertienjarige. „Toen Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel”, zegt zijn zoon Gijs, „vertelde hij dat er allemaal beelden en herinneringen bij hem terugkwamen. Hij maakte zich grote zorgen om de wereld.” Tegelen werd in maart 1945 bevrijd. Trots en onwennig staat Hein met zijn vrienden Dings en Props op een van de foto’s in het familiealbum. Op de linkerschouder van de jongen rust de hand van een zwarte Amerikaanse soldaat die hen op chocolade en chewing gum had getrakteerd.
Het gezin Kurstjens. Hein staat rechts, tussen zijn moeder en zijn oudere zus.
Voor een ondernemerszoon lag een loopbaan in het zakenleven voor de hand, maar Hein stond niet te springen. Nadat hij zijn opleiding aan het Bisschoppelijk College in Roermond tot een goed einde had gebracht, wilde hij graag sociologie studeren, maar dat was voor de familie wat al te nieuwerwets. Dan maar rechten. Hij vond een kamer in Nijmegen en werd lid van studentenvereniging Carolus Magnus, waar hij onder meer de latere minister-president Dries van Agt trof – en een reputatie als wanbetaler opliep (inclusief boete van 2,50 gulden „ingevolge artikel 162 van de Corpswet”, te betalen binnen twee weken onder dreiging van een schorsing).
Hij zat ook met zijn gedachten elders. Zijn wetenschappelijke horizon had hij al verbreed door na afronding van zijn rechtenstudie in Leuven filosofie te gaan studeren. En voor jongeren van zijn generatie strekte het bevrijde Europa zich uit als een waaier van mogelijke reizen, om nog maar te zwijgen van wat er verderop te vinden was. Op zijn jeugdherbergkaart streepte hij de verre bestemmingen aan waar hij naar verlangde: Algiers, Marokko, Tunis, Pakistan, India. Elke zomer zegde hij zijn studentenkamer op en liftte hij door Europa, tussen de bedrijven door bordenwassend in Stockholm en druivenplukkend in Frankrijk. Kort na de Hongaarse opstand bezocht hij Boedapest. „Hij was een soort hippie avant la lettre”, aldus zijn zoon Gijs.
Toen was hij al NRC-lezer; eentje die zijn kennis toepaste tot aan zijn carnavalskostuum: hij liep verkleed als Nasser over straat, geflankeerd door een vriend die de Verenigde Naties als ‘poetsvrouw’ uitbeeldde. Zijn betrokkenheid bij wereld en maatschappij liet hij ook de doorslag geven toen hij de arbeidsmarkt betrad: hij vertegenwoordigde niet de grote jongens, maar koos voor de sociale advocatuur – zoals de krant in zijn brievenbus zich ook begon te verbreden, tot méér dan de betrouwbare informatiebron voor ondernemend Rotterdam.
Halverwege de jaren zestig nam Heins jongere zus Els een collega mee naar Tegelen. Het klikte dadelijk tussen Hein en de Nijmeegse apothekersassistente Mieke. Ze trouwden in 1967 en ruim een jaar later werd Gijs geboren. Het geluk van de jonggetrouwden duurde niet lang: Mieke overleed in 1970. Hein moest bij al het verdriet een nieuw leven zien op te bouwen. „Ons huis werd een soort Villa Kakelbont”, herinnert Gijs zich nu. Iedereen mocht langskomen. De tijden waarin de kinderen „allemaal op de tafel mochten staan” eindigden toen Hein in 1974 hertrouwde met Lucy, een vrouw die niet alleen tal van souvenirs uit West en Oost meebracht – herinneringen aan een internationale jeugd – maar ook twee losvliegende papegaaien aan het huishouden toevoegde. In 1976 werd hun zoon Sjoerd geboren.
Hein Kurstjens (links) in maart 1945 met twee vrienden en een Amerikaanse soldaat na de bevrijding van Tegelen
De Nieuwe Rotterdamsche Courant was in 1970 gefuseerd met het Algemeen Handelsblad en NRC Handelsblad („voor wie bereid is na te denken”) ging ook cultureel voorop lopen. Dat paste bij Hein, die de advocatuur vaarwel zegde en een aanstelling kreeg als rechtsfilosoof aan de universiteit in Nijmegen. Daar stroomden de linkse studenten toe, tot onvrede van het katholieke universiteitsbestuur. Dat was dan ook niet blij met de dissertatie-in-aanbouw van Hein Kurstjens, over ‘De blijvende betekenis van Marx’ geschiedenisvisie in de Grundrisse’. Niet dat de ondernemerszoon nu plotseling communist was geworden: hij bleef het CDA lang trouw, belandde later bij de Partij voor de Dieren en stemde vorig jaar ‘strategisch’ op Rob Jetten – een liberaal van het slag waarmee NRC (inmiddels zonder Handelsblad) regelmatig wordt geassocieerd. De toen 95-jarige vond Frans Timmermans (64) ‘te oud’ (om premier te worden), herinnert Gijs Kurstjens zich.
Hein Kurstjens in 2025
Nadat de bazenblokkade van zijn proefschrift over Marx definitief was gebleken, keerde hij begin jaren tachtig terug naar de sociale advocatuur: daar wist hij zeker dat hij zich maatschappelijk nuttig kon maken. Op zijn 62ste ging hij met pensioen, waarna Hein en Lucy hun reislust de vrije baan gaven. Ze deden ook de Nederlandse hoofdstad aan, want deze zachtmoedige filosoof, reiziger, jurist en lezer (de complete Dostojevski in zijn kast) had één liefhebberij die doorgaans aan de blik van NRC ontsnapt: heel hard levensliederen meezingen in kroegen in de Amsterdamse Jordaan.
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie