Warning: Undefined variable $groupdata in /var/www/html/index.php on line 161

Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
Gaza-berichtgeving: gesprek over mogelijke <em>bias</em> moet blijvend worden gevoerd

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

Gaza-berichtgeving: gesprek over mogelijke bias moet blijvend worden gevoerd

Als de ombudsman post krijgt over de Gaza-oorlog, is dat zelden omdat een lezer rustig iets wil opmerken of vragen. Meestal veronderstelt de afzender dat NRC op de hand van de Palestijnen is, of juist op de hand van Israël. Het is bijna altijd kritiek op basis van één nieuwsbericht, opiniestuk of interview – en niet zelden in stevige bewoordingen. Drie jaar na 7 oktober ligt journalistiek over het gewelddadige conflict nog uiterst gevoelig.

Daarom is het interessant dat vorige week in Trouw en De Groene Amsterdammer álle berichtgeving over de Gaza-oorlog in Nederlandse landelijke geschreven media, waaronder NRC, onder de loep werd genomen – dat was voor het eerst. De auteurs onderzochten meer dan 17.000 artikelen die tussen 7 oktober 2023 en februari 2026 zijn verschenen bij zeven titels: NRC, de Volkskrant, AD, De Telegraaf, Trouw en de sites van NOS en Nu.nl.

Trouw vatte in de kop de conclusie samen: In de berichtgeving over Gaza gaven Nederlandse media Israël de meeste ruimte. Dat is nogal wat, en er kwam nog iets bij: de onderzoekers stellen dat die „asymmetrie” deels voortkomt uit de journalistieke cultuur op redacties. Alle zeven hoofdredacties, ook die van NRC, reageerden afwijzend op de conclusie dat er sprake was van een asymmetrie, schreven de onderzoekers zelf in Trouw. De journalistiek van NRC is „niet pro-Israëlisch, net zomin als die pro-Palestijns is”, staat in de reactie van de hoofdredactie. „Het is wat ons betreft evident dat NRC steengoede journalistiek heeft bedreven die impact had”, zegt hoofdredacteur Patricia Veldhuis in Trouw.

Op de redactie was het onderzoek voer voor gesprekken. Daarbij hoorde ik vooral twijfel: kreeg Israël echt meer ruimte? En wat betekent dat voor NRC? Ik verdiepte me erin en hield er een dubbel gevoel aan over. Ik denk dat redacties iets kunnen leren van deze studie, zeker over woord- en brongebruik. Maar dat het Israëlische perspectief in de NRC-verslaggeving domineerde en dat dat voortkomt uit de redactiecultuur: die conclusies vind ik op basis van dit onderzoek echt een brug te ver.

Kloof op de redacties

Het begon, vertelt onderzoeker Nel Ruigrok, met een vraag van journalist Coen Ramaer: is er een bias, een onbalans, in de verslaggeving van Nederlandse media over Gaza? Ruigrok heeft een journalistiek onderzoeksbureau en doceert een dag per week journalistiek aan de Erasmus Universiteit; ze maakte er een studentenproject van. De studenten interviewden ook 37 journalisten van de zeven titels, en deden een tekstanalyse.

Ruigrok publiceerde er op 7 oktober een rapport over en werkt aan een wetenschappelijk artikel, maar het zichtbaarste resultaat zijn de twee journalistieke stukken die Ramaer, Ruigrok en de studenten zelf schreven. Onderzoek en journalistiek lopen dus door elkaar, vind ik, en dat maakt de twee stukken lastiger te duiden dan een studie die na peer review in een wetenschappelijk tijdschrift is verschenen.

Vooral in het artikel in De Groene gaat het ook over journalistieke opvattingen, en over een „kloof” die de interviewers op de redacties zagen. Zoals onderzoeker Nel Ruigrok zegt: „Even gechargeerd: aan de ene kant de jonge generatie die vaker vrouw is of een biculturele achtergrond heeft; aan de andere kant de oude witte mannen die van oudsher enige sympathie voor Israël voelen.” De geïnterviewde journalisten die tevreden terugkeken op de verslaggeving, waren ouder en vaker man dan de ontevreden journalisten. Dat wilden de auteurs bespreekbaar maken, zegt Ruigrok.

Het stuk in De Groene (met de citaatkop ‘Ik ga de NOS verlaten’) gaat ook uitgebreid in op het vertrek van journalisten die zeiden dat ze zich vanwege de Gaza-verslaggeving niet meer thuis voelden op hun redacties, ook bij NRC. Er zijn in 2024 en 2025 mensen vertrokken, zie bijvoorbeeld toenmalig chef opinie Lotfi El Hamidi die zijn gevoel in januari 2025 in zijn afscheidsessay benoemde: „Het idee is toch vaak: je bent journalist – je laat je keffiyeh thuis.”

Maar dat er een ‘kloof’ zou bestaan op redacties, en wie er aan beide kanten zouden staan, vind ik een journalistiek oordeel (en voor de duidelijkheid: niet het mijne). De wetenschappelijke analyse van de 17.000 artikelen waaruit de conclusie volgde dat Israël „meer ruimte” kreeg, gaat over iets anders: over woord- en brongebruik.

Geweld omfloerst beschreven

Ook over woorden is veel gepraat op de NRC-redactie, al direct na de terreuraanslagen van Hamas van 7 oktober 2023. In die eerste week van de Gaza-oorlog – ik citeer mijn voorganger Arjen Fortuin, die nog vaak zou schrijven over het conflict – kwam er kritiek op woorden als ‘militanten’ of ‘strijders’ over Hamas dat net 1.200 Israëliërs gedood had. Een jaar later ging het in een redactiedebat ook over woorden als ‘bloedbad’ of ‘slachting’; over ‘gedood’ of ‘vermoord’. En in mei 2025 besloot de hoofdredactie, weer na een journalistiek debat en eigen onderzoek, dat NRC het vermoorden en uithongeren van tienduizenden burgers in Gaza voortaan feitelijk als ‘genocide’ kon aanduiden.

In dat kader is het interessant wat nu blijkt: in die 17.000 artikelen werd over Israëlisch geweld op een ándere manier bericht dan over Palestijns geweld. NRC wijkt daarin nauwelijks af van de andere zes titels, zocht onderzoeker Nel Ruigrok op mijn verzoek nog uit.

Wanneer Palestijnse bronnen aan het woord kwamen over geweld en leed, werd dat vaker omfloerst beschreven (er „kwamen mensen om”, terwijl ze gedood werden) dan bij Israëlische bronnen. Ook waren beweringen van Israëlische bronnen drie keer zo vaak stellig (met woorden zoals ‘is’ of ‘bewijst’) als van Palestijnse bronnen. Koppen en intro’s, ook van NRC, citeerden vaker Israëlische dan Palestijnse bronnen.

Die verschillen in taal- en brongebruik kwamen in 2025 ook al naar voren in – kleinere en niet online gepubliceerde – afstudeerscripties naar nieuwsverslaggeving over de Gaza-oorlog, zoals van Christel Brinkman (VU) en NRC-redacteur Merve Özdemir (UvA).

Op de NRC-redactie herkennen de chefs van de verslaggeverij en de buitenlandredactie dat patroon. Israël heeft een staatsapparaat met officiële woordvoering, de Palestijnen niet. Bovendien ontzegt Israël buitenlandse journalisten de toegang tot Gaza, waardoor het vaak onmogelijk is om bevestiging te krijgen, zeker bij het snelle werk voor een nieuwsbericht.

„Zijn we meegegaan in die dominantie? Soms”, zegt chef buitenland Stéphane Alonso. „Palestijns leed had zeker in het begin geen gezicht. We mogen Gaza niet in.” Beide chefs zeggen dat ze zich meer dan in die eerste periode bewust zijn van dat machtsverschil, in woord- en brongebruik en koppen. Alonso: „Schrijf zoveel mogelijk toe. Wees duidelijk waar je de informatie vandaan hebt.” Maar ook onbewuste voorkeuren van redacteuren, ingegeven door bijvoorbeeld achtergrond en ervaringen, kunnen meespelen. Adjunct-hoofdredacteur Clara van de Wiel: „Ik sluit zeker niet uit dat unconscious bias een rol speelt, dat is hoe mensen werken.”

Ik vind het waardevol dat, door dit onderzoek en de eerdere scripties, zulke effecten aan het licht komen. Van de Wiel: „Het is een mooie aanvulling op hoe we zelf onze journalistiek evalueren, en het toont hoe ongelofelijk ingewikkeld het is om verslag te doen.”

Die mogelijke onbewuste voorkeuren en blinde vlekken lijken me niet te onderschatten, en iets om over te blijven praten met een brede groep redacteuren. Zo blijken er op de redactie uiteenlopende opvattingen te zijn over hoe Hamas te betitelen, maar die ideeën worden weinig uitgewisseld. „Het zou goed zijn als we het gesprek over woorden beter zouden organiseren”, zegt buitenlandchef Alonso daarover.

Maar kreeg Israël „de meeste ruimte” in de berichtgeving? Ik denk aan de zwarte voorpagina die op 1 september 2025 de dood van journalisten in Gaza herdacht, de grote interviews zoals met genocide-expert Amos Goldberg, de dagboeken uit Gaza van Rita Baroud en de foto’s uit Gaza van de Palestijnse fotograaf Bashar Taleb, de podcastserie Dit is ons land waarin Israëliërs en Palestijnen aan het woord kwamen. Ook dat kreeg ruimte in de berichtgeving.

De ombudsman opereert onafhankelijk; haar oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Reacties kunt u mailen naar ombudsman@nrc.nl

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next