Warning: Undefined variable $groupdata in /var/www/html/index.php on line 161

Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
Minder verspilling bij supermarkten betekent minder aanbod voor de Voedselbank. Het zoeken is naar nieuwe reststromen

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

Minder verspilling bij supermarkten betekent minder aanbod voor de Voedselbank. Het zoeken is naar nieuwe reststromen

Verspilling Van oudsher moeten de Voedselbank het hebben van de reststromen van de supermarkten. Die stroomt droogt langzaam op. De Voedselbank duikt daarom dieper de keten in en laat saus maken van wat er overblijft bij telers en verwerkers.

Een van de schappen van de Voedselbank in Overvecht-Ondiep.

Als je wilt weten wat je allemaal met een tomaten- of pastasaus kunt doen, moet je even een kwartiertje met de klanten van de Voedselbank in Utrecht praten. Drie vrouwen krijgen een preview van de nieuwe kant-en-klare sauzen die daar vandaag liggen. Op tafel staan twee van de 44.000 bakjes saus die de Voedselbank liet maken van bijna 20.000 kilo onverkoopbare tomaten en paprika’s.

Sociale sauzen zou je ze kunnen noemen. Geen overgebleven sauzen uit de supermarkt, maar speciaal ontwikkeld en gemaakt voor Voedselbanken Nederland.

De vrouwen zitten een half uur voor de winkel opengaat aan de koffietafel bij Voedselbank Ondiep-Overvecht. Een van hen moet niks van de sauzen hebben. „Ik maak zelf saus van verse tomaten.” Twee andere vrouwen, van 52 en 46 jaar, de eerste met vijf de ander met vier kinderen, nemen straks beide smaken mee. „Je kunt er water bij doen en er soep van maken”, zegt de moeder van vijf. En de ander: „Je kunt ze ook voor de pizza gebruiken, met gehakt, ui en peper. Dan hou je nog saus over, die kun je invriezen.” Bij de pasta doen kan natuurlijk ook. „Maar dan is zo’n bakje zo op.”

Ze hoeven niet uit te leggen waarom ze hun naam niet in de krant willen, toch? „Het is niet leuk voor kinderen als hun ouders bij de Voedselbank lopen”, zegt de 52-jarige.

„De W van Waardigheid”, zegt coördinator Nico Jongerius van de vestiging Ondiep-Overvecht een paar keer. Het doet iets met je gevoel van eigenwaarde als je niet zelf je eten kunt kiezen, of de armoede kunt aflezen aan wat er op tafel staat. Daarom kunnen klanten zelf producten kiezen in plaats van dankjewel te moeten zeggen voor een voorgesorteerde tas.

En daarom ook staat nergens op de nieuwe saus het woord ‘Voedselbank’. Het is waarschijnlijk het enige merk dat graag onzichtbaar blijft. Jongerius: „Eten waaraan je kunt zien dat het van de Voedselbank komt, zet niemand trots op tafel.”

Armoede en verspilling

Armoede bestrijden én voedselverspilling tegengaan. Toen in 2002 in Rotterdam de eerste Voedselbank van Nederland openging, moest het mes aan twee kanten snijden. De oprichters konden het niet aanzien dat aan de ene kant Rotterdammers maaltijden moesten overslaan, terwijl er bij supermarkten elke dag vrachtwagens vol eetbaar voedsel naar de stort gingen omdat een dag later de houdbaarheidsdatum verliep.

Toen de supermarkten de Voedselbank eenmaal wisten te vinden, sloot het aanbod uit reststromen heus niet altijd aan op de behoeften en wensen van mensen. Maar er was in elk geval meer dan genoeg om naar de Voedselbank te sturen. Simpelweg omdat supermarkten nog niet zo ver waren in hun voorraadbeheer.

Paul van Berkel van Voedselbanken Nederland zit ook aan tafel. Hij werkte ooit voor Albert Heijn. Toen bleef er bijvoorbeeld veel over van nieuw gelanceerde producten. „De helft daarvan werd niet verkocht. Supermarkten doen dat nu veel slimmer, met kleine introducties in een handvol winkels.” En dus minder restanten.

Het is maar één klein voorbeeld van hoe de verspillingsrivier langzaam opdroogt. Supermarkten kunnen met geavanceerde data steeds beter de vraag voorspellen en de voorraden worden daar strakker op afgestemd. Dynamisch afprijzen helpt ze op het laatste moment maximaal korting te geven. En dan zijn er nog gerichte acties, zoals voordeliger ‘brood van gisteren’, of de ‘verspil mij niet’-tas van Lidl, met voor 3 euro ongeveer vier kilo groente en fruit die niet meer geschikt is voor de winkel.

En dat is alleen nog maar wat de grote supermarkten tegen verspilling doen. Daarnaast zijn er nog initiatieven zoals Too Good to Go, dat uit alle hoeken en gaten van de retail voedsel haalt dat nog prima gegeten kan worden. Of bedrijven die taartbodems bakken van oud brood, bananenbrood met imperfecte bananen… Kortom, niet alleen het laaghangend fruit, bijna ál het fruit is al geplukt voordat het in een busje naar de Voedselbank gaat.

Voedselbanken Nederland koopt ook zelf producten van donaties en subsidies, maar is voor ongeveer driekwart van alle voedsel afhankelijk van de verspillingsstromen en te grote voorraden van supermarkten. Intussen is in acht jaar tijd is de verspilling in Nederlandse supermarkten met ongeveer een derde afgenomen. Die dalende lijn vlakt af, verspilling verder terugdringen wordt steeds moeilijker. Volgens onderzoekers van Wageningen University gaat nu 1,2 procent van het voedsel in de supermarkt niet naar mensen.

De aanvoer daalt, de vraag niet

Voedsel voor de Voedselbank gaat wél naar mensen, maar onvermijdelijk komt ook hier elk jaar minder binnen. Niet alleen lokaal, ook bij de landelijke distributiecentra van de Voedselbanken, goed voor 41 procent van de bevoorrading, daalt de aanvoer. „Ook levensmiddelenproducenten verspillen steeds minder”, zegt Van Berkel. Volgens een scenario dat boekhoudkantoor PwC schetste, is het aanbod in 2030 bijna 70 procent lager dan in 2023.

De kans dat de armoede intussen evenredig daalt, is minimaal. Vorig jaar groeide het aantal Voedselbankklanten landelijk met 7,5 procent tot 155.600 mensen. Van Berkel: „We weten bovendien nu al dat eind 2027 de Europese subsidie stopt waarvan we olie, rijst en bloem bijkopen.” Er móet dus iets gebeuren. „Hoger de keten in, dichter bij de bron.”

Daarmee bedoelt Van Berkel: naar kwekers, verwerkers en groothandels van groente en fruit. In die handel gaat nu zo’n 3 procent verloren. Ook daar is een daling ingezet. „Maar er zullen altijd kilo’s overblijven, omdat iets doen met reststromen altijd duurder is dan weggooien.”

En zo komen we weer bij de sauzen op tafel. De ene gemaakt van alleen tomaat en tomatenpuree, de andere met paprika en kruiden tot pastasaus gemaakt. Geproduceerd door Food Fellows, dat door groothandel Harvest House is opgericht om overbleven groenten te verwerken. Want nee, „we gaan zelf geen voedselfabriek beginnen”, zegt Van Berkel. „Te duur, te complex.”

De Voedselbank gaat wél helpen om alle spelers aan elkaar te koppelen, met de organisatie Samen Tegen Voedselverspilling. Met de nieuw opgerichte stichting Social Food, zo is het idee, brengt ze vraag en aanbod bij elkaar: telers hebben iets over, de Voedselbank weet wat klanten graag willen en denkt mee met de producent die er langer houdbare, gezonde, lekkere, makkelijke producten van maakt. Liefst voor langere tijd.

„De Voedselbank is de enige winkel die van oudsher aanbodgestuurd werkte.” Het is telkens een verrassing wat er in de vrachtwagen zit. Dat is niet altijd waar mensen iets mee kunnen, zegt vestigingscoördinator Jongerius in Utrecht. „Zanderige schorseneren blijven hier ook liggen.” Met die nieuwe producten, zegt Van Berkel, gaat de Voedselbank ook „vraaggestuurd werken”, vanuit de behoeftes van klanten.

Voor deze nieuwe aanvoerstroom is met de stichting dus ook een aparte geldstroom ingericht. Waarom zou je die nieuwe producten niet gewoon betalen uit de grote pot donaties van Voedselbanken Nederland? „We zien dat donateurs liever geld geven als ze weten waar het naartoe gaat”, zegt Van Berkel. Bovendien kun je zo de kostprijs laag houden. Wat de stichting voor een potje saus van 500 milliliter betaalt, wil Van Berkel niet zeggen. „Ik weet het ook echt niet.” Maar het idee is dat niemand, van verwerker tot vervoerder, eraan verdient.

Als het maar halal is

En toch. Die 44.000 bakjes rode saus. Wat los je ermee op? Moeten grote producenten als Zwanenberg, de eigenaar van Unox, niet gewoon hun gigantische ketels een paar uur per week voor de Voedselbank laten draaien? „Dat zou helemaal mooi zijn”, zegt Van Berkel. Dan kun je pas echt volume maken. Intussen gaan ze nadenken over de volgende nieuwe producten. Soepen, bananenbrood misschien.

Of de saus nou van Unox komt of van Food Fellows – de vrouwen aan de koffietafel halen er hun schouders over op. „Als er maar eten op tafel staat”, zegt de moeder met vijf kinderen. Deze bakjes zien er zonder merk ook herkenbaar uit. „Die hebben ze ook gewoon bij Lidl.”

Ze bestudeert het etiket. „Ik kijk altijd even wat erin zit, of het halal is, of er geen dierlijk vet in ziet.” Haar koffiemaatje: „De V van vegan, dat zit wel goed.” Dat de tomatensaus ook nog een Nutriscore A heeft, dus weinig zout, suiker en vet, vinden ze minder interessant.

Het gesprek gaat even over betaalbaar brood, dat steeds moeilijker te krijgen is. Dan schiet de moeder van vijf nog iets te binnen. „Een beetje oregano bij de saus, dat maakt het nog lekkerder.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Voeding

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next