Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
Wijkagent is zijn roeping, toch stopt hij ermee. ‘Soms moet ik drie keer weg tijdens één gesprek’

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

Wijkagent is zijn roeping, toch stopt hij ermee. ‘Soms moet ik drie keer weg tijdens één gesprek’

Politie Wijkagent John Heij gaat met vervroegd pensioen. Het liefst reed hij zonder agenda op zijn motor door ‘zijn’ wijken, aanspreekbaar voor iedereen. Maar hij werd meer en meer weggeroepen voor andere politietaken.

John Heij op een van zijn laatste dagen als wijkagent in Stompwijk. Hij werkte 37 jaar bij de politie, de laatste 8 jaar als wijkagent.

Na een avonddienst haalt John Heij altijd een simpel softijsje. Dan rijdt hij, als één van de wijkagenten van Leidschendam-Voorburg, bij Den Haag, rond twaalf uur ’s nachts weg van het bureau en parkeert-ie net voor sluitingstijd zijn auto bij de McDonald’s.

Officieel eindigt zijn dienst al om elf uur, maar hij wil geen lopende zaken op het bordje van de nachtploeg gooien. Burenruzies. Jongerenoverlast. „Dat doe je gewoon niet.”

Voor de smaak doet hij het niet, zo’n ijsje. Maar je moest eens weten hoe lekker het is om na een dag vol belletjes, meldingen en gehaaste motorritjes iets kouds te consumeren. „Gewoon, even niks.” 

John Heij (56) heeft grijs gemillimeterd haar en een vriendelijke glimlach. Hij is een druk baasje, praat snel. Iemand die altijd een uur te vroeg komt voor z’n dienst en vaker wel dan niet overwerkt. Het type wijkagent dat bij iedereen op de koffie gaat en iedere buurtbewoner zijn telefoonnummer geeft. Opnemen doet Heij altijd, ook als hij vrij is. „Je moet vertrouwen opbouwen, elke dag weer.”

Sinds 2011 is hij daarmee bezig, in de stadwijken Damsigt en Leidschendam-Centrum, en in Stompwijk, een polderdorp ten oosten ervan. Maar de afgelopen jaren knaagt er iets. Hij wordt vaker opgeroepen voor ander politiewerk – ook belangrijk, maar het wordt daardoor moeilijker om ín zijn wijken te zijn. Babbeltjes te maken. Op de koffie te gaan. De wijkagent die maar wat graag vertrouwen wil winnen en behouden, moet nu regelmatig op zich laten wachten.

John Heij in Stompwijk.

Deze week rijdt John Heij zijn laatste ronde. Na 37 jaar bij de politie waarvan de laatste 8 jaar als wijkagent gaat hij op zijn 56ste met vervroegd pensioen. Toen hij met een plaatje van een stopbord zijn afscheid aankondigde op Instagram kwamen er tientallen reacties binnen. „Wat jammer dat je weggaat!” „Topper”, „Bedankt voor de hulp.” Heij reageerde op bijna iedereen.

Maar mensen dicht bij ’m – velen noemen Heij ‘de meest toegewijde wijkagent die er is’ – hadden ook vragen. Motoragent John, waarom zou hij stoppen?

Aanspreekpunt

John Heij rijdt door zijn wijken alsof hij nog jaren te gaan heeft. Kijk, dat is een begeleid-wonen-huis waar hij weleens mee-eet. Hé, die vent had het laatst nog over te hard rijdende scooters. En kijk, daar bij het water, daar woont iemand die alles weet over wat de plas in- en uitvaart. Hij zwaait naar iedereen, en iedereen zwaait terug.

In zijn 37 jaar dienst heeft Heij alles gedaan en meegemaakt. Surveillance, recherchewerk, gijzelingen, gewapende ruzies. Voor sommige collega’s is dat ‘zwaardere’ werk uiteindelijk waarvoor je het vak ingaat. Maar Heij wist al vroeg in zijn carrière dat hij wijkagent wilde worden. De politie als aanspreekpunt, midden in de samenleving, dát vond Heij het mooist. „Het ene moment sta ik een burenruzie op te lossen, het andere moment haal ik een schaap uit de sloot.” 

Toch is Heij niet meer de wijkagent die hij wíl zijn.

Al jaren is de belofte dat agenten dichter bij de burger komen te staan. Maar door een tekort aan agenten is het voor de politie juist moeilijker om op straat te zijn. Politieteams staan onder druk, de helft van alle teams komt mensen tekort, en de komende jaren gaan nog eens duizenden agenten met pensioen. In juni becijferde de Algemene Rekenkamer dat door handen tekort duizenden aangiftes blijven liggen. 

Terwijl het aantal agenten achter blijft, ziet de politie het aantal taken juist toenemen: ze zijn steeds meer tijd kwijt aan de groeiende hoeveelheid demonstraties, mensen met verward gedrag, ME-inzet, grote evenementen. 

Om gaten te dichten kijken leidinggevenden vaak naar de wijkagent, merkt Heij. Op zijn bureau daalde het aantal agenten van stabiel vijftien man per dienst naar op de drukste dagen slechts vijf man. „Ik moet én aanspreekpunt zijn in de wijk, maar óók het rooster vullen en beschikbaar blijven voor noodmeldingen.” 

Dat wringt, zegt Heij, omdat het als wijkagent juist zo belangrijk is om ‘gewoon aanwezig’ te zijn. Het liefst rijdt-ie daarom zonder agenda door zijn wijken. Dan raakt hij vanzelf aan de praat met mensen. „Koffietje hier, koffietje daar. Zo bouw je vertrouwen op.” Dat is ook de reden dat Heij op een motor rijdt. „Dan ben je makkelijker aanspreekbaar dan in een auto.” 

Belangrijk is om de tijd te kunnen nemen als zijn bewoners iets vragen. „Soms is luisteren alleen al genoeg.” Maar nu wordt Heij steeds vaker ‘weggetrokken’ tijdens zijn rondes. Dan moet-ie opeens naar een noodmelding, of wordt hij opgeroepen voor toezicht op de motor bij een demonstratie in Den Haag. Of hij pakt een surveillance-dienst omdat een collega aan de slag moet als ME’er. 

Bureau aan huis

Niet erg, zegt Heij er gelijk bij – al dat andere werk is óók leuk. Prinsjesdag. Oog in oog staan met regeringsleiders op de NAVO-top. „Heel vet.” Maar concreet betekent het wel dat hij nu vóór een gesprek in de wijk moet waarschuwen: sorry, we zijn dun bemand vandaag, het kan zijn dat ik opeens weg moet. „Soms moet ik drie keer weg tijdens één gesprek.”

John Heij met bewoners voor de supermarkt in Stompwijk, gemeente Leidschendam-Voorburg.

Zeker in een wijk als Stompwijk kan dat schadelijk zijn. Het is een uitgestrekt dorp tussen de weilanden – „heerlijk voor op de motor” – met een kleine kern en vrijstaande huizen met grote opritten. Maar vergis je niet: iedereen kent elkaar in Stompwijk, weet Heij. Het gemeenschapsgevoel is er groot. Maar die verbondenheid onderling betekent soms ook: afkeer voor alles van buiten. Praten met de politie is niet de bedoeling, merkte Heij toen hij begon. Als Heij ergens langsgaat, vragen bewoners nog altijd of hij zijn motor om de hoek wil zetten, want voor je het weet denkt heel de buurt dat je iets gedaan hebt, of iets vertelt.

Met hard werken wist Heij het vertrouwen te winnen. Hij organiseerde een wekelijks spreekuur in het buurthuis van Stompwijk en legde zo veel contacten. Het helpt dat-ie zelf een ‘boerse’ achtergrond heeft. Hij spreekt de taal, weet dat je iemand soms gewoon een ‘lul’ kunt noemen zonder dat dat verkeerd wordt opgevat. „Dan kom je makkelijker achter de voordeur.” 

En hij begon een Instagram-pagina. Eerst begreep-ie daar weinig van, „ik was twintig minuten bezig om een foto erop te zetten”. Maar inmiddels merkt hij dat hij met zijn foto’s van omgevallen bomen, brandjes en auto’s in de prak een nieuwe doelgroep bereikt. Jongeren willen constant met ’m op de foto, voor TikTok of Instagram. „Nou, die komen thuis en vertellen over mij. Zo kom ik ook weer in contact met hun ouders.”

Maar het belangrijkste is en blijft aanwezig zijn, zegt Heij. Rondjes rijden door de wijk en dan maar zien wat er gebeurt.

Zo deed zijn vader het ook. Die zat zijn hele werkende leven bij wat toen nog de Rijkspolitie heette. Het waren de jaren zeventig, toen in zo’n beetje elk dorp nog een politiebureau stond, en in huize Heij was dat een „bureau aan huis”, vertelt John Heij, met blauwe lantaarn voor deur. Iedereen kon aanbellen. Zijn vader zette verdachten achter op zijn Gazelle, een stevig model, en verhoorde ze aan de eettafel.

„Zo ging dat gewoon.” Toen was de politie nog écht geworteld in de samenleving. Maar nu vraagt-ie zich af: zit die samenleving zélf nog wel op de politie te wachten? Steeds meer mensen zijn verzonken in hun eigen wereldje, die wíllen helemaal geen contact met de politie. „Je hoeft maar een verkeerd woord te zeggen, net een verkeerde toon aan te slaan of mensen beginnen te schreeuwen of schelden.” 

Contact maken, daar gaat het om. Juist dat wordt steeds moeilijker.

‘Jij, stoppen?”

Vorig jaar rond deze tijd merkte Heij dat-ie zich steeds vaker afvroeg: hoe zou het leven zijn als je niet 24 uur per dag aan staat? Hij sloeg aan het rekenen. Af en toe klust hij bij als vrachtwagenchauffeur. Wat nou als hij dat iets vaker zou doen? Zou hij dan kunnen rondkomen? 

Jij, stoppen? zeiden collega’s. Maar na uitleg – „Ik wil ál mijn ziel en zaligheid erin kunnen leggen” – volgde begrip, ook als hij het aan zijn wijkbewoners vertelde. „Dan zeiden ze: goed dat je voor jezelf kiest.”

Nu zijn laatste dienst in zicht komt merkt hij dat hij met een dubbel gevoel door zijn wijken rijdt. „Wat pak ik wel op? Wat niet?” En er moet nog een vervanger gevonden worden. Hij kan zich er druk om maken: vertrouwen draag je niet zomaar over.

Liever denkt hij aan de mooie momenten. De gebbetjes en geintjes. De grote feesten in Stompwijk, als heel het dorp uitliep om samen feest te vieren. „Hé John, hoe is-ie? Heb je al een oliebol op?” The Hunt, als de politie bij wijze van spel jongeren in de wijk probeert op te pakken. „Goed voor het contact met de mensen.” De eindeloze rondjes op de motor, de wind in het gezicht. 

En ergens voelt het ook alsof de wijkagent „stopt op zijn hoogtepunt”, zegt Heij. Door het gewonnen vertrouwen ging de zogenoemde ‘meldingsbereidheid’ omhoog in Stompwijk. Hij weet wat er speelt, de kleine dingen, het geklaag over nieuwe verkeersdrempels, op wie hij moet letten tijdens Oud en Nieuw, maar ook de grotere zaken. Plekken waar brand gesticht wordt. Op welke adressen weleens huiselijk geweld plaatsvindt.

Hij neemt plaats in de kantine, z’n ronde is voorbij. Best grappig, zegt-ie, terwijl hij in zijn koffie roert. „Eigenlijk ben ik bijna nooit op het bureau.”

Wat gaat hij straks doen, naast vaker bijklussen als vrachtwagenchauffeur? Daar heeft hij nog niet over nagedacht. Of nou ja, een ding weet hij zeker: hij gaat een motor kopen, een eigen. Heeft hij nog nooit gehad. En dan toeren, samen met z’n dochter. Waarheen weet hij nog niet.

En hij blijft softijsjes halen, er zit een McDonald’s bij ’m om de hoek. Maar niet meer dan één per week, dat heeft-ie met zichzelf afgesproken.

John Heij met bewoners in de supermarkt van Stompwijk.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Politie, recht en criminaliteit

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next