Minderheidskabinet Zeven Kamerleden reisden naar Denemarken en Noorwegen om daar te zien hoe je het aanpakt met een minderheidskabinet. ‘Elke vier jaar verkiezingen als regel’, zegt Caroline van der Plas, ‘daar krijg je vast minder hijgerige politiek van.’
Nederlandse parlementariërs op werkbezoek in Oslo, bekijken de parlementszaal
Erna Solberg, premier van Noorwegen van 2013 tot 2021, zit aan tafel met zeven Tweede Kamerleden. Dinsdagmiddag, in een zaaltje van het Noorse parlement in Oslo. Ze kijkt rond en zegt: „Dus jullie komen hier om te leren over minderheidsregeringen?”
Ze had zelf in de jaren tachtig politicologie gestudeerd en in haar lesboek, zegt ze, ging het over de coalitieregeringen in Nederland. „Jullie waren het voorbeeld.” Iedereen lacht, Tweede Kamervoorzitter Thom van Campen het hardst van allemaal. „Dingen veranderen”, roept hij.
De Kamerleden in Oslo zijn in Den Haag allemaal lid van de Commissie van de Werkwijze. Die vergadert een paar keer per jaar over alles wat te maken heeft met de manier van werken van de Tweede Kamer: het geld, de regels, procedures. Kamervoorzitter Van Campen is ook voorzitter van deze commissie en al in het voorjaar had hij aan de anderen voorgesteld om op reis te gaan naar Denemarken en Noorwegen, om te horen en te zien hoe het komt dat ze daar de ene na de andere stabiele minderheidsregering hebben. Al heel lang.
„Bij ons”, zegt Van Campen met een grote glimlach tegen Erna Solberg, „gaat het met ups en downs.”
Solberg zegt dat het draait om „vertrouwen” en de Kamerleden knikken een beetje. Dat hebben ze de dag ervoor ook al gehoord van politici en wetenschappers in Kopenhagen. Ze moesten elkáár vertrouwen en de kiezers moesten vertrouwen hebben in hén. Daar begon het mee. In het groepje had dat geleid tot wat moedeloosheid. Want wat doe je als bij veel Haagse politici én bij kiezers juist het wantrouwen overheerst?
Ze waren al op zondagmiddag vertrokken: Bart Bikkers van de VVD, Henk-Jan Oosterhuis van D66, Inge van Dijk van het CDA, BBB’er Caroline van der Plas, Laura Bromet van Pro, Pieter Grinwis van de ChristenUnie. Thom van Campen, zelf ook van de VVD, had bij de koffie op Schiphol gezegd: „Wij vertegenwoordigen met z’n allen 92 zetels, jongens. Een ruime meerderheid.”
In Kopenhagen, maandagochtend, is er eerst een rondleiding door het Deense parlement, waar politici een eigen kapper en fitnessruimte hebben. „Dat wil ik ook”, zegt Bromet. „Nee joh”, zegt VVD’er Bikkers. „Dat is slecht voor de lokale ondernemers.”
Op de Nederlandse ambassade lunchen ze met de liberale oud-politicus Bertel Haarder, die 22 jaar minister was. Hij zegt: „In mijn dienstauto, onderweg in ons mooie land, belde ik altijd met parlementariërs.” Die waren daar blij mee. En het hielp. Zo doe je dat, vindt hij, in een minderheidsregering.
Eelco Heinen, zeggen Kamerleden tegen elkaar. „Die belt nóóit.”
De VVD-minister van Financiën van wie de komende weken het Belastingplan op het spel staat: hij kan nog lang niet zeker zijn van genoeg steun in de Tweede en Eerste Kamer.
Na de lunch krijgen de Kamerleden les van politicoloog Christoffer Green-Pedersen over de twaalf partijen in het Deense parlement die je kunt onderverdelen in een rood (links) en een blauw (rechts) blok. Als premier van een minderheidsregering, nu rood en met vier partijen, scharrel je bijna altijd steun bij elkaar in je ‘eigen’ blok. Wat het voor zo’n regering makkelijker maakt: de senaat is in Denemarken al in 1953 afgeschaft, er is nog maar één parlement. En de meeste ministers, ook premier Mette Frederiksen, zijn daar zelf lid van.
Deense kiezers vinden het fijn duidelijk, horen de Kamerleden: óf rechts óf links regeert. Er zijn weleens meerderheidsregeringen van gematigde linkse en rechtse partijen samen, maar van de kiezers hoeft dat niet zo nodig. Die houden er wél van als politici goed met elkaar samenwerken en verwachten dat die zich houden aan de ‘forlig’, de informele afspraken tussen partijen over één bepaald onderwerp, defensie of bijvoorbeeld onderwijs. Die gaan jaren mee, er staat niets over op papier.
Dat premier Rob Jetten en andere ministers in de Tweede Kamer zelf zouden mogen meestemmen over hun eigen voorstellen, gaat het clubje Nederlandse parlementariërs veel te ver. Maar die ‘forlig’ zouden weleens het geheim van de Deense politieke stabiliteit kunnen zijn. Daar denken ze hardop over na, onderweg naar het vliegveld voor de reis naar Oslo. Pieter Grinwis van de ChristenUnie denkt dat partijen in Nederland zouden kunnen beginnen met zo’n ‘forlig’ over infrastructuur. VVD’er Vincent Karremans, minister van Infrastructuur, pakt het volgens hem nu al op z’n Deens aan: híj belt juist heel vaak met Kamerleden, vraagt om ideeën van de oppositie en gebruikt die. „We kunnen klein beginnen”, vindt ook Thom van Campen. Dat hebben de Denen, denkt hij, zelf vast ook gedaan: „Op een dag, ergens in de jaren vijftig.”
Het werkbezoek gaat zoals buitenlandse werkbezoeken van politici altijd gaan. De Nederlandse ambassade ontvangt de Kamerleden en regelt samen met ambtenaren in Den Haag een busje met chauffeur, de sprekers, een hotel. In het groepje is het vooral Van Campen die de sfeer bepaalt. Hij imiteert graag en bijna perfect Haagse politici, maakt veel grappen. In Oslo is er een chauffeur die aan het eind van de reis denkt dat vast en zeker alle Nederlanders zo vrolijk zijn als deze zeven Kamerleden.
Bart Bikkers van de VVD weet bijna steeds als eerste wat het nieuws in Nederland is. Het is wel Caroline van der Plas die op maandagochtend tegen de anderen zegt: „Frans Timmermans heeft een nieuwe baan.” Hij wordt voorzitter van de Raad van Toezicht van de Dierenbescherming. Laura Bromet kijkt op maandagmiddag naar de berichten over de baby die eraan zit te komen voor Rob Jetten en zijn verloofde, ze wil weten of de eicel van de draagmoeder is. D66’er Henk-Jan Oosterhuis is geen drukke prater, hij komt net als Grinwis wel bijna steeds met vragen die de Deense en Noorse politici precies raak lijken te vinden.
De Nederlandse Kamerdelegatie in Kopenhagen
In het zaaltje van het Noorse parlement, dinsdagmiddag, zegt Erna Solberg dat ze als premier steeds maar weer etentjes organiseerde met parlementariërs. Wat er onderling ook gebeurde, ze vond dat ze moesten blíjven praten. Ze leidde ook een meerderheidsregering en dat de rechts-populistische Vooruitgangspartij daar al snel weer uit stapte, maakte weinig uit. In Noorwegen, ook al een land zonder Eerste Kamer, zijn er pas na vier jaar weer verkiezingen. Zo staat het in de Grondwet en BBB’er Van der Plas denkt dat dat misschien wel het beste idee is dat ze deze dagen hoort: „Daar krijg je vast minder hijgerige politiek van.”
CU’er Grinwis had zelf al een tijdje geleden bedacht dat het een slecht idee was om elke keer na de val van een kabinet nieuwe verkiezingen te houden. In het ‘Reglement van Orde’, dat in de Haagse politiek de regels bepaalt, staat nu dat de Tweede Kamer na zo’n val een verkenner kan aanwijzen die gaat proberen of er een kabinet kan worden geformeerd zónder verkiezingen. Grinwis wil dat het woord ‘kan’ wordt vervangen door ‘zal’. En dan moet het. Grinwis noemt het „een niemendalletje”. Het is maar één woord. „Het kan wel het begin zijn van een nieuwe politieke cultuur.”
Na het werkbezoek, zegt hij, zal hij CU-leider Mirjam Bikker vragen om er een motie over in te dienen.
Daar gaat het in Denemarken en Noorwegen ook steeds over: de moties, opdrachten aan het kabinet of soms aan de Tweede Kamer zelf, die Kamerleden in Nederland de hele dag door aan het bedenken zijn. In Kopenhagen horen ze dat Deense parlementariërs er zo’n tweehonderd per jaar indienen, en dat ze dat zelf veel te veel vinden. In Noorwegen zijn het er bijna vijfhonderd en ook daar vinden ze dat zorgwekkend veel. In Nederland zijn er dit jaar al 4.388 en die gaan, zeggen de Kamerleden uit zichzelf tegen hun Noorse collega’s, over álles: van vrede in het Midden-Oosten tot weg met Donald Trump.
In Noorwegen regeert alleen de Arbeiderspartij van premier Jonas Gahr Støre, met 53 van de 169 zetels in het parlement. De Nederlandse Kamerleden zitten dinsdagmiddag ook aan tafel met parlementariër Hans Andreas Limi van de Vooruitgangspartij en hij vertelt hun hoe de onderhandelingen gaan zodra de regering met een voorstel komt. De parlementariër van Støre’s partij die over het onderwerp in het voorstel gaat, haalt collega’s van andere partijen bij elkaar die daar ook over gaan. En dan gaan ze er achter gesloten deuren over onderhandelen.
De Nederlandse Kamerleden weten niet wat ze horen. Dus als de regering van Støre een idee heeft over stikstof, zegt Van Campen, moet een parlementariër van de Arbeiderspartij, en dus niet de minister zelf, bij andere partijen steun gaan regelen voor een compromis? Ja, zegt Hans Andreas Limi en voor Caroline van der Plas lijkt het al meteen de harde werkelijkheid. „En dan mag”, zegt ze, „de partij die is opgericht voor dat probleem, om de boeren te helpen, natuurlijk niet meedoen.”
Limi weet even niet wat hij moet zeggen.
Van der Plas noemt het „backroom politics”, ze moet er niets van hebben.
De Commissie van de Werkwijze vliegt op woensdagmiddag terug naar Nederland. Van der Plas met in haar tas twee sloffen sigaretten, voor 7 euro per pakje gekocht op het vliegveld van Oslo. Bromet heeft haar koffier volgestouwd met een paar meter nieuwe, gebloemde stof uit een kringloopwinkel – dertig euro. Ze wil er gordijnen of een tafelkleed van maken. Ze gaat ook naar huis met een les: „Een minderheidskabinet werkt alleen als zo’n kabinet bereid is om de macht te delen met het parlement.” En je krijgt er juist wantrouwen van, zegt ze, „als een partij als de VVD Pro uitsluit”.
Bart Bikkers heeft Deense snoepjes bij zich voor zijn kinderen en een stukje rendiervlees „voor bij de borrel”. Als hij volgende week zijn partijgenoot Eelco Heinen tegenkomt, zal hij, zegt hij, tegen hem zeggen wat hij heeft gehoord over ministers in Denemarken en Noorwegen, hoe die aan steun proberen te komen. „Maar hij is een grote man, hij weet heel goed hoe hij het zelf wil doen.”
D66’er Henk-Jan Oosterhuis, die in de Tweede Kamer namens zijn partij over financiën gaat, vindt dat hij in Denemarken veel heeft geleerd over „de waaier aan mogelijkheden om samen te werken”. Hij zit „barstensvol ideeën” om de komende weken het Belastingplan „tot een goed einde te brengen”. Inge van Dijk van het CDA denkt, zegt ze, aan wat ze leerde van Erna Solberg: blijf praten. „Ik vind dat we dat in Den Haag veel te weinig doen. We moeten over onze boosheid of wrok heen kunnen stappen.”
Wat ook helpt, volgens Pieter Grinwis: samen een paar dagen op pad gaan. „Dat hoeft natuurlijk niet steeds naar het buitenland. Maar op zo’n reis voel je lotsverbondenheid. En dezelfde drive.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie