Vier verdachten van mogelijk een van de grootste Amsterdamse mensenhandelzaken in jaren moesten dinsdag voor het eerst in de rechtbank verschijnen. Pooiers sluiten vrouwen niet meer zoals vroeger op, maar gaan geraffineerder te werk, stelt justitie.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
‘Ik wil nú van de officier van justitie horen welk bewijs zij tegen mij heeft.’ Nog geen uur geleden zat Robert V. (46) te gapen in de Amsterdamse rechtszaak. Maar sinds hij het woord heeft gekregen, zit de Roemeense man rechtop. In hoog tempo doet deze verdachte van mensenhandel zijn beklag over de werkwijze van de Nederlandse politie.
‘Ze zijn op mijn verjaardag naar mijn vrouw gegaan om haar te dwingen tegen mij te verklaren. Ze hebben haar zelfs aangeboden om een beschermde getuige te worden en haar filmpjes getoond waarin ik samen was met een andere vrouw. Ik dacht dat dit alleen in Roemenië mogelijk was’, verzucht V. ‘En niet in Nederland.’
Wat hem betreft moet hij zo snel mogelijk vrijgelaten worden. ‘Want er is geen concreet bewijs tegen mij.’
Hij is niet de enige die dit dinsdag bepleit tijdens de eerste voorbereidende zitting van mogelijk een van de grootste mensenhandelzaken op de Amsterdamse Wallen in jaren.
Vier Roemeense verdachten worden ervan beschuldigd een pooierbende te hebben gevormd en jarenlang sekswerkers te hebben misleid en uitgebuit. Ze zouden vrouwen hebben mishandeld, hun familieleden met de dood hebben bedreigd en een groot deel van hun inkomsten hebben ingepikt.
‘Ze hebben er rijkelijk van geleefd. Deze verdachten zaten de hele dag in de sportschool, op het terras, maakten reisjes en leefden op het geld dat de slachtoffers verdienden door avond na avond hun lichaam te verkopen’, aldus de officier van justitie. Tijdens een grote politieactie op 14 juli werden ze gearresteerd. Sindsdien zitten ze in afwachting van de inhoudelijke behandeling van hun proces vast.
En dat vinden de mannen onterecht. Zo stelt de advocaat van medeverdachte Vasile D. (42) dat een van de slachtoffers die belastend over zijn cliënt heeft verklaard, dat zou hebben gedaan ‘uit pure jaloezie’. Ze zou het niet kunnen verkroppen dat D., die al eerder in Roemenië werd veroordeeld wegens ‘pooierschap’, een relatie kreeg met een andere sekswerker. Dit slachtoffer zou ‘rollebollend’ met de nieuwe vriendin van D. over straat zijn gegaan en uit wrok beschuldigingen hebben geuit. ‘De politie heeft ook meerdere vrouwen benaderd die geen aangifte tegen hem willen doen, die juist zeggen dat er geen sprake is van uitbuiting.’
Maar volgens het Openbaar Ministerie betekenen die ontlastende verklaringen niet zo veel. ‘D.’s slachtoffer moest haar geld afstaan. Hij koos haar setjes uit, liep langs haar raam om te controleren of ze aan het werk was, hij sloeg haar en had een fictief beroep als fitnesstraining. Ze heeft hier zeer gedetailleerd over verklaard.’
Bovendien, vervolgt de officier van justitie, ‘weten we uit jarenlang mensenhandelonderzoek dat de gemiddelde uitbuiter of pooier zijn vrouw niet meer zoals vroeger opsluit of kort en klein slaat. Dat is veel te zichtbaar.’ Zo zei een van de verdachten tijdens een heimelijk opgenomen gesprek dat je ‘in dit land tien vrouwen kunt hebben zolang je ze niet mishandelt’. De laatste jaren ziet de politie dan ook subtielere vormen van uitbuiting, vervolgt de aanklager. ‘Het gaat om manipulatie, misleiding. Het bijvoorbeeld hebben van een relatie met een sekswerker, terwijl je in Roemenië gewoon een vrouw en kinderen hebt zitten.’
De mensenhandelzaak kwam begin 2025 aan het rollen nadat er bij het Team Criminele Inlichtingen een melding binnenkwam over ‘een groep Roemeense pooiers die de dienst uit zouden maken op de Wallen’. In diezelfde periode ontving de politie een anonieme e-mail met als titel ‘help’. Daarin werden namen van mogelijke uitbuiters genoemd.
Inmiddels hebben enkele sekswerkers belastende verklaringen afgelegd. Daarnaast maakte de politie heimelijk geluidsopnamen, bijvoorbeeld in een fietstaxi die de verdachten vaak namen. Tijdens die gesprekken zou onder meer gezegd zijn: ‘Die meid was van mij, ik pakte haar geld.’
Maar het onderzoek is nog niet afgerond, benadrukte de officier van justitie dinsdag in de rechtszaal. ‘Er zijn nog getuigen die moeten worden gehoord, oud-slachtoffers worden nog opgespoord en het digitaal onderzoek loopt nog. Slachtoffers zijn bovendien heel bang. Het kost tijd, zeker nadat je misleid bent, om te erkennen in welke positie je hebt gezeten. Het is niet ondenkbaar dat sommige vrouwen zich pas na een tijd realiseren dat ze slachtoffer zijn.’
Wat de advocaten betreft kijkt het OM met een veel te gekleurde bril naar deze zaak. ‘Iedere ontmoeting, ieder contact wordt in het licht geplaatst van een Roemeense pooierbende’, zegt de advocaat van Ion G. hierover. Net als de andere raadsmannen stelt hij dat er te weinig bewijs is. Zijn cliënt zou ‘een gewone liefdesrelatie met een sekswerker’ hebben gehad. ‘Niets meer, niets minder. Justitie schetst een beeld dat het allemaal kommer en kwel is, en dat een Roemeense pooierbende de Wallen beheerst. Maar dat beeld klopt niet. Waarom krijgen normale ontmoetingen en contacten in deze zaak een andere betekenis? Ook G.’s ex-vrouw verklaart dat hij een lieve man is.’
Wat de advocaat betreft moet de rechtbank dan ook rekening houden met een ander scenario: dat er ‘na al dat graafwerk gewoon niets te vinden is’.
De zaak wordt op 19 januari hervat. De rechtbank besluit later deze week of de verdachten tot die tijd vast blijven zitten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant