Home

Een neus voor zaken, waar Eye Filmmuseum dringend behoefte aan heeft

Van het Holland Festival naar het Eye Filmmuseum, dat is de uitdagende stap van directeur Emily Ansenk. Ze zal in haar nieuwe baan allereerst puin moeten gaan ruimen.

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

Van het Holland Festival naar het Eye Filmmuseum, dat is de uitdagende stap van directeur Emily Ansenk. Ze zal in haar nieuwe baan allereerst puin moeten gaan ruimen.

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

Ze had haar telefoon maandagavond uitgezet, om ongestoord met haar familie de 25ste verjaardag van haar dochter te kunnen vieren. Bovendien wilde Emily Ansenk (56) geen toelichting geven op het nieuws dat ze per 1 februari vertrekt als directeur-bestuurder van het Holland Festival, en inruilt voor diezelfde functie bij het Eye Filmmuseum in Amsterdam. Daar krijgt de ervaren bestuurder in de kunstsector een flinke kluif aan het noodlijdende instituut, dat over 2025 een recordverlies leed van meer dan 3 miljoen euro.

Eerst richt Ansenk zich nog op de voorbereidingen voor de jubileumprogrammering van het Holland Festival, het internationale podiumkunstenevenement dat in juni 2027 tachtig jaar bestaat.

Haar medewerkers bij het Holland Festival roemen haar inhoudelijke, organisatorische én zakelijke gedrevenheid. ‘Ze weet iedereen op hun expertise en verantwoordelijkheid aan te spreken en mee te krijgen in een meerstemmig proces’, aldus Jochem Valkenburg, sinds 2011 programmamanager muziek en muziektheater. ‘Emily vertrekt altijd vanuit inhoudelijke ambities, maar ze zorgt ook voor een sterk zakelijk fundament.’

Voor het behoud van de artistieke relevantie van het grootste internationale kunstenfestival van Nederland moest Ansenk bij haar aanstelling in 2019 wel een stevig sprintje trekken. Van de geschiedenis van de podiumkunsten had de kunsthistorica weinig kaas gegeten. ‘Ze las zich ongelooflijk snel in’, aldus Valkenburg.

Jongste museumdirecteur

Ansink verdiende haar eerste sporen in de museumwereld. Op haar 25ste werd ze de jongste museumdirecteur van Nederland. Toenmalig bankdirecteur Dirk Scheringa las haar afstudeerscriptie over de invloed van het magisch realisme op hedendaagse kunst. Hij vroeg haar in 1996 zijn particuliere kunstverzameling, met magisch realistische kunstwerken van beroemde schilders als Carel Willink, Pyke Koch en Charlie Toorop, uit te bouwen tot het Scheringa Museum voor Realisme. In de twaalf jaar dat ze daaraan leiding gaf, kocht Ansenk liefst 1.200 kunstwerken aan.

Naast deze bevlogen maar ook dominante zakenman leerde Ansenk zich ferm staande te houden. In 2008, anderhalf jaar voordat het museum in Spanbroek failliet ging, werd Ansenk door Wim Pijbes, toenmalig directeur van de Kunsthal in Rotterdam, gevraagd te solliciteren op zijn functie vanwege zijn overstap naar het Rijksmuseum in Amsterdam.

Ansenks belangrijkste missie bij de Kunsthal werd het industriële gebouw van OMA-architecten Rem Koolhaas en Fuminori Hoshino, toegankelijker te maken voor een breed publiek. Ze liet het museum als een tierelier draaien met een veelheid aan blockbusters, onder meer gewijd aan mode en lifestyle, zoals het werk van de Franse ontwerper Jean Paul Gaultier, het Nederlandse duo Viktor&Rolf, de Franse ontwerper Thierry Mugler en de Duitse modefotograaf Peter Lindbergh. Bij openingen in Rotterdam zat Ansenk plots naast sterren als Cindy Crawford en Tina Turner.

Hiphop

Ook zette ze de deuren open voor samenwerking met de Rotterdamse hiphopscene, voor exposities over hiphop en streetwear. En ze trok naar buiten met gratis toegankelijke muziekperformances en (licht)installaties in het Museumpark, zoals van Daan Roosegaarde. Een zwarte bladzijde is de kunstroof in 2012, waarbij Roemeense dieven zeven waardevolle meesterwerken (van onder anderen Picasso, Matisse en Monet) in de Kunsthal Rotterdam buitmaakte. De geleende schilderijen uit een privécollectie werden nooit meer teruggevonden.

Het uitblijven van subsidie wist ze bij de Kunsthal om te buigen door haar zakelijke expertise en haar vermogen om samenwerkingen gedaan te krijgen. ‘Ik moet weten wat er binnenkomt en uitgaat. Daarop pas ik mijn artistieke ambities aan’, zei ze tegen Elseviers Weekblad. ‘Ik wil medewerkers inzicht geven in de financiële situatie en ook de financiële consequenties van projecten laten zien. Ik wil dat iedereen, liefst de suppoosten erbij, het eens is over het programma, zodat iedereen zich medeverantwoordelijk voelt.’

De samenhang tussen artistieke relevantie, een breed publieksbereik en financiële speelruimte bouwde ze verder uit tijdens haar directeurschap van het Holland Festival, waar ze in navolging van voorganger Annet Lekkerkerker verantwoordelijk is voor de artistieke en zakelijke leiding. Ook zette ze het model voort van ‘associate artists’: een of twee internationaal gerenommeerde podiumkunstenaars die voor de duur van één editie hun artistieke stempel op de programmering drukken, zoals William Kentridge in 2019, Angélique Kidjo in 2022 en Christiane Jatahy in 2024.

Festivalgevoel

Valkenburg erkent dat de keuze van de associate artist de ene editie beter uitpakt dan de andere, maar dat het nodig is om onverwachte samenwerkingen aan te boren en blinde vlekken in het artistieke programmateam op te sporen. Voor aankomend jaar is dat de Singaporese beeldend kunstenaar, film- en theatermaker Ho Tzu Nyen. De muziek- en muziektheaterprogrammeur looft Ansenk voor het vergroten van het festivalgevoel, de uitbreiding van de weekend- en nachtprogrammering en het binnenhalen van grootschalige performance-installaties.

Ansenk zegt voor zichzelf en de instelling waarvoor ze werkt altijd een soort ‘veranderagenda’ te hebben. Blijkbaar is die nu voor het Holland Festival voltooid.

Misschien dat ze bij Eye, als ze daar orde op zaken heeft gesteld, een vervolg kan geven aan de bejubelde filminstallatie Manifesto, in 2017 te zien in het Holland Festival, waarin Julian Rosefeldt met hoofdrolspeelster Cate Blanchett filosofische bespiegelingen verpakte in fantastisch acteerwerk en weergaloze beelden.

3x Emily Ansenk

Ansenk wist op haar 16de dat ze kunstgeschiedenis wilde studeren. Ze is opgeleid aan de Université de Provence (waar ze tevens een jaar Frans en literatuur studeerde) en de Universiteit van Utrecht.

Haar eerste kunstwerk kreeg ze van haar man voor haar afstuderen als kunsthistorica.

Ansenks overgrootmoeder is operazangeres Marie Verschuur, die onder haar artiestennaam optrad als Marie Schuré.

Source: Volkskrant

Previous

Next