is oud-politicus, adviseur en podcastmaker.
De zondag is heilig. Voor liberalen. Daar kwam ik achter toen ik met hen in een coalitie zat en de rechter in de Urgendazaak de staat een flinke tik op de vingers had gegeven. De top van het kabinet en de vier fractievoorzitters kropen daarna in een hok van een of ander ministerie voor zo’n vermaledijd coalitieoverleg. De rechter had – niet helemaal onbegrijpelijk – de staat aan zijn eigen beloftes gehouden en het kabinet opgedragen de CO2-uitstoot sneller te reduceren.
In dat hok gingen de vier coalitiepartijen – twee liberale en twee confessionele – op ‘megatonnenjacht’. Kundige ambtenaren hadden ten behoeve daarvan een menukaart opgesteld met alle maatregelen en hoeveel minder CO2 we daarmee in de atmosfeer zouden pompen.
Zo was er de optie van de versnelde sluiting van kolencentrales. Het zou leiden tot een campagnefoto waarop de toenmalige fractieleider van D66 en de huidige premier de Hemwegcentrale in Amsterdam aanwees als aanstaand slachtoffer van onze megatonnenjacht. We haalden alles uit de kast om extra gas te geven met ons klimaatbeleid. Alles? Echt álles? Nee, één heilig huisje bleek onaanraakbaar. Onbespreekbaar. Onaantastbaar.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik nam de menulijst van de ambtenaren door en mijn vinger gleed langs de opties en stopte even bij een maatregel die de CO2-uitstoot met maar liefst een megaton per jaar zou verminderen. Als we de winkeliers een dag vrijgeven en hun winkels op zondag dichthouden, zouden we het klimaat en Urgenda een goede dienst bewijzen. Natuurlijk legde ik die optie bij het coalitieoverleg op tafel. In de eerste glimlach op de gezichten van mijn coalitiegenoten zag ik dat ze hoopten dat ik een grapje maakte. Maar het werd in dat hok al snel duidelijk dat de koopzondag heilig was. Liever een halvering van andermans veestapel dan zelf een dag per week consuminderen.
Zelf zou ik de zondag nooit heilig verklaren. Althans, niet voor iedereen. Voor mezelf is het een speciale dag. Ik ken het heilzame en vrolijke ritme van de wekelijkse kerkgang. We hebben onze zondagse gezinsmomenten waarin we elkaar iets vertellen van het plezier en de uitdagingen in onze levens. We hebben die dag de betere maaltijden. Er is het wekelijkse bezoek aan mijn moeder in haar verpleeghuis. De zondag is voor mij de fijnste dag. Maar dat zou voor mij nooit reden zijn om hem daarom voor een heel land heilig te verklaren. Ik ben een verklaarde anti-theocraat. Des te bijzonderder dat die koopzondag bij liberalen wel de status van een collectieve heilige dag leek te hebben verkregen. Misschien wel tot onze schade.
Vorig jaar constateerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) dat we een hypernerveuze samenleving zijn geworden. We dreigen – en zeker jongeren – te bezwijken onder zelfopgelegde prestatiedruk. De stille ramp van burn-outs en psychische klachten heeft bijna de helft van de Nederlanders al wel een keer geraakt. Maar liefst één op de vier volwassenen lijdt er nu onder.
De RVS meldde ook de financiële schade ervan. We blijven Nederlanders. Maar hij noemde de 18 miljard euro per jaar nog ‘een onderschatting’, omdat de kosten van schoolverzuim en uitkeringen niet waren meegenomen. RVS-voorzitter Jet Bussemaker vond het helemaal prima als je met je eigen individuele zelf op zoek gaat naar een betere balans in je leven, maar – zo zei ze – we zullen ook weer op zoek moeten naar collectieve rust.
Een aantal christelijke, maatschappelijke en milieuorganisaties pakten de handschoen van de Raad op en presenteerden deze week het manifest ‘Ruimte voor rust’. Ze doen daarin de voorzichtige suggestie van een wekelijkse collectieve rustdag. Net zo ingetogen als ik de optie van winkelsluiting op zondag op de tafel van de toenmalige coalitie legde. Stel je voor, schrijven ze, een dag per week om weer op adem te komen. Een dag waarop de winkelier de benen kan strekken. Een dag met een megaton minder CO2-uitstoot. Stel je voor, een dag met een vriend. Met een boek. Met reflectie. Met tijd voor een lange maaltijd met geliefden. Stel je voor.
Met haar ‘Zondagmorgen’ verruimt Ida Gerhardt nog poëtischer onze geest.
Het licht begint te wandelen door het huis
en raakt de dingen aan. Wij eten ons vroege brood, gedoopt in zon.
Je hebt het witte kleed gespreid
en grassen in een glas gezet.
Dit is de dag waarop de arbeid rust.
De handpalm is geopend naar het licht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant