Home

Wat was de invloed van Rudi Fuchs op de Nederlandse kunstwereld? ‘Hij was een rolmodel, waar je je ook wel tegen móést verzetten’

Rudi Fuchs Zondag overleed kunsthistoricus en museumdirecteur Rudi Fuchs. Zijn invloed op de Nederlandse kunstwereld was groot. Maar wat was die invloed precies, en hoe ziet een nieuwe generatie zijn aanpak van toen? „Ik ben niet rouwig dat ikzelf niet zo’n baas had, maar ik waardeer zijn overtuiging van de kracht van kunst enorm.”

Rudi Fuchs bij het kunstwerk Seven Figures (1985) van Bruce Nauman in het Stedelijk Museum in 2003, bij zijn afscheidstentoonstelling Tot zo ver.

Een baanbrekend tentoonstellingsmaker of een solistisch romanticus die het publiek vergat? Hoe je kunsthistoricus Rudi Fuchs, die zondag op 84-jarige leeftijd overleed, ook ziet, hij was meerdere decennia een beeldbepalend figuur in de Nederlandse kunstwereld: als auteur, als curator, als directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven (1975-1987), het Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum) Den Haag (1987-1993) en het Stedelijk Museum Amsterdam (1993-2003). Volgens het Stedelijk Museum was Fuchs „een van de meest invloedrijke museumdirecteuren en curatoren van de laatste 50 jaar”.

Maar wat was die invloed nu precies? Uit een rondgang langs Nederlandse museumdirecteuren rijst een dubbel beeld op: aan de ene kant wordt Fuchs geprezen als een erudiet en enthousiasmerend curator die al vroeg kunstenaars op de kaart zette die later wereldberoemd zouden worden, onder wie Gilbert & George, Donald Judd, Georg Baselitz, Anselm Kiefer. Maar hij keek ook vooral vanuit zijn eigen voorkeur naar de kunst – en dat waren dan vaak bevriende, vooral mannelijke West-Europese kunstenaars -, en nam het minder nauw met de begroting of maatschappelijke doelstellingen van een museum. Fuchs past daarmee bij een type van de ‘romantische’ museumdirecteur dat inmiddels verdwenen lijkt te zijn. Tegelijk, juist bij een jongere generatie, wordt zijn aanpak in tijden van verzakelijking soms ook wel weer gemist.

Rudi Fuchs bij de muurschildering Wall Drawing van Sol LeWitt in het Stedelijk Museum in 2003, bij zijn afscheidstentoonstelling Tot zo ver.

Rein Wolfs (66), directeur Stedelijk Museum Amsterdam‘Soms verlang je weleens terug naar die dichterlijke aanpak, maar de tijden zijn veranderd’

Rein Wolfs.

„Er zaten twee kanten aan het directeurschap van Rudi Fuchs. Hij was misschien wel een van de laatste echt bevlogen museumdirecteuren. Niet zozeer een docent die de bezoeker aan de hand nam maar eerder een dichter, die altijd ageerde vanuit een artistieke aanpak.

Toen ik bijna klaar was met de studie kunstgeschiedenis, zag ik in het Van Abbemuseum zijn expositie Het ijzeren venster (1985-86). Daar zag ik dat je je niet aan de strikte chronologie hoefde te houden, zoals dat toen in de kunstgeschiedenis gebruikelijk was. Hij bouwde bruggen tussen periodes, zette verschillende tijden bij elkaar. Later deed hij dat ook in het Stedelijk met de Coupletten-reeks, Malevitsch tegenover Baselitz, conceptueel werk naast de nieuwe Duitse schilderkunst van de jaren tachtig. Daar was hij een meester in.

Als curator, als tentoonstellingsmaker, was hij in de jaren tachtig daarmee heel belangrijk voor nieuwe generaties, ook voor mij. In het Stedelijk is die invloed in onze niet-chronologische aanpak nog steeds te zien. Aan de andere kant denken we nu minder hiërarchisch in het museum, we geven meer aandacht aan andere regio’s in de wereld buiten de Europese kunst, zijn breder gaan programmeren. In het museum werken we niet meer alleen vanuit de genialiteitsgedachte van de grote iconische kunstenaars, we nemen meer afstand, letten meer op context waarin kunst is ontstaan.

Fuchs programmeerde zuiver vanuit zijn subjectieve positie. Dat zou maatschappelijk nu niet meer geaccepteerd worden. Ja, soms verlang je weleens terug naar die tijd van de dichterlijke, subjectieve aanpak, maar de tijden zijn veranderd: musea hebben nu een grotere maatschappelijke, en ook economische verantwoordelijkheid.”

Margriet Schavemaker (55), directeur Kunstmuseum Den Haag, bijzonder hoogleraar Media en kunst UVA‘Fuchs kon heel boos op mij worden: „Hoe durft u: de kunst wordt hier als illustratie gebruikt”‘

Margriet Schavemaker.

„Fuchs kon heel boos op mij worden. In het Stedelijk – ik was er toen hoofd collecties, hij was geen directeur meer – maakten we de tentoonstelling Het Stedelijk in de oorlog (2015), over de omgang van het museum met roofkunst voor en in de Tweede Wereldoorlog. We hadden allemaal dossiers op tafel gelegd, het omstreden Bild mit Häusern (1909) van Kandinsky hing er ook. ‘Professor Schavemaker’, zei hij – hij zei dat ‘professor’ er altijd expres erbij – ‘hoe durft u: de kunst wordt hier als illustratie gebruikt’. Die boosheid was echt, het raakte een heel diepe snaar bij hem.

Fuchs was tegen context, tegen tekstbordjes, hooguit de naam en de titel mochten genoemd worden; het kijken naar kunst stond voorop. Ik leerde hem kennen op de Universiteit van Amsterdam, een links bolwerk in de jaren negentig, waarin kunst vooral werd onderwezen in een historische en maatschappelijke context. Daar stond men kritisch tegenover Fuchs met zijn radicaal formalistische benadering. Maar hij ging de discussie erover niet uit de weg. Toen ik als directeur in Den Haag begon, feliciteerde hij me. Hij belde me een jaar lang bijna elke dag, zei dat ik in het depot naar dit of dat kunstwerk moest kijken. Er school een enorme liefde voor de kunst in.

Fuchs was een kunstpaus maar tegelijk ook een rolmodel, waar je je ook wel tegen móést verzetten. Mijn eigen aanpak, ook als directeur van het Kunstmuseum, is heel anders – ik kies ervoor om vrouwelijke makers een podium te geven – maar ik heb er wel van geleerd. Maar missen we in Nederland nu zijn aanpak als directeur? Ik hou van zijn radicaliteit, maar publieke musea moeten zich bewust zijn van de maatschappij waarin ze staan.”

Wim Pijbes (65), voormalig directeur Rijksmuseum Amsterdam en Kunsthal Rotterdam, nu directeur Droom en Daad Rotterdam‘Hij was een Bildungsbürger-directeur. Hij had ook altijd een dichtbundeltje in zijn jaszak’

Wim Pijbes, 2025.

„Ik noem het altijd het dierenkwartet, de grootheden – grote ego’s ook – die in de jaren tachtig en negentig de grote musea in Nederland leidden. Henk van Os in het Rijks, Ronald de Leeuw in het Van Gogh, Rudi Fuchs [vos] in het Stedelijk, Wim Beeren in het Boijmans. Ik ging als student kunstgeschiedenis naar het Van Abbe toen Fuchs er directeur was. Hij kon heel goed ‘hangen’ [werk ophangen], hij liet het oog leiden. Maar ik zag toen ook al dat die aanpak voor de happy few was; ik had zelf meer met Van Os, die bussen vol naar het museum kreeg.

Je zou Rudi Fuchs een Bildungsbürger-directeur kunnen noemen. Hij had ook altijd een dichtbundeltje in zijn jaszak. Een directeur voor kunstenaars, hij ging met ze in gesprek, kende veel van hen persoonlijk. Ja, dat overromantische van Rudi Fuchs missen we soms in de Nederlandse musea. Fuchs zou gek zijn geworden van de vele regeltjes en codes die daar nu gelden. Eigenlijk kwam Fuchs ook net te laat in het Stedelijk. Zijn manier van het directeurschap invullen was toen al niet meer in sync met deze tijd, hij zou gebaat zijn geweest met een goede zakelijk directeur die hem ervoor had behoed te ver op de troepen vooruit te lopen. Anders ga je soleren, en daarvoor is het Stedelijk te groot.

Je zou kunnen zeggen: het type museumdirecteur zoals Fuchs is zelf museaal geworden. Het past niet meer in de grote publieke musea, alleen nog in zelfstandige particuliere musea als Voorlinden of De Pont.”

Maria Schnyder (40), sinds 1 oktober directeur De Pont Museum in Tilburg‘In zekere zin delen wij nu zijn aanpak van toen: het kunstwerk staat voorop’

Maria Schnyder.

„Ik kwam in 2009 van Zwitserland naar Nederland en heb Rudi Fuchs niet persoonlijk gekend. Maar ik weet wel waar hij voor stond, en in zekere zin delen wij in De Pont nu zijn aanpak van toen: de kunstenaar, het kunstwerk, staat bij ons voorop. Dat betekent niet dat een kunstwerk geen maatschappelijke lading heeft, maar het begint bij de kunstenaar. Het kunstwerk wordt geen boodschap opgelegd, het is niet doelgericht, het wordt niet tot illustratie van een maatschappelijk verhaal – en dat is, juist in een tijd die zo resultaatgericht is als die van ons, van belang. En het is waar: dit kúnnen wij als particulier museum ook makkelijker doen, zonder opdracht van de overheid, dankzij financiële onafhankelijkheid.  

Als directeur van een nieuwe generatie kijk ik op een dubbele manier naar de generatie van Fuchs; in België zag je dit type directeur bij Jan Hoet. Zij konden zich veroorloven om vanuit een heel persoonlijk oogpunt te opereren, maar dan wel met publiek geld. Dat is een positie die in de huidige tijd niet meer houdbaar is, maar ze kregen wel veel voor elkaar. Ik ben niet rouwig dat ikzelf niet zo’n baas had, maar ik waardeer hun overtuiging in de kracht van kunst enorm.”

Steven ten Thije (45), hoofd collecties Van AbbeMuseum:‘Het eerste wat hij deed, was de educatieafdeling min of meer afschaffen. Maar zijn manier van educatie was anders’

Steven ten Thije.

„Fuchs durfde risico’s te nemen. Ik herinner me nog heel goed wat Fuchs zei toen hij in 2009 in het Van Abbe als gastcurator een tentoonstelling maakte, waar ik toen net was begonnen: ‘De kunstwerken moeten in een expositie hangen als parlementariërs zonder last en ruggespraak.’ Fuchs bedoelde daarmee: de kunstwerken moeten vrij kunnen spreken. Hij was nooit een uitgesproken politieke maker, maar in deze opvatting zie je toch een subtiele politieke visie terug. Want Anselm Kiefer, die Fuchs als de eerste in Nederland tentoonstelde in het Van Abbemuseum, sneed ook politieke thema’s aan met zijn werk.

Natuurlijk zou ik zelf tentoonstellingen niet meer maken zoals hij dat deed. Want wat toen als autonome, universele vrije kunst werd gezien, was gekleurd door zijn eigen blik, en die was westers, Europees. Maar ik sta dubbel tegenover zijn aanpak, want met zijn romantische opvatting heb ik wel affiniteit. Romantiek gaat ervan uit dat je vanuit je eigen ervaring verbinding maakt met de ander. Goed leren kijken, wat centraal staat bij Fuchs, verrijkt jezelf, maar maakt je ook een beter medemens. 

Het eerste wat Fuchs deed in het Van Abbe was min of meer de educatieafdeling afschaffen. Maar zijn manier van educatie was anders. Hij hing werken naast elkaar, en liet bezoekers zien wat er gebeurt in dat kijken, als ze er de tijd voor willen nemen. Ik hoop ook dat onze bezoekers dat doen, dat je kunst niet in één keer hoeft te begrijpen, het is geen snoepje. Juist in deze tijd, waarin alles wat we niet direct begrijpen als niet-efficiënt wordt gezien, is het weer belangrijk dat deze blik op kunst een eigentijdse vorm krijgt.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Beeldende kunst

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next