Tegen vier vrouwen die worden verdacht van het plegen van grafschennis op begraafplaats Rusthof in Amersfoort zijn taakstraffen van veertig tot tweehonderd uur geëist. De strafzaak ging woensdag van start. Onder anderen de moeder van een van de overleden kinderen nam het woord.
De paranormale sessie werd in het najaar van 2021 ontdekt nadat een vader van een overleden kind een camera op de begraafplaats had gevonden. Daarop stond een video van een paranormaal ritueel rond een kindergraf, na sluitingstijd van de begraafplaats. Tientallen nabestaanden deden vervolgens aangifte van grafschennis.
De vier verdachten hebben deelgenomen aan de paranormale sessie en hebben daarbij een actieve rol gehad. De verdachten komen uit Hoevelaken, Ter Aar, Waalwijk en Rotterdam. Slechts een van de verdachten, de 81-jarige Irene B. uit Hoevelaken, woonde de strafzaak bij.
De verdachten maakten video's en stuurden die naar elkaar in een appgroep met de naam Onderzoeksgroep Rusthof. Ze plaatsten gekleurde lichtjes in de vorm van balletjes op kindergraven, waardoor ze naar eigen zeggen met de overledenen konden communiceren. De verdachten bezochten graven van zowel volwassenen als kinderen. De overledenen werden gevraagd te antwoorden op vragen door de lichtjes te bedienen. Zo werd gevraagd: "Hield je van voetbal? Zou je het lampje kunnen laten branden?"
"De verdachten zijn paranormaal onderzoek gaan doen, uitsluitend ter bevrediging van hun eigen nieuwsgierigheid", zei de officier van justitie woensdag. De strafzaak is volgens hem uniek, omdat de rechtbank antwoord moet geven op de vraag of paranormaal onderzoek een vorm van grafschennis is.
Een van de moeders van de overleden kinderen nam het woord in de rechtbank en zei dat haar vertrouwen in de begraafplaats is geschonden. "We leven niet alleen met het gemis, maar ook met vragen over wat er precies is gebeurd. Wat is er gezegd en wat is er aangeraakt? Waarom is het gedaan op een plek waar kinderen liggen? We hebben ons kind daar achtergelaten, omdat we dachten dat het daar veilig was."
De vrouw vraagt om een symbolische schadevergoeding van 1 euro. "Onze werkelijke schade is onbetaalbaar en onherstelbaar. Het raakt ons, onze familie en onze vrienden elke dag."
Tegen Deborah M. (49) uit Ter Aar is 200 uur taakstraf geëist. Tegen de Waalwijkse Manon G. (42) eiste het Openbaar Ministerie een taakstraf van 180 uur. Tegen Kimmy B. (37) uit Rotterdam is een taakstraf van 120 uur geëist. Irene B. (81) uit Hoevelaken hoorde een taakstraf van 40 uur eisen, omdat zij volgens justitie een ondergeschikte rol had.
Source: Nu.nl algemeen