Home

Schaatser Tim Prins over zijn rampzalige olympische jaar: ‘De rest begon te shinen, terwijl mijn kaarsje uitging’

Tim Prins | schaatser Het duurde lang voordat Tim Prins de tegenslag van vorige winter – hij mocht niet naar de Spelen na een ongelukkig kwalificatietoernooi – had verwerkt. „Het voelde alsof ik niet meer bij het topschaatsen in Nederland hoorde.”

Tim Prins tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf.

Tim Prins heeft lang naar dit weekend uitgekeken. Vrijdag begint het wereldbekerkwalificatietoernooi, waar de startbewijzen voor internationale schaatswedstrijden binnengehaald moeten worden. Het is het begin van een nieuw seizoen, een frisse start voor alle Nederlandse topschaatsers na een bewogen olympisch jaar. In het bijzonder voor Prins, die tot zijn grote frustratie niet naar Spelen mocht.

Een paar weken geleden presenteerde Team Reggeborgh, grootverdiener in olympische eremetaal in Milaan, de nieuwe ploeg. In Rijssen, thuisbasis van de hoofdsponsor, was er uitgebreid aandacht voor het marathonteam, de nieuwelingen, de olympische medaillewinnaars. Pas op het eind werd de 23-jarige Prins met een aantal anderen op het podium gevraagd. Niet erg, zei de blonde Fries na afloop. Zo kon hij zo lang mogelijk op „een chille stoel” in het theater blijven zitten in plaats van op een harde tribune op het podium – goed tegen stijve benen. „Dat is het voordeel van geen olympisch kampioen zijn”, zei Prins met een flinke portie zelfspot.

Natúúrlijk had hij er liever wel gezeten. Maar afgelopen winter ging het tijdens het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Thialf helemaal mis voor Prins, die tot de wereldtop behoort op de 1.000 en 1.500 meter. Eerst verloor hij op de 1.000 meter in een direct duel van Kjeld Nuis, met 0,005 seconde. Dat betekende dat de veteraan Nuis, en niet Prins, op die afstand naar de Spelen in Milaan mocht.

Wat Prins toen nog niet kon weten, was dat die uitslag later nog meer verstrekkende gevolgen zou hebben. Op de 1.500 meter reed hij wel naar een resultaat dat volgens de ‘prestatiematrix’ genoeg was voor een olympisch startbewijs. Maar omdat meer Nederlandse mannen zich in die matrix hadden geschaatst dan er startbewijzen waren, moest er eentje sneuvelen. Dat werd Prins. De schaatsbond gaf de voorkeur aan de andere kandidaat-afvaller Marcel Bosker, die ook op de ploegenachtervolging in actie kon komen.

En het wrange was: Nuis, die door Prins verslagen werd op de 1.500 meter, kreeg vervolgens Prins’ ticket op die afstand.

Bestolen

Gebroken, woest en boos was Prins daarover, liet hij destijds blijken in de media. Hij voelde zich bestolen. Ineens, zegt hij in een interview na de teampresentatie een paar weken geleden, behoorde hij niet meer tot de beste schaatsers van Nederland. „De rest begon te shinen, terwijl mijn kaarsje uitging.”

In plaats daarvan kregen randzaken de overhand in het schaatsleven van Prins. „Met die klotematrix, met ruzie met de bondscoach en de technisch directeur. Ik kwam voor mezelf op en vond dat ik gelijk had, maar ergens dacht ik ook: waarom moet dit? Ik wil hier helemaal niet mee bezig zijn.”

Prins in actie op de 1.000 meter tijdens de NK allround en sprint.

Het was een periode waarin topprofessional Prins even geen plezier meer beleefde aan het schaatsen. Hij is in zijn team vermaard om zijn discipline – „daar kan ik niet aan tippen”, zegt ploegmaat en goede vriend Jenning de Boo –, zelf heeft Prins zich wel eens als ‘maniakaal’ omschreven. Maar toen hij niet meer op het hoogste niveau mocht uitkomen, niet in de positie kon komen om te winnen, kon hij het niet meer opbrengen. Ook een poging zich na de Spelen voor het WK sprint te kwalificeren, mislukte. „Met de volle 100 procent getergd aan de start staan, dat lukte na het OKT niet meer.”

Hoog tijd om de zinnen te verzetten – samen met De Boo en twee andere vrienden reisde Prins voor een vakantie naar Zuid-Afrika. Daar dacht de Friese schaatser twee weken lang „geen seconde” aan schaatsen. „Overdag naar het strand of op safari, ’s avonds elke dag uit eten en naar nieuwe barretjes”. Bij een serie foto’s van die trip die Prins op Instagram plaatste, schreef hij: „What even is cortisol?”, doelend op het gebrek aan stress.

Een paar kilo te zwaar keerde Prins terug naar Nederland, maar het was een verzetje dat hij hard nodig had. Al moest hij daarna van ver komen, niet alleen omdat hij in Zuid-Afrika uitgebreid van het goede leven had genoten, maar ook omdat het voorgaande seizoen doorwerkte in zijn lichaam. „Als je drie maanden lang rondrijdt met negatieve energie, dan pleeg je roofbouw op je lichaam.”

Prins werd in mei op het eerste trainingskamp in Mallorca aan alle kanten voorbij gefietst. Een klim waar hij vorig jaar een uur over deed, kostte hem nu twintig minuten langer. „Ik dacht alleen maar: doe even rustig joh, als er weer een ploeggenoot op kop ging rijden”. Maar langzamerhand verbeterde zijn conditie en op een gegeven moment fietste hij zelf weer op kop. „Ik heb met name in augustus en september harder getraind dan ooit. Nu moet blijken of dat ook het slimst was.”

Records breken

De teleurstelling van afgelopen winter heeft inmiddels een plek gekregen, zegt Prins in Rijssen. „Ik zie het leven van een topsporter zo dat je vooral teleurstellingen ervaart met af en toe een hoogtepunt. En ik moet het uiterste uit mezelf halen om ervoor te zorgen dat die hoogtepunten er komen”. Zijn analyse van het OKT heeft Prins bijgesteld: hij was zelf niet goed genoeg, eigen schuld. „Ik moet ervoor zorgen dat ik zo goed word dat ik nooit meer in die positie terecht kom.”

Zo probeert Prins de frustratie van vorig jaar om te zetten in brandstof voor het nieuwe seizoen. Hij wil medailles winnen bij wereldbekerwedstrijden en zijn persoonlijke records verbeteren. „Ik durf nu eindelijk weer aan ‘beter dan ooit’ te denken. En dat record op de 1.000 meter [uit januari 2024] staat nu al veel te lang.” Aan het eind van het seizoen wil Prins zich plaatsen voor de WK afstanden en daar goed presteren. Zeker één keer in zijn topsportcarrière wil hij wereldkampioen worden, „en liever dit jaar dan volgend jaar. Met die mindset zal ik altijd blijven rondschaatsen”.

Maar Prins gunt zich misschien net wat meer tijd dan vóór de Olympische Spelen. Tot dat moment liep zijn carrière vrijwel in een rechte lijn omhoog en ging hij steeds sneller. „Door afgelopen jaar miste ik voor het eerst de aansluiting met de jongens die wel zijn doorgebroken, terwijl ik voor mijn gevoel net zo goed ben.” Hij weet nu: het belangrijkste is dat je goed bent op het moment dat het moet; dan moet de knop om.

„Stadig aan” dus, aldus de in Joure geboren Prins – rustig aan. Al kan hij niet wachten op de start van het nieuwe seizoen, voor hem komende vrijdag op de 500 meter. „Dan begint iedereen weer op nul. Daar ben ik heel erg aan toe.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Schaatsen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next