In Israël zijn de parlementsverkiezingen uitgelopen op de nek-aan-nekrace die al was voorspeld. De voorlopige uitslag geeft geen enkele zekerheid over de richting die het land opgaat. Wat is er al wél over te zeggen?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Degenen die hoopten dat het eindelijk afgelopen zou zijn met Benjamin Netanyahu, zitten voorlopig nog met hem opgezadeld. En degenen die hoopten dat zijn uiterst rechtse regering haar werk kon voortzetten, ziet dat deze haar meerderheid heeft verloren. Wat er wel duidelijk is: Netanyahu wordt met zijn Likoedpartij de grootste met – nu 85 procent van de stemmen is geteld – 26 zetels, tegenover 21 voor Yashar van zijn belangrijkste tegenstrever Gadi Eisenkot.
Maar het gaat niet alleen om deze twee partijen: de echte vraag is wie de meeste kans heeft om een coalitie te vormen. Op het eerste gezicht zou je zeggen dat een meerderheid van de Israëliërs tegen de regering van Netanyahu heeft gestemd. Van de 120 zetels in de Knesset gaan er immers 66 naar partijen die geen deel uitmaken van zijn huidige coalitie – meer dan de 61 zetels die nodig zijn om een regering te vormen.
Maar 19 van deze zetels zijn voor de Israëlisch-Arabische partijen. Dat is ongekend: een groot deel van deze minderheid, 20 procent van de bevolking, bleef op verkiezingsdagen altijd thuis omdat het geen deel wilde uitmaken van de staat Israël, of omdat het dacht dat stemmen toch geen zin had. Maar dit jaar zijn de Israëlische Arabieren massaal gaan stemmen en is een van hun partijen de derde van het land geworden.
Deze partijen hebben aangegeven graag koffie te gaan drinken met de formateur. Maar in de campagne wakkerde Netanyahu zo veel angst aan voor ‘de Arabieren’, dat Eisenkot zichzelf gedwongen voelde om te beloven onder geen beding met deze partijen in zee te gaan.
Zonder deze groep is het voor Eisenkot onmogelijk om een regering te vormen: het Joodse ‘geen Netanyahu’-kamp heeft slechts 48 van de 120 zetels behaald. Maar ook Netanyahu komt, met de 54 zetels die zijn huidige coalitie heeft gewonnen, niet aan een meerderheid.
Het wordt dus een verdraaid lastige puzzel. Volgende week woensdag voert president Isaac Herzog de eerste verkennende gesprekken met de partijen en waarschijnlijk wijst hij daarna Eisenkot aan als formateur. Deze opdracht gaat in Israël namelijk niet per se naar de grootste partij, maar naar degene met de grootste kans om een regering in het zadel te krijgen.
Achter de schermen zouden Eisenkot en de Israëlisch-Arabische partijen al spreken over mogelijkheden, maar het is niet te voorspellen of Eisenkot het echt aandurft. Ook als het louter om Arabische steun bij een minderheidsregering zou gaan, breekt Eisenkot een verkiezingsbelofte. Daarnaast is het onzeker of hij alle andere oppositiepartijen over de streep zou kunnen trekken om dit ‘verraad’ te accepteren.
Als formateur heeft Eisenkot 28 dagen plus (indien nodig) twee weken verlenging om eruit te komen. Als dat niet lukt, mag Netanyahu een poging doen om een regering te vormen. Op dit moment lijkt het onmogelijk dat hij er wél in zou slagen om aan de benodigde 61 zetels te komen, maar het anti-Netanyahukamp is er niet gerust op: in het verleden is het hem vaker gelukt om mensen die eerst tegen hem waren, te verleiden om over te lopen.
Mocht ook Netanyahu geen regering uit de hoge hoed toveren, dan worden er opnieuw verkiezingen uitgeschreven. Een nachtmerriescenario waarvoor president Herzog al heeft gewaarschuwd: Israël al zo verdeeld, terwijl de problemen waarmee het land (en de hele regio) kampt zo groot zijn.
Vooralsnog worstelt vrijwel iedereen in Israël dus met een kater. Uit de extreem hoge opkomst van 77,7 procent blijkt hoezeer het land snakt naar duidelijkheid. Met deze uitslag zit iedereen voorlopig met lege handen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant