Pensioenfondsen ABP en PME staan er beter voor dan een kwartaal eerder. Het is in economisch onrustige tijden nog even volhouden tot 1 januari, als het geld verdeeld gaat worden over de pensioenpotjes van deelnemers.
Het was een onrustig derde kwartaal voor ABP, zegt bestuursvoorzitter Harmen van Wijnen. "De oorlog in het Midden-Oosten laaide op en de rente steeg fors door de almaar toenemende overheidsschulden in onder andere de Verenigde Staten en Frankrijk." ABP is het pensioenfonds voor de overheid en het onderwijs.
Door de stijgende rente leverden beleggingen minder op, waardoor het vermogen van ABP naar 542 miljard euro daalde. "Maar door de stijgende rente daalden de pensioenverplichtingen naar verhouding sterker, naar 411 miljard euro." Het pensioenfonds hoefde door de hogere rente minder vermogen te reserveren.
Dan is er de dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de waarde van alle opgebouwde pensioenen. Die groeide bij ABP van 126,9 naar 132,2 procent.
Bij PME, het pensioenfonds voor (oud-) werknemers in de metaal- en techindustrie, steeg de dekkingsgraad in het derde kwartaal van 127,7 naar 132,8 procent. Ook daar is in verhouding dus meer vermogen ten opzichte van de pensioenen die moeten worden uitgekeerd.
Op 1 januari gaan PME en ABP over naar de nieuwe pensioenregeling. Dat betekent het einde van de dekkingsgraad. Bij de overgang hoopt ABP op een dekkingsgraad van minstens 110 procent. Hoe meer geld er dan is bij de pensioenfondsen, hoe meer geld dan wordt verdeeld over de pensioenpotjes van deelnemers.
"Als de economie en de rente geen grote schommelingen vertonen, kunnen onze pensioengerechtigde deelnemers gemiddeld genomen rekenen op een verhoging van hun pensioen in 2027 met 12,6 procent", zegt PME-bestuursvoorzitter Alae Laghrich. "Dat is een mooi vooruitzicht, maar we moeten ook duidelijk zijn: het definitieve bedrag staat pas begin volgend jaar vast."
Source: Nu.nl algemeen