Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: allerlei regeltjes.
ILLUSTRATIE SUZAN HIJINK
Regels hebben een imagoprobleem. Vraag een willekeurige voorbijganger op straat wat-ie van regels vindt en het antwoord is waarschijnlijk negatief, of op z’n hoogst neutraal; „tsja, we hebben het er maar mee te doen, hè?”
We zien regels als obstakels tussen ons en onze dromen, van bovenaf opgelegde vrijheidsbeperking, hinderlijke bemoeienis. „Vijftien miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde”, zongen Fluitsma & Van Tijn al in 1996, „die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde.” In een ode aan De Nederlander wordt expliciet benoemd dat ‘wij’ niet zo van de regels zijn, dat vinden we een mooie eigenschap. Zo supermooi, dat Vincent Karremans (VVD) zich als minister van Economische Zaken voornam om 500 regels voor ondernemers te schrappen.
Want het zijn met name ondernemers en hun politieke belangenbehartigers die de godganse dag klagen over ‘regeltjes’, waar mogelijk met zo’n verkleinwoord. Zeg dat ondernemers aan ‘bepaalde regels’ moeten voldoen en het klinkt nog best redelijk, zeg dat ze zich aan ‘allerlei regeltjes’ moeten houden en het voelt meteen als gezeik.
Coen van Oostrom van lobbyclub VNO-NCW maakte het eerder deze maand in Nieuwsuur juist groter. Volgens hem zullen we een „hele mooie explosie van ondernemerschap gaan zien”, als we maar iets doen tegen „die dikke deken van wet- en regelgeving die over het bedrijfsleven heen hangt.” Regels als donkere wolken die de zon blokkeren waar we allemaal zo naar snakken. Types als Van Oostrom staan zichzelf dat soort beeldspraak toe, omdat ondernemerschap in hun wereldbeeld per definitie iets goeds is. Het zou innovatie aanjagen, de economie stimuleren en voor werkgelegenheid zorgen.
De steenrijke durfkapitalist Nick Hanauer, die in tegenstelling tot andere miljardairs pleit voor hogere belastingen voor de superrijken, spreekt dat tegen in een TED Talk: „Als ondernemers zeggen banen te creëren, dan is dat een beetje als eekhoorns die beweren verantwoordelijk te zijn voor de evolutie”. Ondernemers profiteren van een economie waar consumenten genoeg te besteden hebben. Dat geeft ze de gelegenheid mensen aan te nemen en dat heeft niets te maken met liefdadigheid: de enige reden dat je een baan hebt is omdat iemand met meer geld dan jij een manier heeft gevonden om meer aan jou te verdienen dan dat je betaald krijgt.
Ook in de nieuwe Quote 500, die deze week verscheen, stikt het van de ondernemers die minder regels willen. De hardste stijgers komen uit sectoren waar de regelgeving nog een inhaalslag heeft te maken; crypto-boeren en handige AI-jongens. Hoe zij precies bijdragen aan een gezondere economie is mij een raadsel, maar ik wens ze veel succes.
Wat nog weleens wordt vergeten, is dat regels zijn bedacht om iets te beschermen. Het milieu bijvoorbeeld, de volksgezondheid of onze privacy. Volgens Marijke Vuik van MKB Nederland worden regels te veel gemaakt vanuit wantrouwen: „Doordat er te veel wordt gekeken naar die ene procent van de ondernemers die zich misdraagt, raakt het hele ondernemerslandschap dichtgetimmerd met steeds meer regels.” Maar regels bepalen niet of ondernemers het spel kunnen spelen, maar vooral welk spel er gespeeld wordt. Er is altijd wel een bedrijf dat de ruimte pakt die de regels bieden. Dus als je de milieuregels versoepelt, worden bedrijven die wel milieuvriendelijk willen werken weggeconcurreerd door bedrijven die daar lak aan hebben.
Natuurlijk moet je regels zo nu en dan evalueren. Hebben ze wel het beoogde effect? Beschermen ze nog wel wat ze moeten beschermen of zitten ze – inderdaad – vooral in de weg? Maar met te veel regels winnen misschien de mierenneukers; met te weinig regels winnen de klootzakken.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie