Home

Volstrekt irrationele haat voor iets triviaals, daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Even iets heel anders’, zegt mijn vriend tegen me. We zitten in een kantine. Hij eet een broodje met rubberachtige mozzarella en pesto, ik kijk toe. Hij neemt een hap, kauwt en veegt daarna met de rug van zijn hand langs zijn mond. ‘Soep’, zegt hij en hij knikt naar een meisje aan een andere tafel. Ze hapt net een lepel soep, een donkere bouillon met stukjes groenten erin. ‘Waarom eten mensen soep?’ Ik heb een gevoel waar dit heengaat en knik. Ga vooral door.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Je eet toch geen soep?’, gaat hij verder. ‘Tenzij je ziek bent. Het is niets. Soep. Doe normaal.’ Hij neemt weer een hap van zijn broodje. Misschien is hij stiekem de auteur van een tweet die ik lang geleden las, maar die me altijd is bijgebleven: ‘Ik haat mensen die geobsedeerd zijn door soep. Denk je dat we in een verhaal van Charles Dickens leven of zo?’ De volstrekt irrationele haat voor zoiets triviaals, daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben.

Maar even serieus: niets mis met een stevige pompoensoep toch? Of een mooi bord tomatensoep? ‘Nee, tomatensoep prima’, zegt hij kauwend, ‘als hij rijk gevuld is en je er allemaal lekkere dingen bij eet. Maar dit…’, hij kijkt naar het meisje dat lusteloos de bruine soep met drijvende stukjes groenten naar binnen lepelt. ‘Dit scheppen mensen dus uit een trog.’ Ik heb ze inderdaad zien staan, die grote tonnen soep. En dan een mexicano erbij.

Ieder zijn ding, zou je zeggen. Leef en laat leven. Dat is inderdaad de richtlijn. Maar daar mag best hier en daar een uitzondering op worden gemaakt. Mijn vriend heeft soep, ik krijg kortsluiting als ik afspreek met iemand om koffie te drinken en diegene bestelt dan thee.

‘Ja, maar het is earl grey en daar zit dus ook cafeï…’ Nee. Wat het probleem precies is, kan ik niet goed verwoorden, maar Jerry Seinfeld kwam ooit aardig in de buurt. In een aflevering van Comedians in Cars Getting Coffee discussieert hij met vriend-collega Larry David over diens keuze om een kop thee te drinken tijdens een koffiedate. ‘Weet je wat het is?’, legt Seinfeld uit, ‘wij gaan samen naar een ijssalon. Ik bestel een hoorntje. En jij neemt een salade.’

‘Over soep gesproken’, zeg ik terwijl mijn vriend de laatste hap van zijn broodje neemt, ‘ook handig om in te slaan: bouillonblokjes.’ Voor de soep ter sprake kwam, hadden we het over preppen en wat te doen als de Russen komen. Opwindradio, kookstelletje, rijst, pasta. ‘En je badkuip vol laten lopen.’

‘Waarom eigenlijk?’, vraagt mijn vriend. Zodat er alvast 200 liter water staat. Lekker veel soep maken.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next