Home

Cellist Raphaela Gromes over de vrouwelijke componisten die ze nooit hoorde: ‘In welke muziekwereld ben ik eigenlijk opgevoed?’

Donderdag begint de Cello Biënnale Amsterdam, het grootste cellofestival ter wereld. Daar speelt cellist Raphaela Gromes muziek die lang niet klonk – want: gemaakt door vrouwen. Een interview over het wie en waarom, plus de beste festivaltips.

schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera.

Cellist Raphaela Gromes (35) voelde eerst verbazing, toen ergernis, toen woede. In het voorjaar van 2020, de beginnende coronatijd, vulde ze haar dagen met het speuren naar klassieke muziek die was gecomponeerd door vrouwen. Enerzijds raakte ze enthousiast: op het web zwierven stapels bladmuziek rond. Meteen daarna kwam de verontwaardiging. ‘Van de meeste vrouwen had ik nog nooit gehoord. In welke muziekwereld was ik eigenlijk opgevoed?’

Sindsdien wijdde Gromes twee cd-albums en een boek aan componerende vrouwen. Ze blies nieuw leven in de cellomuziek van verdonkeremaande componisten als Luise Adolpha Le Beau, Victoria Yagling en Marie Jaëll. Van Jaëll speelt ze donderdag, bij de opening van de Cello Biënnale Amsterdam, de Nederlandse première van het Celloconcert uit 1882.

Zet er een mannennaam boven, zei Franz Liszt, en die muziek staat op alle lessenaars. Toch kwam Jaëll net als vrijwel alle componerende vrouwen terecht in het grote vergeetboek. Ooit gehoord van Matilde Capuis, de verlegen Italiaanse? Of van Maria Herz, de auteur van een verrassend vitaal celloconcert?

Drempels en obstakels

In het boek Fortissima!, dat ze samen met de Duitse musicoloog Susanne Wosnitzka schreef, volgt Gromes de werdegang van tientallen componerende vrouwen. Ze detecteert de drempels die ze moesten nemen, de obstakels waar ze tegenaan liepen. Niet alleen mannen overigens blokkeerden de weg, zegt Gromes. ‘Nog tijdens mijn studie in München hoorde ik een Professorin zeggen dat vrouwen geen genie hebben, dat hun muziek niet het spelen waard is.’

Die scepsis ontmoet Gromes tot op de dag van vandaag. ‘Als ik aan musici vertel wat ik in mijn zoektocht zoal tegenkom, krijg ik vaak de reactie: maar componeerden er dan echt zoveel vrouwen? En weet je wel zeker dat die muziek goed is? Van de weeromstuit werd ik feminist.’

Niet dat het veld er compleet blanco bij ligt. Nederland kent bijvoorbeeld de Stichting Vrouw & Muziek, die tientallen Nederlandse componistes boekstaaft. Gromes raadpleegde het Archiv Frau und Musik in Frankfurt, een walhalla dat ruim 2.200 componerende en dirigerende vrouwen documenteert van de 9de eeuw tot nu.

Zelfde gezin, zelfde talent

Áls een vrouw al de kans kreeg te componeren, bijvoorbeeld omdat ze opgroeide in een muzikantengezin of in een gefortuneerde familie, betekende dat nog niet dat ze het vak in kon, zegt Gromes. Neem Fanny Mendelssohn (1805-1847), de oudere zus van de vermaarde Felix. ‘Zelfde gezin, zelfde talent, maar Fanny’s vader eiste dat ze zich zou wijden aan haar ‘eigenlijke beroep’: dat van huisvrouw.’

Of denk aan Clara Schumann (1819-1896), de sterpianist die trouwde met de beroemde Robert. Clara schreef nota bene zelf: ‘Een vrouw moet niet willen componeren. Dat lukte nog niemand en dan zou ik ervoor in de wieg zijn gelegd?’ Terwijl ze de prachtigste muziek schreef, zegt Gromes. ‘Als je wordt grootgebracht met dat soort ideeën, doet dat kennelijk iets met je zelfvertrouwen.’

Een slimme en welgestelde vrouw keek dan ook wel drie keer uit. Geen vent voor Marianna Martines (1744-1812), de Weense die zichzelf uit de kringen rond de componist Joseph Haydn katapulteerde. Man noch kroost voor Emilie Mayer (1812-1883), de Duitse die voor haar puike symfonieën werd beloond met vergetelheid.

Componeren vrouwen anders?

Planken vol verhalen heeft Gromes over vrouwen die wel mochten baren, maar niet mochten scheppen. En als ze dat toch deden, was er altijd nog de achtervang van de geschiedschrijving. Nu hun overlijden werden ze effectief doodgezwegen door de mannelijke kongsi van musicologen en journalisten.

Gromes krijgt vaak de vraag: maar componeren vrouwen eigenlijk anders? Nee, luidt dan haar korte antwoord. Waarna de nuance volgt. Tot in de 20ste eeuw schreven vrouwen bijvoorbeeld nauwelijks symfonieën en opera’s. Aan welk orkest of operahuis hadden ze die berg noten moeten slijten? Wilde je worden gehoord, dan koos je beter voor intieme genres als kamermuziek, pianowerk of het lied.

Sentimentele vrouwen, diepzinnige mannen

Maar toch, dat verschil. In zijn boek 250 Komponistinnen speculeert de Duitse muziekjournalist Arno Lücker dat vrouwen zich minder fixeren op hoe componeren volgens de traditie hoort. Gromes valt bij: ‘Als je weet dat je muziek toch niet wordt uitgevoerd en gerecenseerd, voel je je misschien vrijer. Het zou de verrassende en eigenzinnige passages die ik in cellomuziek tegenkom, kunnen verklaren.

‘Maar wat in deze discussie vooral speelt, zijn andere verwachtingen bij de luisteraar. Als je ervan uitgaat dat muziek van vrouwen wel teder of gevoelig zal zijn, hóór je dat ook. Wat bij vrouwen sentimenteel heet, heet bij mannen opeens diepzinnig.’

Praatjes over masculiene kracht en feminiene gratie zet Gromes dan ook bij het vuilnis. ‘Wetenschappelijk onderzoek wijst juist een andere kant op. Componerende mannen blijken gemiddeld een lagere testosteronspiegel te hebben, componerende vrouwen een hogere. Fysiologisch beschouwd lijkt de beroepsgroep behoorlijk androgyn.’

Bravedamesclichés

Natuurlijk, de laatste tijd zit er schot in de vrouwenzaak. Met het schoolmoorddrama Innocence schreef de Fins-Franse Kaija Saariaho (1952-2023) de tot nu toe overrompelendste opera van de 21ste eeuw. Met muziek die kan rochelen en grauwen pareerde ook de Russische Sofia Goebaidoelina (1931-2025) alle bravedamesclichés. Of werp een blik op het aantal vrouwen dat dirigeert. Tien jaar geleden waren ze nog een bezienswaardigheid, tegenwoordig doodnormaal.

Kan allemaal wel zijn, zegt Gromes, maar het patriarchale denken is nog echt niet passé. Waar hád ze het in hemelsnaam over, foeterde laatst een muziekvriend. Vooroordelen, achterstelling? Wie had de vrouwen nou bevrijd? De uitvinder van de vaatwasser, toch?

‘Ik was te geschokt om te antwoorden. Pas later kwam ik erachter dat ene Josephine Cochrane die uitvinding al in 1886 had gedaan.’

De Cello Biënnale vindt van 29/10 t/m 7/11 plaats in het Amsterdamse Muziekgebouw. De radiozender NPO Klassiek zendt vrijwel dagelijks uit.

Uit de vergetelheid:
Marie Jaëll (1846-1925)

‘Ze heeft het verstand van een filosoof en de vingers van een kunstenaar.’ Zo prees de klaviervirtuoos Franz Liszt de Française Marie Jaëll de hemel in. Als pianistisch wonderkind trok ze door Europa, later ging ze lesgeven en componeren. Jaëll pionierde met een pianomethode die de fysieke kanten van het vak verbindt met de mentale. Haar Celloconcert is meesterlijk, zegt Raphaela Gromes. ‘Het kent een eigenzinnige omgang met de noten en een meeslepende dramaturgie.’ In 1879 kreeg Jaëll als eerste vrouw toegang tot de Franse componistenbond.

Maria Herz (1878-1950)

De Duitse Maria Herz publiceerde haar eerste stukken onder de naam van haar man, Albert Maria Herz. Haar muziek bracht haar in contact met klassieke coryfeeën als de dirigent Otto Klemperer. Na toenemend antisemitisme vertrok Maria Herz in 1935 naar Engeland. In 1950 stierf ze in New York, uitgecomponeerd, teleurgesteld en vergeten. Haar zevendelige Celloconcert begint duister zoekend, maar verkent ook lichtere regionen, zegt Raphaela Gromes. ‘Ik hoor in haar muziek de stem van een verteller. Aan het eind van het Celloconcert schrijft ze een dansante klezmer, dan is het alsof de verteller zelf aan het dansen slaat.’

Henriëtte Bosmans (1895-1952)

Als het aan Raphaela Gromes ligt, wordt het werk van Henriëtte Bosmans per omgaande opgenomen in de cellocanon. De Nederlandse componist schreef een Poème voor cello en orkest, twee celloconcerten, een cellosonate en kleiner werk voor cello en piano. Gromes: ‘Het reikt van een gloedvolle diepte tot een briljante hoogte. Ik houd vooral van de verbinding tussen zangerige warmte en hartstochtelijke uitbarstingen. Soms componeert Bosmans heel innig, even later ontwikkelt ze een ongelooflijke kracht.’

Shifting Borders, ‘verschuivende grenzen’, is het thema van de elfde Cello Biënnale Amsterdam. Drie tips voor een grensoverschrijdende ervaring.

Welcome to All the Pleasures is een genotvolle aria van de barokcomponist Henry Purcell. Zaterdagavond is het ook het motto van de Cello Club Night, een viering van queerness met cellospelers en dansers. Pak er een drankje bij en dans mee op de klanken van dj’s als Lola Edo. Tot ver na middernacht wil de Cello Biënnale een safespace zijn voor iedereen.

31/10, Muziekgebouw, Grote Zaal

Eigenzinniger cellisten dan de Russisch-Nederlandse Maya Fridman en de Italiaan Giovanni Sollima zijn nauwelijks denkbaar. Met de lyraspeler Kelly Thoma en de flamencogitarist Dani de Morón schepen ze in voor een tocht langs Griekse, Italiaanse en Spaanse kusten. Reken op warmbloedige muziek uit de Mediterranée, met dans en opzwepend slagwerk.

3/11, Muziekgebouw, Grote Zaal

De cellist Doris Hochscheid buigt zich in haar nieuwe voorstelling over Tera de Marez Oyens, de Nederlandse componist die in 1996 trouwde met de schrijver Marten Toonder. De Marez Oyens, die toen al wist dat ze ongeneeslijk ziek was, zou een paar maanden later overlijden. Haar Concerto voor cello en tape uit 1986 is de spil van de voorstelling Een zachte dans, met gesproken woord, mime en beweging.

5/11 t/m 7/11, Muziekgebouw, Cello Yurt

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next