Home

Het is geen zeldzaamheid dat claims van oorlogsleed vals blijken

is socioloog.

Het NOS Journaal opende ermee: Willem Wilbrink, onlangs honderd geworden, zat als overlevende van het concentratiekamp Dachau bij oorlogsherdenkingen veelvuldig op de eerste rij en schudde met zijn borst vol kleurrijke eretekens menige hoogwaardigheidsbekleder de hand, maar blijkt nooit in dit kamp te hebben gezeten.

Dat pers en publiek hiervan schrokken, is terecht. Het schaadt de toch al precaire plek van de Tweede Wereldoorlog in ons collectieve geheugen als aangrijpende oorlogservaringen verzinsels blijken. Een Niod-woordvoerder achtte dit type bedrog zeldzaam. Ik niet. Uit mijn eigen oorlogsonderzoek weet ik dat valse claims van onbekende mensen vaak onopgemerkt blijven. Publieke figuren werden wel regelmatig ontmaskerd. De vroegste gevallen van toegeëigend oorlogsslachtofferschap dateren bij mijn weten uit de jaren zestig, niet toevallig de tijd waarin na decennia van betrekkelijke stilte de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog toenam en de late psychische gevolgen werden ontdekt.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zo verwierf de Amerikaans-Poolse auteur Jerzy Kosinski (1933-1991) in 1965 wereldfaam met The Painted Bird, een roman over zijn jarenlange omzwervingen als Joods kind op het Poolse platteland. Maar Kosinski, zo bleek, had de hele oorlog veilig ondergedoken gezeten. Een verschrikking, maar wel een andere dan hij claimde. Die bleek fictie. Of eigenlijk toch niet, want Kosinski pleegde ook nog plagiaat. Hij pikte, meent zijn biograaf, zijn materiaal uit een nooit vertaalde Poolse autobiografie. Die van iemand anders dus.

Een cause célèbre in eigen land was Eibert Meester (1919-1999), bekend geworden als patiënt van Jan Bastiaans. Rond 1970 timmerde deze Leidse hoogleraar psychiatrie aan de weg als pionier in de behandeling van wat toen nog KZ-syndroom (Konzentrationslager, concentratiekamp, red.) heette. De onder collega’s omstreden Bastiaans vond in de PvdA-senator een verdediger op hoog politiek niveau. Meester op zijn beurt verwierf brede sympathie door Allemaal rottigheid, allemaal ellende, het verslag dat hij journalist Wim Wennekes in 1975 liet publiceren van zijn therapie – voorin, zoals dat ging, een opdracht van prins Bernhard, toen nog als ‘goed’ beschouwd.

Maar Meesters ex trok aan de bel. Zij was in 1944 met hem getrouwd en wist dat zijn verzetsverleden gefabuleerd was. Meester verliet de Eerste Kamer en verloor zijn riante verzetspensioen.

Ook het ‘tweede-generatiesyndroom’ lokte bedrog uit. Carl Friedman (1952-2020) debuteerde in 1991 met de autobiografische roman Tralievader. Onderwerp: wat het met kinderen doet als hun vader een kamp heeft overleefd. Zij liet zich aanleunen dat lezers uit haar achternaam concludeerden dat zij Joods was en dat fragmenten uit haar werk werden opgenomen in een Amerikaanse bundel teksten van nazaten van Sjoa-overlevenden.

In werkelijkheid was Friedman de naam van haar ex. Zelf heette ze Carolina Klop; haar vader was verzetsman en ze was katholiek opgevoed. Doordat de problematiek van kinderen van Joodse en verzetsou­ders net was ontdekt, viel haar werk in vruchtbare aarde. Het werd vertaald en verfilmd. Nadat Klop alias Friedman door de mand was gevallen, beriep ze zich nog op een Joodse oma; ook die bleek uit haar duim gezogen.

Het fraudegeval dat de meeste ophef veroorzaakte is de Zwitserse klarinettist Binjamin Wilkomirski (1941), die in Bruchstücke (1995) zijn kleuterherinneringen aan de vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Majdanek reconstrueerde. Wilkomirski werd het uithangbord van de internationale beweging van Child Survivors, die zich inspande om de schade die ook de jongsten hadden opgelopen onder de aandacht te brengen. Tot dan toe was vaak aangenomen dat die zich alle ellende niet konden herinneren.

Wilkomirski’s geheugenflarden, zoals over de strijd van kinderen tegen de ratten in Majdanek, leverden hem diverse literaire prijzen op. Tot een journalist aantoonde dat de beschreven gruwelen weliswaar allemaal hadden plaatsgevonden, maar nooit in één kamp. Wilkomirski had de oorden van vernietiging alleen als toerist bezocht. Met zijn demasqué stond ook de florerende traumasector voor gek. There’s No Business Like Shoah Business, grapten kritische Joodse overlevenden toen al cynisch.

Zijn zulke bedriegers altijd doortrapte leugenaars? Dat hoeft niet. Vaak zijn het mensen die kampen met psychische problemen. Als die moeilijk verklaarbaar zijn kan een diagnose (als PTSS) of een theorie (als trauma) die rondzingt in het openbare leven een eervolle uitkomst bieden, waarin men dan ook zelf gaat geloven: ‘Ha, nu weet ik waardoor het komt: de oorlog!’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next