Honthorsts portret Portret van Johan Maurits van Nassau-Siegen (1636) wordt per 1 november aangeboden op kunstbeurs Pan Amsterdam. Het kunstwerk, lang eigendom van een Duitse familie, biedt ook nieuw inzicht in een dubbelportret van Johan Maurits en zijn broer in het Fries Museum.
schrijft voor de Volkskrant over tentoonstellingen, musea, kunst en geschiedenis.
Kunsthandelaar Jaco Pieper van Argento Gallery kocht het doek in februari van een Duits veilinghuis. Daar wisten ze niet wie de man op het ernstig vervuilde portret was. ‘Een naamloze generaal uit de Dertigjarige Oorlog’, stond aanvankelijk op de website. Wel al vaag zichtbaar was de signatuur van Gerard van Honthorst. En de helft van een jaartal: 16-zoveel, de rest viel niet te lezen.
Pieper vroeg kunsthistorici Rudi Ekkart en Claire van den Donk een rapport te schrijven. ‘Wij zagen direct dat dit Johan Maurits was’, zegt Ekkart aan de telefoon. Het portret lijkt namelijk precies op een kunstwerk uit de collectie van het Fries Museum.
Eén cruciaal verschil: dat Friese schilderij is een dubbelportret. Niet alleen Johan Maurits, maar ook zijn broer Johan Ernst van Nassau-Siegen staat daarop. Ooit hing dit kunstwerk in het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Een Van Honthorst, dacht Ekkart, totdat er archiefstukken opdoken die andere vermoedens wekten. Het dubbelportret leek toch een kopie door Pieter Nason uit de jaren 1660.
En nu is dan mogelijk het origineel ontdekt. Maar voordat er conclusies getrokken konden worden, moest het doek grondig worden gerestaureerd. ‘Het schilderij was ernstig vervuild, en er waren grote delen overschilderd’, zegt Ekkart. ‘Wij vroegen ons af: zou onder die overschilderingen nog die broer tevoorschijn komen?’
Dat bleek niet het geval. Wel werd door de restauratie de vloeiende schildertoets van Gerard van Honthorst weer zichtbaar, net als zijn originele signatuur, en de volledige datering: 1636. In datzelfde jaar nog ging Johan Maurits naar Brazilië, waar hij tot 1644 gouverneur was van de Nederlandse kolonie. Ook werd hij er een van de pioniers van de Nederlandse slavenhandel.
‘Misschien liet Johan Maurits dit portret ter herinnering aan hem maken voor een naast familielid’, zegt Ekkart, ‘of om op te hangen in het nieuwe stadspaleis dat hij liet bouwen in Den Haag: het tegenwoordige Mauritshuis.’
Uiteindelijk kwam het schilderij – ‘mogelijk als relatiegeschenk’ – terecht bij de hertogelijke familie Saksen-Meiningen in Duitsland. Eeuwenlang hing het op Slot Elisabethenburg. Daar werd het schilderij waarschijnlijk in de 19de of vroege 20ste eeuw bij een restauratie bijgewerkt en deels overschilderd. In 1945 werd het kunstwerk onteigend door de Russen. Het belandde in een plaatselijk museum, waarna het in 2006 werd teruggegeven aan de familie. Die bracht het begin dit jaar naar de veiling.
En bijna al die tijd was er in Leeuwarden dus een kopie, waarop Johan Maurits wordt vergezeld door zijn broertje. Ze waren samen naar Brazilië vertrokken, maar al twee jaar na aankomst overleed Johan Ernst aan dysenterie. ‘Misschien is Pieter Nason daarom gevraagd om hem aan de voorstelling toe te voegen.’
Pan Amsterdam, 1/11 t/m 8/11.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant