Home

De grondleggers van de Amsterdamse graanhandel maakten hun stad groot

Geschiedenis Aan de hand van de boekhouding van een koopmansfamilie laat historicus Gabri van Tussenbroek zien hoe Amsterdam eind 15de eeuw al zijn concurrenten in de Nederlanden achter zich liet.

Gezicht op Amsterdam vanaf het IJ, anoniem, 1612 – 1652.

Omstreeks 1620 was Amsterdam de snelst groeiende en rijkste handelsstad ter wereld. Zo’n vijftig jaar eerder opereerde Amsterdam nog in de schaduw van Antwerpen. Toch was Amsterdam al de hele zestiende eeuw gestaag in opkomst. Wanneer en waardoor begon die opmars? Gabri van Tussenbroek laat in De onzekere wereld van Reyer Dircksz zien hoe omstreeks 1485-1490 de koopmanselite van Amsterdam met een reeks kleine tussenstappen concurrenten als Enkhuizen, Hoorn, Dordrecht, Kampen en Deventer op een beslissende achterstand weet te zetten.

Gabri van Tussenbroek: De onzekere wereld van Reyer Dircxz. Fortuin en rampspoed van een Hollandse koopman 1485-1490. Prometheus, 384 blz. € 27,99

Was het ook beslissend voor de enorme opbloei die Amsterdam ruim een eeuw later doormaakte? Zover wil Van Tussenbroek niet gaan. Zijn gedegen en goed geschreven studie laat vooral zien hoe het economisch wonder via schijnbaar terloopse ingrepen gestaag vorm krijgt. Hij werd op dat spoor gezet door een bijzondere bron: een kasboekje van twee Amsterdamse kooplieden, Reyer Dircksz, nog maar net de twintig gepasseerd en zijn oom Symon Reyersz. Op het eerste gezicht is het een dorre opsomming van inkomsten en uitgaven, maar het lukt Van Tussenbroek om uit die cijfertjes een hele wereld te laten oprijzen. De wereld van zeevarende Hollanders, die bezig zijn de handel tussen de Oostzee en de rest van Europa te gaan domineren.

Over Reyer en Symon laten de archieven niet veel los, en dat dwingt Van Tussenbroek om vooral context te bieden, en dat is precies waar zijn boek vleugels krijgt. Bijna alle facetten van het leven in een Hollandse stad aan het einde van de vijftiende eeuw komen aan bod. Hoe er nog geleefd werd in huisjes zonder verdiepingen met alleen een zolder, of hoe de straten nog voor groot deel ongeplaveid waren, besmettelijke ziekten als de pest families decimeerden, en arme en rijke mensen een groot deel van hun inkomen naar kerkelijke instanties brachten in de hoop dat ze er een beter leven voor terug kregen.

Grensverleggers

Tot zover beantwoordt De onzekere wereld van Reyer Dircksz aan het geijkte beeld van de late Middeleeuwen; het leven als een voortdurende strijd met ongemak en ziekte. Ondernemers als Symon en Reyer zijn niet van het slag dat daar zomaar in berust. Rijkdommen vergaren lukt niet zonder grenzen verleggen. Ze drijven veel handel met havensteden aan de Oostzee als Danzig en Lübeck. Tegelijkertijd is dat een harde leerschool. Met name Danzig is Amsterdam ver vooruit, volgens Van Tussenbroek beseffen de Amsterdammers dat ze minstens een eeuw op de goed georganiseerde Hanzestad achterliggen. Het geheim van Danzig zit in een vergaande regulering van het economisch verkeer: er is streng toezicht op de kwaliteit van de handelswaar en er zijn allerlei collectieve voorzieningen als beursgebouwen annex herbergen, pakhuizen, hijskranen, en bancaire instellingen om complexe financiële transacties te waarborgen.

De Amsterdammers lopen ook tegen de keerzijde van het Hanze-systeem aan: het vergaande protectionisme. Hanzesteden onderwierpen handelaren uit niet-Hanzesteden als Amsterdam aan allerlei beperkingen en willekeur. Soms werden ze zelfs helemaal geweerd uit de Oostzee. Met militaire steun van de Bourgondische landsheer werd die toegang in 1474 alsnog afgedwongen. Dit markeert het moment dat de Hanze aan zijn eigen verstarring en regelzucht ten onder dreigt te gaan, en de Hollanders, met ondernemende Amsterdammers als Symon en Reyer in de voorste linies, profiteren door steeds meer producten via steeds meer kanalen te gaan verhandelen. Ze handelen in hout, wijn en Amsterdams laken, maar vooral in graan. Juist in deze jaren verlegt de bulk van de Europese graanhandel zich naar de Oostzee; Symon en Reyer behoren daarmee tot de grondleggers van wat naderhand de ‘moedernegotie’ is genoemd, de graanhandel als het fundament onder het machtige handelsimperium van de Amsterdammers in de zestiende en zeventiende eeuw.

Dat is de overzeese kant van het verhaal, dat met veel gevoel voor detail wordt uiteengezet. Nog kleurrijker is de Amsterdamse kant. Daarin is bouwhistoricus Van Tussenbroek, die in 2023 het schitterende boek De houten eeuw van Amsterdam publiceerde, thuis als geen ander. Het is verbluffend wat er in die jaren zoal in gang wordt gezet. Zoals een hele nieuwe stadsommuring, bedoeld om vooral oorlogszuchtige Utrechters buiten te houden. Enkele van de oudste wereldlijke gebouwen in Amsterdam als de Schreierstoren en de Waag (ooit een van de stadspoorten ) werden in deze jaren gebouwd als onderdeel van de nieuwe stadsmuur. Binnen de muren begint het gevecht om de schaarse ruimte, met als gevolg dat de kavels en dus ook de voorgevels steeds smaller worden. Amsterdam is een klein eilandenrijkje dat bijeen wordt gehouden door zo’n veertig bruggen, die op één na alle nog van hout zijn. Daarover beweegt de stadsbevolking, die voor een groot gedeelte nog uit kloosterlingen en geestelijken bestaat. Alleen al de Oude Kerk beschikt over zo’n tachtig priesters, de Nieuwe Kerk ongeveer net zoveel.

Steun van Maximiliaan

Omstreeks 1485 zitten we nog midden in de Hoekse en Kabeljauwse twisten, die in deze jaren een strijd is geworden tussen voor- en tegenstanders van het Bourgondisch-Habsburgse huis, in de persoon van de toekomstige keizer Maximiliaan. Vooral de Hoekse Hollandse adel is beducht voor de centralisatiepolitiek van deze ambitieuze Habsburger. De Amsterdammers kiezen heel leep de zijde van Maximiliaan, omdat ze weten dat hij bereid is om ver te gaan om hun steun te behouden.

Het levert Amsterdam in deze jaren onder andere de erkenning als Rijksstad op. Hierdoor hoeft de stad zich van het gewestelijk gezag niet veel meer aan te trekken. Het is het begin van de aparte positie van Amsterdam in Holland en de Nederlanden, die tot in onze tijd voortduurt. Amsterdam mocht in 1489 van Maximiliaan de keizerskroon in het stadswapen verwerken, en kon zich nu meten met andere sterke rijkssteden als Hamburg, Bremen en Danzig. Deze steden hoefden alleen nog naar de keizer te luisteren, maar die had vaak teveel andere zaken aan zijn hoofd om daar werk van te maken. Dit betekende vrijheid.

Gezicht op de binnenstad van Danzig, gezien vanaf de Mottlau, Aegidius Dickmann, 1625

Het gaf een enorme impuls aan de handelsgeest van doordouwers als Symon en Reyer. Die vrijheid bracht hen ertoe om steeds meer risico te nemen, of zoals Van Tussenbroek het subtiel formuleert: „Ze waren geïnteresseerd in mogelijkheden, en niet in beperkingen.” Dat alles afgelezen aan een simpele boekhouding.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Geschiedenis en archeologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next