Roufaida Aboutaleb Zangeres Roufaida Aboutaleb (32) las Couscous op zondag (2009) van Khadija Arib in een zoektocht om haar eigen achtergrond beter te begrijpen. Bij herlezing ziet ze van hoe ver ze is gekomen.
„Toen ik begin twintig was, was ik op zoek naar mijn stem als muzikant. Ik wilde kijken of ik mijn Marokkaanse wortels een plek kon geven in mijn muziek. Ik zocht internet af naar films en boeken die me zouden kunnen helpen bij mijn zoektocht. Zo kwam ik onder andere uit bij Couscous op zondag van politica Khadija Arib.
Je volgt in het boek het persoonlijke verhaal van Arib. Zij verhuisde op haar vijftiende naar Nederland met haar moeder. Haar vader was hier toen al een paar jaar gastarbeider. Ze vertelt over haar migratie, hoe het daarna was om in Nederland te aarden, maar ze heeft ook aandacht voor de verhalen van andere migranten.
Het boek kantelde mijn zelfbeeld compleet. De generatie van mijn opa is naar Nederland getrokken en ik moet zeggen dat ik opgroeide met het idee dat zij hier maar het vuile werk moesten doen, alsof ze daar zelf niets over te zeggen hadden. Maar het boek van Arib leerde mij dat die groep migranten uit Marokko in de jaren zestig en zeventig veel diverser is dan ik dacht. Ik las verhalen over gastarbeiders, maar ook over avonturiers die heel vrije levens leidden. Ik kwam erachter dat ik mijn eigen mensen had gereduceerd tot een heel eenzijdige groep.
In de jaren daarna begon ik dat reduceren beter te begrijpen, in gesprekken met andere Marokkaanse Nederlanders. Ik leerde het begrip ‘etnische obsessie’ kennen, dat wil zeggen dat je alles probeert te verklaren vanuit cultuur en geloof, en niet vanuit andere belangrijke factoren, zoals sociaaleconomische omstandigheden. Ik had de blik van buitenaf over Marokkaanse Nederlanders geïnternaliseerd.
Nu, zo’n tien jaar later, viel dat etnisch reduceren van de gemeenschap me vooral op in één fragment in Couscous op zondag. Arib vertelt dat de Nederlandse overheid moskeeën tot woordvoerder van de Marokkaanse gemeenschap maakte. Maar die vertegenwoordigen maar een heel klein deel daarvan en werden gesubsidieerd door overheden uit het Midden-Oosten. Hierdoor kwam de complexiteit en diversiteit van de Marokkaanse gemeenschap ook niet goed in beeld bij beleidsmakers.
Mijn aandacht ging bij herlezing ook meer uit naar vrouwenrechten. Zo werden specifiek Marokkaanse vrouwen, door middel van subsidies, aangemoedigd om zich bij naaiclubjes aan te sluiten. Maar voor alfabetisering was er geen subsidie. Deze vrouwen werden vanuit de Nederlandse overheid klein gehouden en dat is gelukkig nu wel anders. Dat maakt me dankbaar. Daarover lezen is ook een waarschuwing dat het anders kan zijn. Juist nu vrouwenrechten opnieuw onder druk staan, is het goed om daar bij stil te staan.
Één passage uit dit boek vat de uitkomst van mijn identiteitszoektocht goed samen. Arib vertelt dat alles wat ze meemaakte haar identiteit heeft gevormd. Er is geen sprake van dé Marokkaans-Nederlandse identiteit en ze is ook niet méér loyaal aan het ene land dan het andere. ‘Maar ik zal altijd loyaal zijn aan mijn principes’, schrijft ze. Daar probeer ik zelf nu ook meer naar te leven. Juist door me in mijn wortels te verdiepen, leerde ik dat ze me niet helemaal definiëren. Hoe beter ik weet waar ik vandaan kom, hoe vrijer ik me voel om het ook los te laten.
Herlezen helpt me om te meten waar ik nu sta ten opzichte van de eerste keer dat ik dit boek las. Het boek is niet veranderd, maar deze lezer wel. Dat realiseerde ik me onvoldoende toen ik hieraan begon. Ik herlees niet veel boeken, maar dit heeft me echt geholpen om mezelf beter te begrijpen. Ik ga het vaker doen.”
In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie