Home

Stilstaan is niets voor ontwerper Hella Jongerius (63): ‘Ik voel dat ik nog honderd jaar zo kan doorgaan’

Wat zijn dit voor vragen? Elf dilemma’s voor ontwerper Hella Jongerius (63), naar aanleiding van haar tentoonstelling in het Textielmuseum in Tilburg: een selectie uit duizenden textielsampletjes, papier en karton, knip-en-plakwerk, plat en in miniatuur, Vitra, Ikea, KLM en kleurenonderzoek.

​is kunstredacteur van de Volkskrant.

Talent of ervaring?

‘Aan ervaring zonder talent heb je weinig. Talent komt met intrinsieke energie: je wilt jezelf verbeteren, dieper gaan, verder komen. En zo komt de ervaring vanzelf. Denk aan wat je als kind het liefste deed, waar je jezelf in kon verliezen. Ik was graag met vriendinnetjes aan het handwerken. Ik was daar niet beter in dan mijn vriendinnen, maar wel gekker. Als je een patroon moest volgen, probeerde ik het tegenovergestelde te doen. Of ik knipte iets los wat vast hoorde te zitten.’

Bauhaus of Dutch Design?

‘Bauhaus was een strenge club, dat past niet bij mij. Natuurlijk is die beweging belangrijk geweest, in de context van toen past het allemaal. Maar in Dutch Design voel ik de vrijheid en de gekte. Het niet willen functioneren. Dutch Design gaf me een vliegende start en het is een groot deel van mijn succes. Dat je werkleven samenvalt met een beweging, daar kun je alleen maar op hopen.

‘Op een gegeven moment vond ik het te druk, daarom ben ik in 2009 verhuisd naar Berlijn. Om weer alleen te kunnen zijn en mijn eigen wereld te kunnen bouwen, zonder al het gedoe eromheen. Maar ik hoor nog steeds bij Dutch Design.’

Keramiek of textiel?

‘Textiel, omdat het levend cultuurgoed is. Textiel heeft een rijke geschiedenis die verschilt per cultuur: er zijn overal andere methoden, andere verschijningsvormen en andere materialen. Op dit moment is het allerbelangrijkste om een nieuwe toekomst voor dit oude ambacht te vinden. Textiel is een wegwerpproduct geworden, het wordt goedkoop gemaakt als fast fashion. Ik probeer met 3D-weven een toekomst voor textiel te ontwerpen.

‘Maar met keramiek zal ik nooit stoppen. Wat ik daar tof aan vind, is dat ik het alleen kan doen, gewoon met mijn handen in de klei. Het is ook snel: je duwt en de klei heeft meteen een vorm. Weven is traag, dus daarnaast is zo’n snelle actie erg fijn.’

Bank of vliegtuigstoel?

‘Ik maak liever een bank, dat vat ik op als: meubels maken voor een mooi bedrijf. Toen Vitra me in 2004 benaderde om een bank te ontwerpen was ik nog zo naïef, echt een beginner. Ik heb gemerkt dat ik als beginner op mijn best ben, dan is mijn intuïtie het scherpst. Eerst wilde ik helemaal geen bank maken, omdat ik het een burgerlijk ding vond. Toen vroeg de directeur: ‘Als je een bank voor jezelf zou maken, hoe zou die eruitzien?’ Toen ging bij mij ineens het licht aan. Toen we de Polder Sofa presenteerden in Milaan zeiden we tegen elkaar: ‘Dit is een love or hate piece.’ Gelukkig is het een love piece gebleken.

‘Vliegtuigstoelen ontwerpen voor KLM vond ik interessant omdat je een supersmal pad bewandelt, er kan heel weinig. Ik had te maken met een enorm team en veel restricties. Daarin kun je je bijna niet uitdrukken. Ik heb er wel alles uitgehaald, ik heb een goede job verricht. Maar ik zou het niet nog eens willen doen.’

Rood, geel of blauw?

‘Het ligt er maar net aan waarvoor je een kleur wilt gebruiken. Is het je ondergoed of is het een muur in je kamer? Wil je eronder slapen of is het je auto? Heeft het glans, is het mat, welke schaal heeft het en welk materiaal? Bekijk je het in daglicht of in avondlicht? Een van mijn boeken heet: I Don’t Have a Favourite Colour. Het gaat niet om de kleur, het gaat om de toepassing.’

Berlijn of Arnhem?

‘Berlijn, daar woon ik al bijna twintig jaar. De stad is heel creatief en het tempo ligt lager dan in andere grote steden in Europa, heel prettig. Het is een sociale stad, minder individualistisch. Als je over de stoep fietst zegt iedereen daar wat van. Nederlanders vinden dat verschrikkelijk. Maar als ik ’s nachts alleen in de tram zit en iemand valt me lastig dan lopen er meteen vier mannen op af die zeggen: ‘Eruit jij.’ Mensen letten op elkaar. Daar moet je tegen kunnen, je moet je ego meer in je zak houden.

‘Ik heb ook een atelier bij Arnhem, omdat ik de Veluwe de mooiste natuur van Nederland vind. Maar ik doe nooit wat in Arnhem, ik zit gewoon in de bossen, zo voelt het.’

Het oude of het nieuwe?

‘Ik ben niet tegen nieuwe dingen. De mensheid wil altijd nieuwe dingen. Maar als ik moet kiezen, kies ik voor het oude. Vanwege de sporen die erin zitten, de emoties en de herinneringen. Je kent de spullen om je heen, je weet welke dingen je hebt gekregen en voor welke je hebt gespaard. We hebben allemaal die ene kop waar we ’s ochtends koffie uit willen drinken, die bank waar je op zit, het tafelkleed dat je alleen gebruikt bij het kerstdiner. In het oude zitten meer lagen dan in het nieuwe.’

Winkel of museum?

‘Als je me deze vraag tien of vijftien jaar geleden had gesteld, had ik ‘winkel’ gezegd. Inmiddels vind ik het museum voor mij het juiste podium. Ik heb lang voor de industrie gewerkt, dat is complex. Een bedrijf wil verkopen, heeft een markt, houdt rekening met concurrenten, heeft een productieproces, enzovoort. En ik heb mijn eigen activistische agenda, mijn morele kompas en artistieke ambities. Die complexiteit maakt het interessant. Zo kreeg ik de kans om iets te veranderen van binnenuit.

‘Maar inmiddels ken ik die route. Ik geloof niet dat ik daar nog iets wezenlijks kan toevoegen. Wat ik wel kan is het bewustzijn veranderen, misschien bewustzijn creëren, door onderzoek te doen. Wat zijn oplossingen voor overconsumptie? Welke nieuwe materialen hebben we nodig om de aarde te beschermen? Die vragen stel ik een museum.’

Onderzoeken of maken?

‘Onderzoeken is ook maken, dus dit is makkelijk, ik kies alle twee. Onderzoek doen vind ik de leukste fase: lezen, buiten de lijntjes denken, verdwalen, modellen maken, gekke dingen combineren, materialen uitproberen. Gaandeweg zie ik welke kant we op moeten. Daarbij twijfel ik niet. Als je honderd dingen op tafel legt dan haal ik de beste twee ideeën er zo uit.

‘Aan het Textielmuseum schonk ik mijn 2D-archief: duizenden textielsampletjes, maar ook papier en karton, knip-en-plakwerk. Alles zit erin, plat en in miniatuur: Vitra, Ikea, KLM, mijn kleurenonderzoek. Uit dit microarchief wordt de tentoonstelling samengesteld. Ik hoop dat het museum ook de chaos laat zien, zodat je als bezoeker zelf verbanden kunt leggen en je kunt verbazen: waarom is ze hier niet rechtsaf gegaan?’

Digitaal of in real life?

‘Natuurlijk doen we in mijn studio van alles digitaal: we gebruiken een 3D-printer en we werken met AI, maar de kennis zit in het maken en in de materialen. En daar ligt de grote uitdaging van deze eeuw voor mijn vak, in real life. We moeten nieuwe materialen vinden als we zo veel willen blijven consumeren en als we de aarde willen behouden. Die materialen moeten geschikt zijn voor industriële toepassingen.

‘Dat is een grote complexe puzzel. Die vergt niet alleen iets van ontwerpers, maar ook van consumenten. Willen we die goedkope kleren? Willen we die heel zachte truitjes of kunnen we leven met iets wat minder giftig is afgewerkt? We hebben ook de politiek en de bedrijven nodig. Ik ben bijvoorbeeld heel blij met de nieuwe Europese regel dat een product moet kunnen worden gerepareerd. Het is te gek om als ontwerper die regel in je briefing te krijgen.’

Hollen of stilstaan?

‘Hollen! Ik ben snel verveeld, ik heb een hoog tempo, dus stilstaan is niets voor mij. Volgend jaar neem ik een sabbatical. Ik ga helemaal niks plannen. Waar het mij om gaat is de vraag: wat wordt mijn volgende hoofdstuk? Ik voel dat ik nog honderd jaar zo kan doorgaan.

‘Maar ik wil weer ergens een beginner in zijn. Dus ik mag van mezelf volgend jaar niet weven en ik mag geen keramiek maken. Dat wordt wat, ik zie er wel tegenop. Als ik het echt niet meer weet dan ga ik wandelreizen maken; zo kom ik ergens met mijn gedachten en ben ik toch bezig. Ik kan niet op een bank gaan zitten en nietsdoen. Ik heb zo veel vuur in me, dat moet ergens heen.’

Hella Jongerius – Slimme handen, Textielmuseum Tilburg, 31/10 t/m 4/4.

1963 Geboren in De Meern
1993 Afgestudeerd aan Design Academy Eindhoven
1994-1997 Deelname aan Droog Design
2002 Collectie voor stoffenfabrikant Maharam (bekend van Charles & Ray Eames en Verner Panton)
2003 Solotentoonstelling Hella Jongerius in het Design Museum in Londen.
2005 Ontwerpt vazen en kleden voor Ikea
2005-heden Als artdirector verantwoordelijk voor kleuren en materialen bij meubelmerk Vitra
2010 Solotentoonstelling Misfit in Museum Boijmans van Beuningen
2012-2014 Cabine-interieur en stoelontwerp voor KLM
2016 Publicatie boek I Don’t Have a Favourite Colour – Creating the Vitra Colour and Material Library
2017 Winnaar Sikkens Prize
2017 Solotentoonstelling Breathing Colour in het Design Museum in Londen
2021 Solotentoonstelling Woven Cosmos in Gropius Bau in Berlijn
2026 Solotentoonstelling Whispering Things in het Vitra Design Museum in Weil am Rhein en in het MK&G in Hamburg

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next