Soms zou ik zo graag een kijkje nemen in vervlogen tijden. In 1968 bijvoorbeeld, in de bestuurskamer van het Nederlands Olympisch Comité (NOC). Ik zou gnuivend luisteren naar het briesen van de heren sportbestuurders, verontwaardigd over atlete Mieke Sterk die haar rok had afgeknipt, vlak voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Mexico. „Ze loopt niet mee in het defilé!” „Het is een schande!” „Ze is een smet voor Nederland!”
Zo moet het zijn gegaan, daar aan die tafel, tot iemand op de deur kwam kloppen. De boodschapper bleek genoopt te vertellen dat Mieke andere atletes nog had aangestoken ook. Nu waren bijna alle rokken afgeknipt. De een korter dan de ander, maar zonder uitzondering waren ze niet meer deugdelijk. Wat te doen? Paniek bij de heren. Geen vrouwen laten meelopen namens Nederland? Dat kon niet. Groen van ergernis gaven ze toe.
„En inderdaad, Mieke Sterk loopt er in het midden tussen”, klonk het vervolgens op de nationale radio. De verslaggever van dienst sprak alsof hij getuige was van een fenomenale prestatie: „Met een heel groot stuk van haar rok afgesneden.”
De groeten, had Mieke gewoon gedacht, ik ga niet in die wijde soepjurk lopen, in die bejaarde tuttenkleding, met die gekke pannenkoekenflaphoed op. Ze bereikte er niet alleen die dag iets mee, maar voor altijd: voortaan mochten atleten meebeslissen over hun kleding. Lees dat nog eens: voortaan kregen atleten meer zeggenschap over zichzelf.
Afgelopen maand overleed ze, deze Mieke Sterk. Tachtig jaar oud werd ze. Na haar sportcarrière was ze nog Kamerlid voor de PvdA. Als atleet was ze een beestachtig goede meerkamper, hordeloper en sprinter, met aan het eind van haar loopbaan twintig nationale titels op haar palmares.
De Spelen in Mexico waren misschien ook wel sportief haar hoogtepunt: op de 4 x 100 meter verbrak ze samen met Wilma van den Berg, Truus Hennipman en Corrie Bakker het wereldrecord, dat een dag later alweer sneuvelde, en ze wonnen net geen Olympisch brons. Het wereldrecord was natuurlijk ook een nationaal record, en dat is 44 jaar lang blijven staan.
In de jaren dat Wim Ruska, Hennie Kuiper en Joop Zoetemelk gevierde sporthelden werden, was Mieke een vrouw die vooral als lastig werd gezien. Een vrouw die als enige Nederlander de EK atletiek in Athene boycotte, in 1969. Ze wilde niet hardlopen in een land met een dictatoriaal regime, waar om de hoek van het stadion gemarteld werd.
Ze was een vrouw die sportbestuurders tegen de haren in bleef strijken. Lopen in het Zuid-Afrika van de apartheid, en dan een wildpark bezoeken om mooie sier te maken? No way, Mieke niet gezien. Wilde de Atletiekunie haar schorsen omdat ze het seksistische gedrag van feestvierende bobo’s aan de kaak had gesteld? Forget it, ze begon een kort geding.
Ze was een vrouw die de sportjournalistiek ervan langs gaf, want wat was dat metier voorspelbaar. En die jonge journalistenjongetjes die meenden te moeten meesmuilen over dikke konten van vrouwelijke schaatsers: hou gewoon je mond.
Een vrouw naar mijn hart is overleden. Een non-conformistische, steengoede atleet. We eren de sporthelden uit die tijd al. Nu de baanbrekende sportheldinnen nog. Toen gezien als vervelende types, maar feitelijk hun tijd ver vooruit.
Binnenkort is weer het Sportgala van NOC-NSF. Ik stel met plezier een nieuwe prijs voor, voor atleten die ongemakkelijke onderwerpen durven aankaarten, en de sport durven bekritiseren en veranderen: de Mieke Sterk Award.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie