Janneke kookt Uit een herfstvolkstuin valt niet veel meer te oogsten, maar met flespompoenen op het randje maakte Janneke Vreugdenhil heerlijk brood en een dip.
Er bestaat weinig betoverenders dan een volkstuintjescomplex op een zonnige herfstdag. Natuurlijk, midden in de zomer kan het ook een paradijselijke plek zijn, wanneer alles zoemt en bloeit en groeit. Maar ik heb nu eenmaal een zwak voor vergane glorie. Voor de poëzie van vergeelde bladeren, bloedrode dahlia’s die hun kopjes laten hangen en, ja, zelfs voor halfrottende tomaten in natte aarde. Ik word er op een prettige manier weemoedig van. Memento mori in de moestuin.
Erg veel valt er in deze tijd van het jaar natuurlijk niet meer te oogsten. De laatste sperzieboontjes die ik plukte, plukte ik eigenlijk al te laat – wanneer je ze te lang laat hangen, groeien de zaden en worden ze bobbelig en een beetje taai. De tuinburen hebben nog een majestueuze, grijsgroene kardoen staan, waarbij ik vurig hoop dat ze deze stengelgroente, die familie is van de artisjok, op waarde weten te schatten. Dat ze hem bijvoorbeeld blancheren, om hem daarna te bedekken met een dikke bechamelsaus en in de oven te laten gratineren. Of dat ze hem rauw in een bagna caoda (een saus op basis van boter en ansjovis) dopen.
Bij een andere tuinbuur spotte ik een borsthoge struik vol rode chilipepertjes. Misschien maakt deze persoon er wel sambal van volgens een nog nét leesbaar recept dat een Indische voorouder ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw op een papiertje krabbelde. Ik fantaseer graag over zulke zaken. En wat zou die andere tuinbuur van plan zijn met die drie gigantische pompoenen? Het zijn zogeheten Jack O’Lanterns, ofwel Halloweenpompoenen. Rond, knaloranje en zo te zien wegen ze zeker zeven kilo per stuk. Transformeren die dit Halloweenweekeinde in pompoensoep voor een weeshuis?
Zelf keerde ik huiswaarts met twee vaaloranje flespompoenen, waarvan er in eentje flink het weer zat. In theorie had ik ze meteen op de composthoop kunnen gooien, maar daarvoor ben ik net iets te nieuwsgierig aangelegd. Ik kon hem toch op z’n minst in mijn fietskrat leggen en thuis opensnijden? Dan kon hij daarna altijd nog in de kliko. Het bleek de juiste beslissing. Nadat ik het aangetaste deel had weggesneden, hield ik ruim anderhalve kilo pompoenvlees over. Nu hoefde ik alleen nog maar te bedenken waarin ik die zou transformeren.
Het werd een brood én een dip voor erbij, en vanzelfsprekend mag u meegenieten. Het broodrecept is een variant op een brood dat ik regelmatig maak met zoete aardappel. Zonderte willen beweren dat pompoen en zoete aardappel volledig inwisselbaar zijn, is mijn ervaring dat zo’n swap meestal prima uitvalt. Het brood is glutenvrij en van de voedzame, vezelrijke soort. Stevig is het ook – maar liefst vijf soorten zaden en pitten zorgen ervoor dat je echt iets hebt om op te kauwen.
Er gaat één ingrediënt in dat wellicht enige uitleg behoeft: psylliumvezels. Dit zijn de fijngemalen schilletjes van de Indiase plantagoplant. Ze hebben een onvoorstelbaar vermogen om vocht op te nemen, tot wel veertig keer hun eigen gewicht. Die eigenschap maakt ze tot een ideale toevoeging aan glutenvrij brood – ze houden de boel bij elkaar. Psylliumvezels zijn (soms onder de naam psyllium husk) te koop bij drogisten, ekowinkels en in het natuurvoedingsschap van veel supermarkten. Wie geen zin heeft om het aan te schaffen, kan 25 gram extra havermout toevoegen. Dan wordt het brood alleen iets kruimeliger van structuur.
Zowel voor dit brood als voor de pompoenspread heeft u geroosterde pompoen nodig. Hiervoor snijdt u de pompoen in flinke dobbelstenen, husselt ze in een ovenschaal om met een sliertje olijfolie en wat (grof) zout en roostert u ze 30-40 minuten in een oven op 200 graden Celsius (of 180 graden, wanneer dat beter uitkomt omdat u toevallig iets anders in de oven heeft staan). Wanneer de pompoen van biologische of eigen teelt is, hoeft u hem niet eerst te schillen en volstaat schoonboenen. Tijdens het roosteren verliest de pompoen ongeveer een derde aan gewicht, dus ga voor de twee recepten samen uit van ongeveer 900 gram rauwe pompoen. Wie gluten moet mijden, gebruikt het beste havermeel en havermout met het glutenvrije logo (een korenaar met een streep erdoor) op de verpakking.
Voor 1 brood (16-18 sneetjes):
Verder nodig: kleine brood- of cakevorm (20 x 10 cm), ingevet met olijfolie
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
Prak de geroosterde pompoen met een vork tot een grove puree. Doe de pompoenpuree samen met alle overige ingrediënten behalve de 2 theelepels sesamzaad in een grote kom en kneed snel met een schone hand tot een stevig deeg.
Stort het deeg in de brood- of cakevorm en bestrooi met de achtergehouden sesamzaadjes. Bak het brood in het midden van de oven in 60-70 minuten gaar. Laat het uit de oven 10 minuten rusten en stort het op een rooster om af te koelen.
Pompoendip
Voor 4-6 personen:
Bereiding:
Doe de geroosterde pompoen in een keukenmachine of blender. Voeg de tahin, knoflook, komijn, het sap van een halve citroen, 3 eetlepels olijfolie, zout en peper toe en pureer. Schraap de wanden van de kom schoon met een spatel en laat de machine nu een paar minuten draaien, zodat u een gladde puree krijgt. (Of maak de dip met behulp van een staafmixer.)
Proef en maak de dip zo nodig verder op smaak met citroensap – wees daar vooral niet te zuinig mee, anders wordt de hummus log –, zout en peper. Is hij iets te dik naar uw smaak? Verdun hem met wat water.
Spreid de pompoendip uit over een groot bord of een schaal. Besprenkel royaal met olijfolie en bestrooi met de pompoenpitten en koriander.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie