Op het podium haalt Arlo Parks de gemiste clubnachten van haar jeugd in en danst ze haar melancholie op afstand. Maar hoe minder ze beweegt, hoe harder haar liedjes aankomen.
Ze was pas 18 jaar bij haar eerste single Cola, 20 bij haar debuutalbum Collapsed in Sunbeams en 21 toen ze daarmee de Mercury Prize won. Terwijl leeftijdsgenoten aan de andere kant van het dranghek stonden, maakte Arlo Parks platen en reisde ze de wereld rond; voor een beetje doelloos uitgaan bleef weinig tijd over.
Arlo Parks, die eigenlijk Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho heet, haalde die gemiste nachten in op haar derde album Ambiguous Desire, dat afgelopen april verscheen. Clubavonden in New York en Los Angeles – de geboren Londense verhuisde in 2022 naar de VS – lieten haar zachte gitaren langzaam oplossen in synths en ritmen uit house, techno en UK garage. Daar ontdekte ze hoe bevrijdend het was om zelf in de menigte op te gaan.
Op tournee neemt ze de club gewoon mee de popzalen in. Woensdagavond staat daarom midden in TivoliVredenburg een grote dj-booth, dunne ledstrepen kleuren ’m donker blauw, groen, rood en paars en Arlo Parks draait soms samen met haar twee bandleden ook zelf aan de knoppen.
Dat zijn de enige momenten dat ze eventjes tot stilstand komt. Vanaf het startsignaal rent en tolt ze over het podium alsof ze aan het trainen is voor een halve marathon. De zelfopgelegde sportles laat gelukkig haar zachte, hoge stem ongemoeid, maar verraadt wel de interne onrust die haar liedjes voortdrijft.
Het publiek kijkt de rondzoevende zangeres aanvankelijk wat bedaard aan en de eerste nummers leggen daarom vooral heel veel meters af zonder echt aan te komen. Pas wanneer ze bij het openhartige Beams (die tekst!) wat gas terugneemt, vinden Arlo Parks en zaal elkaar.
De show werkt eigenlijk het best wanneer de dichter en de clubber in Arlo Parks elkaar niet overstemmen; zoals op Blue Disco. Het zoete liefdesliedje Pegasus, dat ze voor haar tweede album maakte met Phoebe Bridgers, wordt indrukwekkend teder gebracht. Ze geeft ook toe dat het haar favoriet is, en dat hoor je.
Direct daarna volgt het anti-liefdesliedje Eugene, haar grote hit over onbeantwoorde liefde die ze op 18-jarige leeftijd schreef. In de woorden van die liedjes klinkt de zwaarte van haar gevoelens pas echt door. Precies daar zit de spanning. Hoe minder ze beweegt, hoe harder haar liedjes aankomen.
Maar Arlo Parks wil helemaal niet stilstaan. Glimlachend doorkruist ze het podium; haar tomeloze beweeglijkheid houdt de melancholie bewust op afstand. Misschien is het escapisme, misschien horen we bevrijding, maar muzikaal wordt het daarmee niet meteen interessanter. Zoals ze op Beams treffend zingt: ‘I know it’s the right thing to do, but I don’t want to.’
Met Get Go eindigt de show in een halve clubnacht. Dansen als verdoving, al raakt Arlo Parks in het rechttoe rechtaan dancewerk jammer genoeg wel haar eigen stem kwijt.
Pop
★★★☆☆
28/10 TivoliVredenburg, Utrecht
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant