Home

Nooit was de wereldeconomie zo afhankelijk van Wall Street als nu. Hoe de ‘midterms’ ook de beurzen in hun ban houden

Verkiezingen VS Peilingen beloven winst voor de Democraten in het Amerikaanse Congres. Een groot deel van het bedrijfsleven maakte Trump het hof. Maar wat gebeurt er bij een grotere Democratische invloed? En waarom móéten beleggers, waar ook ter wereld, zich wel verdiepen in de gevolgen voor de beurskoersen?

Handelaren op vrijdag op de vloer van de New York Stock Exchange in New York.

Razend spannend worden ze, de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen die dinsdag 3 november worden gehouden. Dat geldt allereerst voor de politieke verhoudingen in de Verenigde Staten zelf, waar het Congres de afgelopen twee jaar een Republikeinse meerderheid kende in zowel de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden.

Die meerderheid staat onder druk: de Democraten maken een goede kans op een meerderheid in het Huis, waar verkiezingen zijn voor alle 435 zetels. In de Senaat staat maar een derde van de 100 zetels op het spel. Daar is een grote verschuiving lastiger te bereiken, en valt het dus nog te bezien of de Democraten een meerderheid halen (de Republikeinen hebben er nu 53 zetels).

In Washington loopt de nervositeit op, maar dat geldt óók voor New York. Op Wall Street, het financiële hart van de Verenigde Staten, worden de verkiezingen nauwlettend in de gaten gehouden. Er staat dan ook flink wat op het spel. Er is in de recente geschiedenis geen president te vinden die zo transactioneel omging met het bedrijfsleven als Donald Trump. Het bedrijfsleven kon zich simpelweg toegang verschaffen tot de president door maar voldoende bij te dragen aan allerhande projecten van Trump (zijn inauguratie, zijn balzaal). Politieke invloed was kortom te koop, maar maakte het bedrijfsleven ook afhankelijker van de man in het Witte Huis. Hoewel Trump zelf nog even blijft, kan de machtsbalans na de midterms gaan kantelen.

Sinds de overwinning van Donald Trump in november 2024 gingen de Amerikaanse beurskoersen met bijna 33 procent omhoog. Die enorme stijging op de aandelenmarkten sinds de vorige verkiezingen is overweldigend te danken aan de technologiesector, in het bijzonder bedrijven rond de revolutie in kunstmatige intelligentie (AI). De topmannen van deze bedrijven behoren tot Trumps inner circle en wisten tot nu toe strengere regulering van hun sector succesvol te voorkomen. De Nasdaq-index op de Amerikaanse beurs, waarin deze bedrijven zijn opgenomen, won in die periode maar liefst 56 procent. De rest, dus alle andere aan de Amerikaanse beurs genoteerde aandelen, steeg in die periode met een magere 11,5 procent.

Gespreid beleggen?

Dat heeft twee grote gevolgen. Tech is voor Amerikaanse beleggers en dus burgers van steeds groter belang. Ga maar na: twintig jaar geleden maakten deze aandelen iets meer dan 20 procent uit van de waarde van alle Amerikaanse aandelen. Dat is nu, na alle adembenemende koersstijgingen, 60 procent.

Wie in Amerika een gewogen beleggingsportefeuille heeft is dus automatisch vol belegd in de techsector. Maar het geldt óók voor buitenlandse beleggers. Amerikaanse aandelen zijn nu samen meer waard (69.000 miljard euro) dan alle aandelen van de rest van de wereld bij elkaar (54.000 miljard euro). Niet toevallig: het moment dat Wall Street de rest van de wereld oversteeg was eind 2022 – ten tijde van de introductie van ChatGPT aan het grote publiek. 

Amerikanen kunnen dus niet gespreid beleggen in eigen land zonder tech zwaar te laten wegen in hun portefeuille. En de rest van de wereld kan niet internationaal gespreid beleggen zonder een aanzienlijke weging van Amerikaanse aandelen – en daarbinnen dan dus ook nog eens in tech. Want wat moet je als Duitse of Franse belegger, wanneer de Amerikaanse chipreus Nvidia, zoals begin deze maand nog, in zijn eentje evenveel waard is als álle Duitse en Franse aandelen bij elkaar? 

Geen wonder dat De Nederlandsche Bank eind vorig jaar waarschuwde voor de risico’s die institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) lopen met hun investeringen in Amerikaanse techaandelen. Op dat moment belegden zij 200 miljard euro in Amerikaanse tech, waarvan een substantieel deel in de zogenoemde Magnificent Seven (de grootste techbedrijven). Bij een abrupte correctie van de torenhoge koersen (bijvoorbeeld door hogere rentes of het ineenstorten van de AI-bubbel) gaan ook tal van Nederlandse pensioenen ‘nat’, aldus DNB. Oppassen geblazen dus.

Die waarschuwing lijkt billijk, maar stel dat pensioen- en beleggingsfondsen van begin af aan alleen in eigen land of regio waren gebleven. Dan hadden ze op hun kop gehad van hun deelnemers, omdat ze niet hadden meegeprofiteerd van de fantastische Amerikaanse koerswinsten.

Als Wall Street nieste werd de rest van de wereld, tot voor kort, verkouden. Nu krijgt ze dus meteen een longontsteking. Het verklaart waarom niet alleen Amerikaanse, maar ook de internationale beleggers de midterms met grote belangstelling volgen. Wat staat hun te wachten? 

Na de midterms

Eerst de geschiedenis. De Amerikaanse bank JP Morgan publiceerde begin oktober een onderzoek waarin gekeken werd naar de reactie van de beurzen tot een jaar na de midterms, sinds 1950. Daaruit bleek dat de beurzen na élke tussentijdse verkiezing stegen, met een gemiddelde van 15,1 procent een jaar later.

Opmerkelijk: de koersstijgingen kwamen er ongeacht wie er won én ongeacht of het Congres (Huis dan wel Senaat) een andere politieke kleur kreeg dan de zittende president. Gemiddeld genomen doen de beurzen het zelfs ietsje beter bij een situatie waarin de president niet van dezelfde kleur is als het Huis van Afgevaardigden of de Senaat. De beurzen deden het met een gemiddelde jaarlijkse groei van 9,24 procent in ‘split control’-jaren iets beter dan de gemiddeld 8,73 procent in jaren van politieke eenheid tussen president en Congres. 

De beurzen waren tijdens de gespleten controle wel ‘beweeglijker’ (volatieler, in beleggersjargon), met grotere uitschieters naar boven en beneden. Dat kan zijn veroorzaakt door beleidsonzekerheid, het is immers minder duidelijk welke kant het beleid zich op beweegt. Tegelijkertijd is een gespleten democratie ook meer in balans en daardoor een garantie dat al te drieste wetgeving in de vorm van nieuwe regels of juist het afschaffen ervan minder kans maakt. Een politieke patstelling, en daar houden markten ook van.

Eén reden voor zo’n structureel vrolijke post-verkiezingsbeurs is er kortom niet: daarvoor verschillen de tijden te veel, en ook de politieke configuratie en de economische omstandigheden. Het enige wat de bankanalisten erover willen zeggen is dat er na de midterms kennelijk een periode aanbreekt waarin beleggers een beetje weten waar ze aan toe zijn. Zekerheid dus, als steun onder de koersen.

This time it’s different

Dan naar het nu: alle historische cijfers over de beurzen zijn op basis van een verleden waarin iedereen in de Amerikaanse politiek zich aan de regels hield. Maar hoeveel macht heeft een Democratisch Congres, laat staan alleen een Democratisch Huis van Afgevaardigden, tegenover president Trump? 

In theorie heel veel. Het Congres controleert de bestedingen van de overheid, en kan weigeren geld uit te trekken voor initiatieven van het Witte Huis – meer defensiebestedingen bijvoorbeeld. Of zelf de financiering van oorlogen, zoals die in Iran, beknotten. Het kan zelf onderzoek doen en daarbij mensen onder ede verhoren. Het kan wetten aannemen, en veto’s van de president ongedaan maken, de benoeming van rechters accorderen, militaire avonturen blokkeren, internationale financiële hulp herstarten, en handelstarieven terugdraaien. Of zelfs de president aanklagen.

In de praktijk valt dat allemaal nog te bezien. De president kan van alles vetoën, en er is een tweederdemeerderheid nodig om dat veto weer ongedaan te maken. De regeringen-Trump (ook diens eerste termijn) kenmerkten zich door juridische procedures tegen wetgeving of acties van het Congres, die zo lang werden opgerekt dat ze pas onder Trumps opvolger Biden tot een oplossing kwamen. Bovendien werkt Trump niet zozeer met wetgeving, als wel met presidentiële decreten, die meteen van kracht zijn, en dat blijven terwijl ze worden aangevochten.

Hoe dan ook lijkt de kans op een patstelling dus groot. Het symbool daarvan is het Amerikaanse schuldenplafond. Door een oude wet uit de Eerste Wereldoorlog, toen er opeens grote militaire uitgaven moesten worden gedaan omdat Amerika zich in een laat stadium alsnog mengde in de strijd, moet het Congres regelmatig toestemming geven voor het verhogen van de staatsschuld. Dat was lang een hamerstuk, totdat in de jaren negentig, bij groeiende polarisatie onder president Bill Clinton, het schuldplafond een politiek strijdtoneel werd. En de overheid regelmatig dicht moest (de shutdown) door een patstelling tussen het Witte Huis en het Congres over de federale financiën. Dat hoort nu weer tot de mogelijkheden. 

Proef op de som

Centraal in die strijd staan de Amerikaanse overheidsfinanciën, en die speelden het afgelopen jaar een belangrijke rol bij het stijgen van de rente. Volgens het Internationaal Monetair Fonds stijgt de Amerikaanse staatsschuld naar 145 procent van het bbp in 2031, en dat is moeilijk houdbaar. Op de obligatiemarkt liep de effectieve rente op Amerikaanse staatsleningen op van iets meer dan 4 procent begin dit jaar tot boven de 5 procent nu. Dat is in principe slecht voor aandelen, tenzij de bedrijfswinsten zo hard stijgen dat de huidige hoge koersen toch worden gerechtvaardigd. Een hoge economische groei kan het aandeel van de staatsschuld in (een sneller stijgend) bbp temperen. En op dat punt hangt veel, zo niet bijna alles, af van de revolutie in AI.

Er is op de beurzen flink vooruitgelopen op die hoge groeiverwachtingen en vooral op het toekomstige rendement van de reuzeninvesteringen die de techsector doet in datacentra. Maar de winstgevendheid daarvan is ongewis, en bovendien heeft de sector een heel – schier onontwarbaar – bouwwerk van onderlinge financieringen opgetuigd.

De New York Stock Exchange.

Of beleggers er vertrouwen in hebben? Veel bedrijven in en rond de AI-sector hebben een beursgang al uitgesteld, vanwege het wankele beursklimaat, waaronder OpenAI – de maker van ChatGPT. Juist deze week stonden de koersen in de sector onder druk, vanwege tegenvallende vooruitzichten voor onder meer Google en chipmaker Intel. Maar er komt een échte proef op de som. 

Anthropic, potentieel het waardevolste AI-bedrijf ter wereld, gaat vermoedelijk halverwege november naar de beurs. Analisten leiden uit het prospectus af dat de waarde rond de 1.750 miljard dollar zal liggen, vergelijkbaar met die van Elon Musks SpaceX, dat afgelopen zomer naar de beurs ging. Is het slagen van die beursgang dan eigenlijk niet belangrijker dan de Congresverkiezingen van aanstaande dinsdag? 

De-MAGA-ficering

Ook techbedrijven hebben een politiek vriendelijke omgeving nodig. Zie de 445 miljoen dollar die alleen Musk – tegen de peilingentrend in – al heeft gestoken in de Congresverkiezingen om Republikeinse kandidaten te steunen. Maar Musks onvoorwaardelijke steun aan Trumps partij begint zeldzamer te worden. 

Langzaam is een draai van het bedrijfsleven waar te nemen richting de Democraten, al is het maar om een tweede paard te hebben om op te wedden. Dat valt ook af te leiden uit een rondgang die weekblad The Economist recent maakte langs een aantal bestuursvoorzitters. Die zijn als een gek aan het de-MAGA-ficeren, afstand aan het nemen van Trumps Make America Great Again-agenda. 

Vóór Trump legden Amerikaanse topmanagers hun eieren nooit allemaal in één mandje: ze probeerden zowel Republikeinen als Democraten te paaien, ongeacht wie het Witte Huis of het congres controleerde. Maar die ‘bipartisan approach’ hebben veel bedrijven de afgelopen jaren laten varen. Trumps oor bleek te koop, en er was dus een gouden kans om de agenda van ondernemers erdoor te drukken. Daarbij eiste Trump ook vaak loyaliteit in ruil voor steun. 

Nu de midterms wijzen op een grotere machtspositie voor de Democraten, hoe betrekkelijk misschien ook, wordt opzichtig gepoogd de relatie met vertegenwoordigers van die partij te herstellen. Dat gebeurt door voormalig Democratische kopstukken posities in het bedrijfsleven aan te bieden, zoals recent bij onder meer mediareus Paramount Skydance en databedrijf Palantir gebeurde.

Ook achterhaalde The Economist dat de donaties aan Democratische kandidaten vanuit het bedrijfsleven weer fors zijn toegenomen. Directe steun is verboden, maar afgezien van de tien grootste donateurs – waaronder Elon Musk, gaat inmiddels de helft van het geld van Amerikaanse bedrijven via ‘politieke actiecomités’ (PAC’s) weer naar de Democraten (vorig jaar was dat nog 36 procent).

Het wordt hoe dan ook balanceren voor bedrijven en beleggers. De politieke kleur van Huis en/of Senaat kan omslaan, maar Trump zelf zit er nog twee jaar. Dat levert kansen op – zie ook de historische koerstoenames tussen midterms en presidentsverkiezingen in – maar zeker ook risico’s. Want onder Trump behaalde resultaten bieden geen garantie meer voor de toekomst.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next