Met zijn geliefde verkent schrijver Frank Westerman de medische horizon van een leven na de dood. In navolging van de Amerikaanse techbro’s gaan ze een flirt aan met cryoconservering: het ‘invriezen’ van je lichaam in de hoop ooit weer tot leven te worden gewekt. Samen, in hun geval.
Voordat mijn geliefde Imogen en ik in Berlijn Tiergarten in de gereedstaande ijsambulance stappen, maken we kennis met een twintigtal cryonauten in spe. We staan in een hoefijzer achter het felgele behandelbusje van de start-up Tomorrow Bio dat ons – onmiddellijk na onze dood – naar een ongewisse toekomst belooft te rijden. Ik vraag me af of ik in dit gezelschap gereanimeerd wil worden: samen met Katja, een biotechnoloog die alleen haar brein wil laten invriezen, een antropoloog uit Kopenhagen die een contract heeft voor ‘whole body preservation’, een Koreaanse wetenschapsjournalist met een alpinopet en een Britse hardloopster, gekleed in het hesje van de BMW Berlijn Marathon.
Voor niemand van ons die hier het glas heft ‘op de onsterfelijkheid’ is het leven een tranendal. In de uren die we doorbrengen tijdens het ‘open huis’ van Tomorrow Bio begint er een band te ontstaan. We vinden elkaar leuk.
Uit een baldadig soort opstandigheid tegen de dood waren Imogen en ik op een kille dag in april de medisch-technologische horizon van het eeuwige leven gaan verkennen. Ik droeg de zilveren ringen die ik van haar had gekregen en had me geschoren. Ook zij had zich gekleed voor de gelegenheid en als verrassing een lunch bereid. Aan de keukentafel – met zicht op de koningsblauwe spits van de Westerkerk – klapten we onze laptops open, beide met verbodenvruchtlogo.
Al onder het eten openden we de thuispagina van de Berlijnse uitvaartonderneming Tomorrow Bio, die handelt in de belofte van tijdreizen naar de 22ste eeuw, of zolang het maar duurt voordat jouw bevroren lichaam weer tot leven kan worden gewekt. Linksboven blonk het beeldmerk: een gestileerde dageraad waaraan een rivier ontspringt.
We zaten klaar voor een recce, zoals Imogen ons ceremoniële samenzijn vooraf had bestempeld. Hoewel ze meteen na onze eerste bioscoopdate had bedongen dat we Nederlands met elkaar zouden spreken, viel ze op intieme momenten vanzelf terug op het Engels. Dit was er zo een.
‘O kijk’, zei ik. ‘Ze bieden ook pet preservation aan.’ Vanuit een ooghoek zag ik een jonge vrouw haar (herboren?) hondje optillen en kussen. For the love that deserves to last stond er dwars over het scherm.
Imogen wilde Nelson terug, haar kwispelende Welsh springer. Bij de kapstok had hij een eigen mini-altaar met zijn pootafdruk in klei, zijn verweerde riem, afgekloven panda en een trommel met zijn as.
Ik was intussen op de mensenpagina beland, waar Tomorrow Bio haar dienst omschreef als een medische behandeling die je lichaam direct na overlijden ‘in een biologische pauzestand’ brengt en vervolgens bij min 196 graden Celsius conserveert. De techniek geldt als wettig alternatief voor cremeren of begraven en heet cryobewaring – naar het Griekse cryo, dat kou of ijs betekent.
Ik verdiepte me in de stappen van het protocol. Een team professionele afleggers komt in een felgeel ambulancebusje vanuit Berlijn of Zürich voorrijden. Zodra jouw overlijdensakte is getekend, ga je in een kuip met ijswater, terwijl de behandelaars je bloedsomloop nog wat gaande houden. Onderwijl worden je lichaamssappen afgetapt als bij een aderlating en vervangen door een antivries (glycol) om te voorkomen dat ijskristallen je organen beschadigen. Het mobiele mortuarium brengt je lichaam naar een koelhuis in Zwitserland.
‘We komen in een vat vloeibare stikstof te hangen’, meldde ik. ‘Kop omlaag, als vleermuizen.’
Onder het kopje ‘Why Switzerland?’ prees Tomorrow Bio de stabiliteit van het land, het verwaarloosbare risico op aardbevingen en het bankgeheim.
‘Why consider it?’ bood ook diepere inzichten. De meer dan achthonderd Tomorrow Bio-leden (gemiddelde leeftijd: 38 jaar) laten zich verdelen over twee categorieën: zij die bang zijn om dood te gaan, en zij die geen genoeg kunnen krijgen van het leven. Intekenaars van de tweede groep zijn ‘domweg nieuwsgierig’ naar de wereld over vijftig, honderd of tweehonderd jaar en willen graag nog verre ruimtereizen maken.
De motieven van Imogen en mij om hier rond te kijken sloten hier niet bij aan. Wij wilden samen in dit zwarte gat springen, hand in hand zeg maar, zodat we elkaar bij het oversteken van de Styx niet zouden kwijtraken.
In een tekstballon rechtsonder stond: stuur een bericht aan Noah. Noah zag eruit als een twintiger met een rustgevende blik en een kettinkje om zijn hals. Hij droeg een blouse met een regenwoudmotief.
Imogen opende de chatbox, rechtte haar rug en tikte een paar zinnen op. ‘Mijn partner en ik zijn al enige tijd geïnteresseerd in cryoconservering. We hebben elkaar pas betrekkelijk laat in het leven ontmoet… Kunnen we eventueel samen worden geconserveerd en uiteindelijk, indien mogelijk, samen tot leven worden gewekt…?’
‘Zoiets?’
‘Moeten we niet onze leeftijden vermelden?’
Imogen voegde tussen haakjes toe dat we allebei in de zestig waren en vroeg: ‘Zal ik op send drukken?’
Ze had het nog niet gedaan of ons bericht kreeg de status gelezen. Kennelijk was er voor de invriezen-na-de-doodservice geen wachtrij.
Wie een flirt aangaat met het transhumanisme, krijgt de wind van voren. Ik kende althans niemand aan wie ik durfde op te biechten dat onze aftastmissie niet voor honderd procent uit spielerei bestaat. ‘Iets tussen waanidee en dystopie in’, vatte een BBC-verslag over Tomorrow Bio de scepsis van de buitenwacht samen. Bij de goegemeente staat aanmelding gelijk aan toetreding tot een sekte. Maak één opmerking over invriezen-na-de-dood en de sceptici slaan je om de oren met citaten van gerontologen die de kans op reanimatie verwaarloosbaar klein noemen.
‘Maar groter dan bij crematie’, luidt de standaardrepliek van de aanhangers van het cryonisme. Het is en blijft een soort omgekeerd Russisch roulette, waarbij het onzeker is of er wel een silver bullet bestaat die je met één knal weer tot leven wekt.
Met de onuitgesproken afkeuring van mijn ouders ben ik vertrouwd. Zoiets doe je niet, je overweegt het niet, het is spotten met Genesis 6:3 waarin God paal en perk stelt aan de levensduur van de mens: ‘Hij is vlees; zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.’
Bij mij echter overheerst de nieuwsgierigheid. Er schuilt schoonheid in de kunst van het ontsnappen – en zou ontsnappen-aan-de-dood niet de ultieme houdiniact zijn? Ik denk aan het moment dat niemand nog durft te klappen wanneer de laatste noot is weggestorven in de concertzaal: je zit rechtop met ingehouden adem, klaar om te applaudisseren, de stilte duurt voort, en ineens hoor je in de verte toch weer de hobo – en zuig je je longen vol met liters lucht.
Tijdens een picknick in het Vondelpark zeiden mijn vrienden, de een na de ander: ‘Mij niet gezien.’
‘Het is een nachtmerrie waaruit je niet kunt ontwaken’, meende een collega-schrijver. Ze riep het doembeeld op van een gemedicaliseerde toekomstmaatschappij gebouwd op kasten en slavernij, à la Brave New World. De bevoorrechten laten herrijzen en ook nog eens verjongen, dat riekte naar Körperkultur en eugenetica. ‘Daar is al eens mee geëxperimenteerd’, merkte ze op. ‘Het was geen succes.’
Een milieuambtenaar van de gemeente deinsde terug voor de notie van een eeuwig leven met de verzuchting hoe saai dat wel niet zou zijn. ‘Gruwelijk saai.’
Een perpetuum van herhalingen (hoe vaak kun je genieten van een zonsondergang?) genereert verveling als zaagsel in een houtmolen. Maar kom op, er is in het leven zoveel meer te ambiëren dan sundowners drinken aan zee. Al zou ik me graag inschepen voor een rondvaart langs de achterkant van de maan, ook op het stoepje voor mijn huis kan ik me uitstekend vermaken; eindelijk zou ik de rust vinden om Gogols Dode zielen uit te lezen.
Bedenkingen van een zwaarder kaliber kwam ik tegen in een essay getiteld ‘Onsterfelijkheid als ontmenselijking’. Volgens de auteur, de Italiaanse filosoof Valerio Rocco, zijn we de kunst van het sterven verleerd – ‘Weten wanneer je moet terugtreden, zwijgen, loslaten’. Op een waardige manier heengaan is een daad van generositeit. Wie het kan opbrengen om zonder strapatsen afscheid te nemen van het leven, laat een serene, aangeveegde leegte achter; hij of zij bewijst de nabestaanden ‘een hygiënische dienst’.
Valerio Rocco brengt het gestaag afkalvende humanisme in stelling om de aanval te openen op het transhumanisme van de techreuzen. Types als Jeff Bezos, Sam Altman en Elon Musk zetten kapitalen in op het kansspel van de onsterfelijkheid. Door ‘het uitwissen van de levenseinder’ en ervandoor te gaan met starships naar andere hemellichamen, zitten we dadelijk niet meer in hetzelfde schuitje dat aarde heet. Zouden de techbro’s erin slagen hun eigen hachje van de vergankelijkheid te redden, dan vernietigen ze de vereffenende, democratische werking van de dood.
Ook de gewone sterveling die – als een verstekeling – hoopt mee te liften naar dit toekomstland, zal zijn of haar menselijkheid moeten achterlaten. Het betoog van Rocco spitst zich toe op de vraag: ‘Wie wenst zich, door middel van de eigen onsterfelijkheid, te ontmenselijken?’
Voorafgaand aan ons ‘intakegesprek’ met Tomorrow Bio vergeleken Imogen en ik de beloften van de verschillende aanbieders – ‘om goed beslagen ten ijs te komen’. Voor ons op tafel lagen een symposiumverslag over het kosmisme als voorloper van het transhumanisme, De ouderdom van Simone de Beauvoir en ook het handvest van de World Transhumanist Association (Artikel 8: ‘We favor cryonic procedures.’). Ik las over een kosmist van het eerste uur die honderd jaar geleden al voorspelde dat de mens in de loop van de evolutie zijn ‘lichamelijkheid’ zou afwerpen, als ballast.
Zou deze voorspelling uitkomen, dan is invriezen in één klap ouderwets in plaats van futuristisch. In dat geval kun je beter een kopie van je neurale netwerk laten opslaan in het geheugen van een computer. Huidige aanbieders van cryoconservatie houden al rekening met deze klantenwens door naast ‘whole body’- ook ‘brain only’-opslag aan te bieden.
Voor ons viel die laatste optie gevoelsmatig af als te platonisch. De provider die ook op voorhand kon worden weggestreept, was KrioRus, met een ijskristal op de i. Het bedrijf beheerde twee collectieve opslagtanks in Sergiev Posad, de zomerresidentie van de patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk. KrioRus bleek scherp geprijsd (43 duizend dollar of het equivalent in roebels voor je hele lichaam, de helft voor alleen je brein) en waakte medio 2026 over meer dan honderd cryonauten.
‘Jij met je Russen’, zei Imogen. ‘Je moet er toch niet aan denken om wakker te worden in Rusland.’
Haar afkeer op grond van de locatie, die ik van harte deelde, werkte inmiddels ook in het nadeel van de Amerikaanse alternatieven, The Cryonics Institute in Michigan (sinds 1976) en Alcor in het snikhete Arizona (sinds 1972). Toch hadden deze opties ook pluspunten. Het ging in beide gevallen om organisaties zonder winstoogmerk. Als oudste cryodienst bewees Alcor, gevestigd in Phoenix (what’s in a name?), nu al meer dan een halve eeuw bestand te zijn tegen beurscrashes.
‘Best een sterk punt voor een organisatie die je naar de eeuwigheid wil transporteren’, vond Imogen.
Bij Alcor krijgt iedere cryonaut de beschikking over een kluisje. Even dacht ik: voor je kleren? Maar de aanbeveling luidde om daarin cd’s, dvd’s en usb-sticks veilig te stellen. Hoe nuffig en gedateerd deze opsomming ook klonk, de pay-off leek op een echo uit een tijdperk dat nog niet was aangebroken: ‘To be returned on revival.’
Een zwaarwegend minpunt was het bericht dat de antidemocraat Peter Thiel (puissant rijk geworden met PayPal) voor zichzelf ook een postume ‘slaapplaats’ bij Alcor had geregeld. Je wilde niet levend worden teruggevonden op een non-descript industrieterrein onder de rook van Sky Harbor Airport, naast een creep als hij.
Google schoof ongevraagd haar assistent Gemini naar voren met het aanbod om ons gesprek met Tomorrow Bio te notuleren. We bedankten en schikten haast verontwaardigd ons handgeschreven lijstje met vragen. Imogen had haar haren opgestoken en droeg een strenge leesbril.
Noah verscheen op het laptopscherm tegen een egaal witte achtergrond. We vertelden elkaar dat de zon scheen, zowel in Amsterdam als in Berlijn. Noah zag er nog jonger uit dan op zijn profielfoto.
Of hij ons ‘guys’ mocht vragen hoe we op het idee van cryoconservering waren gekomen?
Imogen zei dat ze een essay had gelezen van een Oxfordprofessor...
‘Ah’, viel Noah haar bij, ‘Nick Bostrom.’
Het klonk alsof ze het over een gemeenschappelijke kennis hadden. Ik wist van deze Zweedse fysicus-filosoof alleen dat hij bij Alcor had ingetekend. En ook dat hij als een van de vaandeldragers van het transhumanisme van mening was dat cryoconservering ten onrechte bekendstond als ‘macabere oplichterij’, louter vanwege een schandaal uit 1979, toen negen Californische cryonauten vroegtijdig ontdooiden doordat de vacuümpomp voor het bijvullen van hun stikstofbaden kapotging – tijdens de vakantie van hun beheerder.
‘Toch ben ik benieuwd’, zei Imogen, ‘of lichaamsdelen niet voorgoed afsterven, juist vanwege vorstschade.’
‘Ik kan jullie geruststellen’, zei Noah. ‘We willen geen zombies.’
Ik haakte aan met een vraag over het contract van Tomorrow Bio: was dat een standaardovereenkomst of kon je er bijzondere wensen in opnemen?
Noah reageerde opgewekt. Minder dan een week geleden had zich een vijfkoppige familie aangemeld. ‘Natuurlijk maken we specifieke afspraken met hen. Dus het antwoord is: ja, dat kan.’
Als een geoefend verkoper polste hij waarover we aarzelden. ‘Ik neem aan dat jullie niet geïnteresseerd zijn in brain only-conservering?’
Dat was een veilige gok. Imogen antwoordde dat we dat te platonisch vonden.
‘Waar ligt voor jullie precies de drempel?’, wilde de relatiemanager weten.
Ik zei dat de keuze lichter zou zijn wanneer invriezen even gangbaar was als cremeren of begraven.
Noah knikte en schoof zijn bril wat hoger op zijn neusbrug. ‘Het is nog niet sociaal geaccepteerd, maar daar staat tegenover dat het een persoonlijke beslissing is.’
We waren toe aan ons rijtje vragen. De eerste was puur praktisch. Konden we bij elkaar in een tank?
Noah knikte opnieuw, zij het trager dan eerst. Hij legde uit dat elke cilinder plaats biedt aan acht ‘patiënten’, van elkaar gescheiden door een tussenschot. Als we erop stonden, konden de ingenieurs zo’n scheidswandje weghalen, zodat we ons eigen compartiment hadden.
‘Een chambre séparée’, schoot het door me heen. Ik herpakte me met het stellen van onze vervolgvraag: ‘Kunnen we laten vastleggen dat we tegelijk willen ontwaken?’
‘Als het bij de een niet zou lukken, en bij de ander wel’, verduidelijkte Imogen, ‘dan hoeft het voor ons niet.’
‘Het is onze verantwoordelijkheid om jullie wensen waar mogelijk te honoreren’, hoorden we Noah zeggen. Enigszins schuchter voegde hij eraan toe dat we nu wel ‘een onbekende horizon’ naderden. Tomorrow Bio verleende slechts een medische dienst; vanaf het moment dat je lichaam in een van de stikstofvaten werd gedompeld, kwam je in handen van de Patients Care Foundation.
‘Dus toch een stichting’, merkte Imogen op.
Deze wending hadden we niet zien aankomen. In vergelijking met de goedkoopste aanbieder (The Cryonics Institute in Michigan bracht minder dan 25 duizend euro in rekening) betaalde je bij Tomorrow Bio 200 duizend euro. Acht keer zoveel. Maar van dit bedrag bleek 80 duizend euro naar de behandeling en het transport te gaan en 120 duizend euro naar de aparte stichting die zorgdraagt voor de beveiliging, het tijdig bijvullen van de tanks en het betalen van de energierekening.
Imogen schoof haar bril in haar haren en keek mij aan – had ik nog vragen?
‘Heb je zelf ook een contract getekend?’, vroeg ik Noah.
De relatiemanager was zichtbaar blij met de vraag. ‘Ik geniet van het leven, weet je. Het is misschien niet altijd leuk, maar een dag als vandaag, het is mooi weer, ik wil wel langer leven dan honderd jaar.’ Ook het avontuurlijke idee dat je zou kunnen rondkijken in de 22ste of 23ste eeuw trok hem aan. De meesten van zijn collega’s hadden zich ook ingeschreven.
‘Maar jij bent vast de jongste deelnemer?’
Noahs gezicht betrok. ‘Nee, dat is een jongen van net in de twintig. Hij was ongeneeslijk ziek. We hebben hem eerder dit jaar geprepareerd.’
Nog diezelfde middag stuurde Noah ons de online afsprakenagenda van de voorzitter van de Patients Care Foundation. ‘I’ll tell him all about you guys’, schreef hij – zodat deze ‘dokter Emil’ zich een beeld kon vormen van wat voor vlees hij in de kuip had.
Wij op onze beurt zochten hem op onder ‘maak kennis met het team’. Dr. Emil Kendziorra bleek een kankerspecialist, summa cum laude afgestudeerd aan de universiteit van Göttingen. Hij was nog geen 40 en bleek ook de oprichter van Tomorrow Bio te zijn. ‘I love life very much’ was zijn lijfspreuk. Tijdens een presentatie op YouTube toonde hij een dia met de tekst death sucks. Hij liet een effectpauze vallen, waarna hij verkondigde dat de tijd was gekomen om haar af te schaffen.
De rossige dokter Emil, op het filmpje gekleed in een sportieve hoodie, bleek de spin in het Europese cryoweb te zijn. ‘Als ik moet kiezen tussen niet-bestaan aan de ene kant, en een eeuwig leven aan de andere’, zei hij op YouTube in antwoord op een vraag uit het publiek, ‘dan kies ik voor de eeuwigheid. Zelfs…’ – en op dit punt stak hij zijn microfoonloze hand omhoog – ‘zelfs als ik zou weten dat ik er spijt van krijg.’
Niet lang voordat we de open dag van Tomorrow Bio in Berlijn bezochten, spraken we dr. Emil Kendziorra op een conferentie waar hij een keynote ging verzorgen: ‘Levensduurverlenging voorbij de grenzen van de biologie’. Nee, nee, verzekerde hij ons toen hij onze videocall vanuit Amsterdam aannam, we stoorden hem niet.
‘Kijk’, zei hij, ‘ik zie het zo. Vroeg of laat komt er medische narigheid op je af, als je geluk hebt pas na je 80ste of 90ste, maar dan valt het doek.’ Hij maakte een legehandengebaar en zei dat wie daar iets aan wilde doen, niet moest kiezen voor een crematie. ‘Dan is je kans op een herrijzenis nul.’
Emils Patients Care Foundation droeg de zorg voor het verantwoord ontdooien van de bevrorenen. Hij somde de voorwaarden op voor het weer tot leven wekken van een cryonaut – zoals vastgelegd in de statuten. ‘Eén: de onderliggende ziekte waaraan de persoon is overleden moet geneesbaar zijn. Twee: er moet sprake zijn van een redelijke levensverwachting in goede gezondheid.’
In het scenario van deze Duitse cryonist kregen de herrezenen er minimaal dertig jaar bij.
Imogen wierp op dat we dan dus wel een samenleving van hoogbejaarden krijgen.
‘Maar heel vitale’, reageerde Emil. ‘Je mag er gerust van uitgaan dat de medische stand tegen die tijd ook in staat is om je zowel mentaal als fysiek in een goede conditie te houden. 80 zijn kun je dan vergelijken met 40 nu.’
‘80 is the new 40?’
‘Zo is dat.’
Ik vroeg of hij een keuze voor cryoconservering niet zag als egoïstisch.
‘Laat ik het zo zeggen’, zei hij. ‘Het is niet puur altruïstisch.’
Terwijl er op de achtergrond een bord van Life Summit Berlin voorbijschoof, betoogde hij dat wie graag een doorstart van het aardse leven maakt, vanzelfsprekend ook belang heeft bij een leefbare wereld. Leden van Tomorrow Bio maken zich zorgen over de zeespiegelstijging, domweg omdat zij zich geen ‘na mij de zondvloed’-houding kunnen permitteren.
Ineens stond Emil in de parkeergarage. Hij bracht de reden in beeld waarom hij ons hier naartoe had gebracht: een citroengeel bestelbusje van Tomorrow Bio, een hoekig vehikel dat voor een ambulance kon doorgaan als het niet zulke kleine raampjes had. Ook de associatie met een lijkauto drong zich op, maar dit was zonder meer een nieuw type voertuig: een gele taxi die je voor 200 duizend euro naar (of in het beste geval: tot voorbij) een ongekende einder transporteerde.
Staande op de binnenplaats van Tomorrow Bio in Berlijn Tiergarten maken wij, de kandidaat-cryonauten, grappen als bij een uitvaart. Zijn de pizzapunten die we van dr. Emil krijgen ons ‘galgenmaal’? Imogen zegt te vrezen dat de opengeklapte deuren van de invriesambulance achter haar in het slot vallen. Dimitri, een computerexpert van 32, moedigt ons aan het toch gewoon te proberen. Schoorvoetend, via de zijdeur, stappen we de ijsambulance binnen. Het is een vreemde gewaarwording om aan weerszijden van het ijsbad te staan waarin je als cryonaut komt te liggen, tussen een wirwar aan infuuszakken en slangetjes van een hart- longmachine. Ik kan niet tegen bloed, maar zolang ik me inbeeld dat dit een vervoermiddel is dat je naar de andere kant van het dodenrijk brengt, is het goed te doen.
Op 4 november verschijnt Alfabet van de onsterfelijkheid van Frank Westerman (Uitgeverij Querido Fosfor). Dit verhaal is een bewerking van een hoofdstuk daaruit.
Frank Westerman (1964) is non-fictieschrijver. Als correspondent van de Volkskrant en later NRC deed hij verslag vanuit Belgrado en Moskou. Hij debuteerde in 1999 met De graanrepubliek, waarvan onlangs de 41ste druk verscheen. Daarna volgden onder meer Ingenieurs van de ziel, El Negro en ik, Ararat, Stikvallei en Een woord een woord.
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant