Home

Hoe kijken bewoners naar de politieke patstelling in Israël? ‘We hebben zogenaamde rechten. Als je die dan gebruikt, wordt er gezegd dat je een gevaar bent’

Israëlische verkiezingen Netanyahu noch Eisenkot wil met de Arabische partijen regeren; een patstelling die anti-Palestijns racisme in Israël blootlegt. Inwoners van Jaffa, Jeruzalem en de nederzetting Kiryat Arba blikken terug en kijken vooruit. „Na 7 oktober is alles hatelijk en angstig.”

Palestijnen halen de olijfoogst binnen nabij de illegale Israëlische nederzetting Kiryat Arba op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Noa Menachem (28) heeft met haar vriend Bennie een café met een aangrenzende keramiekwerkplaats geopend in Jaffa, de van oorsprong Palestijnse havenstad die nu een stadsdeel van Tel Aviv is. Met een vriendin, psychologiestudent Ella Segal, drinkt ze koffie op het kleine terrasje. De vrienden voelen de laatste jaren afstand tot de politiek en zien dat Israël steeds verder naar rechts is opgeschoven. 

Menachem stemde op de centrum-linkse Democraten, maar is geen fan van partijleider Yair Golan. „Er moet meer vrouwelijke energie in de politiek komen. Het is de enige partij die meer vrouwelijke participatie beloofd heeft. De hele cultuur hier is heel masculien, hard en gewelddadig.”

Toen Menachems vader hoorde dat ze op de Democraten stemde, reageerde hij heftig. „Hij is man, ouder, en meer chauvinistisch.” Veel familie van vaderskant stemt op de extreemrechtse partij Joodse Kracht, van minister Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid), of op het ultraorthodoxe Shas. „Ik ben het zwarte schaap.” 

Patstelling

In Israël gingen deze week 5,7 miljoen mensen naar de stembus. Vantevoren was al duidelijk dat noch het blok rond premier Benjamin Netanyahu, noch het oppositieblok in staat zou zijn om een meerderheid van 61 zetels te halen. Daarmee is mogelijk een cruciale rol weggelegd voor de Palestijns-Arabische partijen.

Er was dit keer een historisch hoge opkomst van Palestijnse burgers in Israël. De twee hoofdzakelijk Palestijnse partijen Ra’am en de Gezamenlijke Lijst behaalden samen 19 van de in totaal 120 zetels.

Maar vrijwel alle Joods-Israëlische partijen – afgezien van de Democraten – sluiten samenwerking met deze partijen uit. Zo ontvouwt zich een patstelling in de aanstaande coalitievorming, die het racisme en de ongelijkheid in Israël en Palestina blootlegt.

Hoe over die patstelling wordt gedacht, hangt sterk af van wie je het vraagt. „Sinds 7 oktober is er veel meer haat tegen Arabieren”, zegt Ella Segal. Ze denkt dat Gadi Eisenkot, de leider van het oppositieblok, vooral gezegd heeft dat hij niet met de Arabische partijen wil regeren om meer stemmen te krijgen. Zelf is ze wel voorstander van regeren met die partijen.

Menachem verwacht niet dat er samengewerkt gaat worden met de Arabische partijen, en vreest voor nieuwe verkiezingen. „Dan zal Bibi winnen.”

Dat geen enkele Joods-Israëlische politicus voor een Palestijnse staat is, inclusief Yair Golan, verbaast Menachem niet. „De Palestijnen staan qua onderwerp van gesprek altijd onderaan in de Israëlische samenleving.” Vriendin Segal zegt dat ze het „geen tijd vindt voor een Palestijnse staat”.

Menachem maakt zich druk over het geweld op de Westelijke Jordaanoever, en wil dat alle nederzettingen daar verdwijnen. „Een nicht van mij woont daar, en zou dan weg moeten. Dat vind ik ook een pijnlijk idee. Ik zou één staat willen, hoe naïef het idee nu ook is dat iedereen buren zou kunnen zijn. Ik ben ook bang voor een Palestijnse staat. Na 7 oktober is alles hatelijk en angstig, en dan kan je niet meer helder nadenken.” 

Racisme

„Er zijn twee belangrijke criteria voor politieke legitimiteit binnen het Israëlische politieke stelsel: Joods zijn en zionistisch zijn”, zegt Nijmeh Ali, politiek analiste bij Al-Shabaka: The Palestinian Policy Network. „Israël is ingericht als een etnische democratie, in mijn ogen een eufemisme voor racisme, waarbij één etnische groep de macht in handen heeft en het beleid bepaalt. Binnen deze structuur hebben Palestijnse burgers weliswaar het recht om te stemmen en vertegenwoordigers te kiezen, maar hun vermogen om invloed uit te oefenen op de regering blijft ernstig beperkt. Ze staan ‘binnen maar toch buiten’.”

Of de Palestijnse partijen een betekenisvolle rol kunnen spelen, hangt daarom ook af van de vraag of het zogeheten ‘blok voor verandering’ bereid is de buitensluitende conventies van de Israëlische politiek ter discussie te stellen, zegt Beth Oppenheim, beleidsmedewerker bij de denktank European Council on Foreign Relations.

Ook in de illegaal bezette Westelijke Jordaanoever werden afgelopen week verkiezingen gehouden. De circa 3,4 miljoen Palestijnen die er onder militaire bezetting leven mogen niet stemmen over het Israëlische regime dat hun leven overheerst. De circa 700.000 kolonisten die er wonen mogen dat wel. Voor hen waren stemlokalen in de nederzettingen ingericht. In 2024 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat deze situatie in strijd is met het verbod op rassenscheiding en apartheid.

Een orthodox-joodse inwoner van Kiryat Arba bekijkt een rechtse krant met premier Netanyahu op de voorpagina.

In de nederzetting Kiryat Arba, dicht bij de Palestijnse stad Hebron, hoefde de 35-jarige Shira Ashkenazi afgelopen dinsdag niet ver te lopen om haar stem uit te brengen. Die ging naar de extreemrechtse partij Religieus Zionisme van de kolonist en minister Bezalel Smotrich (Financiën).

Tussen met sla en kool opgestapelde schappen in een drukke supermarkt van de nederzetting vertelt ze dat ze die keus maakte in het belang van „de veiligheid, de nederzettingen en de reservisten” in het leger, een groep waartoe ze zelf ook behoorde. Smotrich’ partij behaalde zes zetels, maar ze is ook tevreden dat Netanyahu’s Likud met 27 zetels de grootste partij is geworden.

Israëlische vlaggen

Net als veel nederzettingen is het in 1968 gestichte Kiryat Arba uitgegroeid tot een stadje, van rond de achtduizend inwoners, dat volledig is geïntegreerd in Israël qua overheidsdiensten en wegennet. Wie vanuit Jeruzalem naar Kiryat Arba gaat, hoeft maar een korte rit te maken over de snelweg die van noord naar zuid de Westoever doorkruist.

Op een checkpoint na is het de bedoeling dat je zo min mogelijk van die overgang merkt – de groene (bestands)lijn uit 1949 die als grens zou moeten gelden, is een luchtkasteel. De weg wordt geflankeerd door duizenden Israëlische vlaggen en posters van Ben-Gvir, die in Kiryat Arba woont. Overal is de visuele en fysieke boodschap: dit is Israël.

Campagneposters van Itamar Ben-Gvir hangen bij een checkpoint in Kiryat Arba, waar de leider van de extreemrechtse partij Nationale Kracht woont.

„Het is hypocriet”, zegt koloniste Ashkenazi over de mogelijkheid dat het oppositieblok toch met de twee hoofdzakelijk Palestijnse partijen in zee zou gaan. „Dit is een Joodse staat. Eisenkot wil niet met de Haredim [de ultraorthodoxe joden] regeren omdat ze niet participeren, maar wel met de Arabieren, die dat evenmin doen”, zegt ze, doelend op de uitsluiting van dienstplicht.

Ashkenazi werkt in Israël zelf, in het Hadassah-ziekenhuis bij Ein Kerem, een voormalig Palestijns dorpje buiten Jeruzalem dat na de ontvolking in 1948 hoofdzakelijk door Joden wordt bewoond. Daar werkt ze veel met Palestijnen. Dat kolonisten op de Westelijke Jordaanoever dagelijks extreem geweld plegen tegen Palestijnen noemt ze, net als de Israëlische regering, „marginaal” en het werk van „extremisten”.

Een regeringswissel in Israël zou „niet automatisch” een einde maken aan het kolonistengeweld, zegt analiste Nijmeh Ali. „De kolonistenbeweging beschikt inmiddels over aanzienlijke organisatorische, politieke en financiële middelen. Of het geweld ter plaatse daadwerkelijk zal afnemen, hangt af van de bereidheid van de Israëlische regering om de wet te handhaven en om Palestijnse gemeenschappen te beschermen.”

Verblijfsvergunning

Café Sira, in een steegje in West-Jeruzalem, is een van de weinige plekken in de stad waar zowel Joodse Israëliërs als Palestijnen komen. Daarbij is de bar ook open op sabbat. Binnen staat harde muziek op en zijn de muren bedekt met graffiti en stickers.

Aan een tafeltje zitten twee Palestijnse vriendinnen samen op laptops te werken. Ze willen wel praten over de verkiezingen, maar om veiligheidsredenen willen ze dat alleen anoniem doen, en op zachte toon – ook in dit café zijn ze op hun hoede. Sterker, ze voelden zich er in de maanden na 7 oktober 2023 niet veilig. „Linkse Israëliërs waren ineens rechts geworden. Ik vind dat nog steeds moeilijk te begrijpen,” zegt een van hen.

Jongeren zitten op een doordeweekse dag op het terrasje van café Sira in Jeruzalem.

Slechts een van de vriendinnen mocht deze week stemmen, want zij is een Palestijnse uit de noordelijke stad Haifa met Israëlisch burgerschap. Haar 29-jarige vriendin uit bezet Oost-Jeruzalem mag dat niet. Zij heeft net als de meeste andere Palestijnen in het door Israël geannexeerde stadsdeel enkel een verblijfsvergunning, en leeft met de constante dreiging dat deze kan worden ingetrokken.

Over haar uitsluiting van deelname aan de verkiezingen is ze gelaten: „Er wordt altijd gesproken over een democratie [in Israël]. Maar als je onder een bezetting leeft en je hele leven met uitwissing te maken hebt, dan reken je al niet meer op een overheid die in je basisbehoeften voor een menselijk bestaan voorziet.”

Geen vuilnis opgehaald

Ook Palestijnse burgers in Israël hebben te maken met racisme, zegt haar vriendin uit Haifa. Zo worden Palestijnse steden, dorpen en buurten, zoals de wijk Wadi Nisnas in Haifa waar ze opgroeide, structureel achtergesteld door de overheid – het vuilnis wordt er bijvoorbeeld dikwijls niet opgehaald.

En ook al heeft zij formeel burgerschap, haar vrijheid is begrensd: „Je hebt te maken met een surveillancestaat, waarbij je altijd in de gaten wordt gehouden en op sommige plekken geen Arabisch kunt praten.”

Tijdens eerdere verkiezingen onthield ze zich, net als veel van haar Palestijnse vrienden in Israël, van stemming. Afgelopen dinsdag stemde ze voor het eerst wel, op de Gezamenlijke Lijst. „Het voelde heel gek, omdat zij niet kan stemmen”, zegt ze, wijzend op haar vriendin. „Maar wat ik stem, heeft wel effect op haar. Dat geeft me een gevoel van verantwoordelijkheid, voor Palestijnen in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever, en in de diaspora.”

Palestijnen die normaal nooit stemden, deden dat nu wel, en berichtten daarover op sociale media, vertelt ze. Wat voor haar de doorslag gaf, was „een gevoel dat het wel eens de laatste keer zou kan zijn. De volgende keer zijn de Arabische partijen misschien wel helemaal niet meer in staat om mee te doen.”

Over de afwijzende reacties van veel Israëliërs op de historische opkomst van Palestijnse kiezers en de zetelwinst voor de Palestijns-Arabische partijen is ze niet verbaasd. „We hebben zogenaamde rechten. En als je die dan gebruikt, wordt er gezegd dat je een gevaar bent voor de Knesset. Ze zijn doodsbang dat we de verdeling [van zetels] hebben veranderd.”

Desondanks is ze positief over het effect van haar deelname: „Dat ik stem, stelt Israël in een kwaad daglicht. Want als ze nu niet met de Arabische partijen gaan regeren, maakt dat hun zaak nog erger. Dat is voor mij winst.”

De Palestijnse geïnterviewden in Jeruzalem zijn om veiligheidsredenen geanonimiseerd. Hun identiteit is bekend bij de redactie.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next