Home

‘Ik had graag op een leukere manier afscheid genomen van mijn toneelleven’

Actrice en vormgever Tjitske Reidinga hoopte dat iemand haar zou dwingen te stoppen met haar eerste solovoorstelling. Dat gebeurde niet. Een gesprek over rouwen, angst en jezelf opnieuw uitvinden. „Ik dacht: ik hoef niet meer te acteren.”

Fotografie: Lars van den Brink Tsjitske Reidinga

Tjitske Reidinga wil nooit meer op het toneel staan, zegt ze, op de toon van iemand die er lang genoeg over heeft nagedacht, gewikt en gewogen, het oordeel definitief.

Ze had toch de wens om oud te worden op het toneel?

„Echt nóóit meer”, herhaalt ze.

Heeft ze niet eens gezegd dat ze hoopte nog de kans te krijgen Lady Macbeth te spelen?

„Nee zeg, de groeten”, zegt ze. „Echt, de groeten.”

We zitten in het café van een buurtcentrum in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer, dicht bij waar ze woont. In de ruimte staat een podium, met een bank erop. We zijn er niet op gaan zitten, haar blik zal er tijdens het gesprek wel een paar keer op rusten.

Volgend jaar is Tjitske Reidinga dertig jaar actrice. Ze speelde in films en in talloze tv-series. Ze was zuster Jet in Ja zuster, nee zuster, Prinsesje Petronella in Het Klokhuis. Het grote publiek leerde haar kennen als Claire van Kampen in Gooische Vrouwen, waarvan nu het achtste seizoen wordt uitgezonden. Ze speelt sociaal advocate Alex Sterkenburg in de nieuwe tv-serie Pro Deo die vanaf volgende week is te zien.

En al sinds het begin van haar carrière staat ze ook op de planken. Vijf jaar lang was ze het gezicht van het DeLaMar-theater in Amsterdam, met iedere zomer een komedie die zij mocht dragen en soms later in het jaar nog een stuk. „Mijn hart ligt echt bij theater”, zei ze in 2004. „Meer dan bij film, wat toch vaak gepruts is met hoe je precies in beeld komt.”

Ze wuift het weg, als ze deze woorden terug hoort. „Dit vond ik vroeger, ja. Ik heb mezelf altijd gezien als toneelactrice en al toen ik jong was wist ik: op een gegeven moment kom ik op een kutleeftijd, dus ik kan dit niet altijd blijven doen.”

Wanneer zou die kutleeftijd aanbreken?

„Zo midden veertig wordt het lastig, dan kom je in een andere categorie en zijn er nog maar weinig rollen. Dit is geen mening, het zijn de feiten.” Getergd: „Waarom zou ik tot mijn zeventigste een voedster in een Grieks drama moeten spelen en daar dan avond na avond voor van huis moeten zijn? Dat is niet in evenwicht. En er dan toch wat van maken met een jonge, moderne regisseur die jouw monoloogje van drie zinnen dan hipper maakt omdat je oud bent en het anders zielig is.”

Nee, Reidinga bedacht tijdens de coronajaren dat ze het anders wilde doen, zélf wilde doen. Een persoonlijk stuk, alleen op het podium, een stuk over het leven, háár leven, de mantelzorg voor haar ouders, haar moeder met een hersenziekte, het uitruimen van het ouderlijk huis, de opvoeding van haar drie jongens. Ze werkte aan het stuk terwijl ze die gebeurtenissen in het echte leven meemaakte en ze noemde het Portret. Twee jaar geleden was het rond.

„Achteraf gezien”, zegt ze, „was het mijn slechtste idee ooit.”

Op een zaterdag was de première, de maandag erop overleed je vader.

„Totaal onverwacht. Ik vond het nogal veel, om te processen. Maar ja, zoals dat gaat, ik ben toch doorgegaan met de voorstellingen. Drie maanden na mijn vader overleed ook mijn moeder. Grappig genoeg denk ik nu soms: wie is er ook alweer eerder gegaan? Het voelt alsof het één moment is geweest.”

Je beste vriendin Roos Ouwehand vertelde dat het een constante herbeleving van het overlijden van je ouders was, en dat steeds op een podium, met publiek.

„Ik had het helemaal niet goed voorbereid, ik had vooral een fantasie over wat het moest worden. Ik was niet in conditie, doodmoe, in paniek. De eerste voorstelling… ik denk niet dat ik daar in mijn leven nog overheen kom. Ik zat in een proces waar ik helemaal geen grip op had. Ik durfde niet te repeteren, ik wilde zo min mogelijk spelen. Als ik een stukje achter elkaar repeteerde, merkte ik dat mijn ademhaling hoog zat…”, ze gaat steeds sneller praten, „dat ik eigenlijk na drie zinnen… dat er iets was waardoor ik niet meer kon ademen. Ik, ik, ik… maar ik ging tóch door want er waren kaartjes verkocht. Ik had het heel erg onderschat.”

Kwam je daar op het podium pas achter?

„Ik ging op, in Someren. Ik begon met de eerste vier zinnen. En daarna wíst ik het niet meer. Toen heb ik mijn script gepakt en ben ik daaruit gaan voorlezen. Het was, echt, héél erg pijnlijk, zo gênant. Ik ging af en kreeg bijna geen applaus. Ze hadden basically drie kwartier naar een vrouw zitten kijken die…”

Ze zwijgt even, maakt de zin niet af.

„De volgende dag kreeg ik een appje van iemand die erbij was geweest en schreef: wat pijnlijk om jóú zo te zien.’’

Wanhopig: „Maar ik moest dóór, er waren kaarten verkocht. En ik dacht alleen: ik heb een nachtmerrie meegemaakt, dit is de nachtmerrie van iedere acteur. Maar I’m still standing, let’s go on.

„Ik moest ook werken, na corona had ik geen werk gehad. Ik dacht: hoe moet dat nou, met een hypotheek, drie kinderen. Ik had een voorstelling willen maken die eens een keer niet zou gaan over dat cliché van een vrouw die alle ballen in de lucht moest houden.”

Dat werd het wel.

„Precies! Dus ik stond op het toneel en wilde helemaal niet dat er naar me gekeken werd, ik wilde die aandacht helemaal niet. Ik had een verkeerde inschatting gemaakt, een essentiële: ik vind het hartstikke fijn om iemand anders te spelen, maar níét mezelf.”

Je broer, Hesling, vertelde dat het eenzaam en zwaar was, dat je omgeving steeds tegen je zei: denk aan jezelf. Waarom ben je toen niet gestopt?

„Ik hoopte dat iemand anders tegen me zou zeggen: je stopt nu, je móét echt stoppen. Maar niemand deed dat. Het grote probleem van stoppen is dat anderen er ook afhankelijk van zijn. Leuke lieve mensen, die hun agenda’s vrij hebben gehouden om met mij op tournee gaan.

„Ondertussen at ik alleen nog maar noten. Ik hou heel erg van eten, nooit problemen mee gehad, maar door de spanning kreeg ik voor de voorstelling niks binnen. Bij de huisarts kreeg ik een paniekaanval. Ik moest naar het ziekenhuis, omdat ze dachten dat ik iets aan mijn hart had. Dat bleek niet zo te zijn. Gelukkig, zei ik, ik denk dat het dan gewoon allemaal een beetje te veel is.

„Ik lag in dat ziekenhuisbed en ik hoopte zo dat de verpleegsters, net als in films, veelbetekenend zouden zeggen: nou het is wel duidelijk hè, mevrouw Reidinga. Maar ze zéíden het niet. De moeilijke keuzes in het leven moet je echt zelf maken.”

„Dus ik kwam thuis en er werd besloten er twee voorstellingen tussenuit te halen en daarna door te gaan. Het was iedere keer: overleef ik het?

„Een paar maanden na het overlijden van mijn moeder trokken we de stekker eruit.”Ze is even stil.

Fotografie: Lars van den Brink Tsjitske Reidinga

„Zo gaat het in het leven. Ik had graag op een hele leuke manier afscheid willen nemen van mijn toneelleven. Nou dat is niet gebeurd. Het hoeft niet meer.”

Dat haar moeder ziek was, ze had Lewy body dementie, wisten de ouders van Tjitske Reidinga lange tijd te verbergen. „Ze hadden geleerd het goed te maskeren. Ze waren al zo lang bij elkaar, mijn vader wilde niet dat het een naam kreeg, dat ze weg moest. Ik denk dat het voor veel mensen geldt: proberen een leven in stand te houden terwijl je voelt dat het helemaal niet goed gaat. Omdat mijn vader zo lang volhield dat het gedrag van mijn moeder niet was veranderd, dat ze altijd al zo was geweest, dacht ik lang dat ík gek was.”

Wat zag je?

„Een blik in de ogen, je ziet gewoon dat iemand aan het vertrekken is. En nog voor je gedag kan zeggen, is iemand weg. Het is een ziekte waarin wanen voorkomen, angsten, nachtmerries. Het was verschrikkelijk verdrietig om aan te zien. Ik begon foto’s te maken, ik wilde het vastleggen. Omdat ik niet kon geloven hoe wreed het leven kan zijn. Als je wordt geboren zit iedereen op je te wachten als het een beetje meezit, houdt je vast, verzorgt je. Maar als je oud bent en je vertrekt uit het leven, is dat heel anders. Het is vaak een veel lelijker proces, hard. Dat heb ik geprobeerd te verzachten door het vast te leggen.

„Mijn moeder stond vaak na het eten in haar jas in de woonkamer, met haar tas vast. ‘Nou,’ zei ze dan tegen mijn vader en mij, ‘ik ga nu naar huis, veel plezier!’”

Hesling vertelde dat de aanloop naar Portret al zwaar voor je was. Je ouders verhuisden, jullie moesten het huis opruimen waar ze dertig jaar hadden gewoond. ‘We gingen door elk fucking doosje en laatje’, zei hij.

„We kwamen erachter dat het eigenlijk hoarders waren. Het hele huis stond vol spullen, hun hele leven zat er in.”

Hoe ruim je een leven op?

„Ik ben niet goed in opruimen. Ik had ergens gelezen dat je spullen moet fotograferen, dan doe je ze makkelijker weg. Dus ik begon collages te maken van hun spullen, en daar maakte ik ook foto’s van. Het werd een soort dagboek.”

Ze laat foto’s zien op haar telefoon. Intieme scènes: haar moeder, liggend in bed, kijkend in de camera, haar vader van achter gefotografeerd, kijkend naar haar moeder. En kastjes met boeken, heel veel stapels boeken. „Ik moet hier altijd om lachen. Mijn vader moest er niets van weten dat het niet ging met mijn moeder, hij had altijd nieuwe leesplannen voor haar. Kijk hier, de biografie van Hitler!”

De enige afleiding naast de zorg voor haar ouders en kinderen was het stuk waar ze in speelde: Dangerous Liaisons, waarin de twee hoofdrolspelers elkaar proberen te overtroeven met verleiding, bedrog, wraak – ten koste van anderen en elkaar. „Het was een hartstikke moeilijk proces, die voorstelling. Niet voor mij, de groep had het lastig. Het was een botsing van generaties en van smaken. Ik was zoveel aan het mantelzorgen, het was heerlijk om te zitten en te zien hoe de rest van de groep met zo’n ouderwets, heftig stuk omging.”

De discussies, zegt ze, brachten haar aan het denken over wat ze al die jaren zelf meemaakte als actrice.

„Nu heb je een intimiteitscoach, wordt er veel besproken. Toen ik jong was, bestond dat niet. Ik zag vrouwelijke collega’s die in stukken op het podium seksuele handelingen moesten uitvoeren bij mannen. Dat was heel vervelend om te zien en om te doen. Maar dat deed je, want het was kunst. Er werd niet over gesproken, want dat was tuttig, al helemaal als vrouw. Ik besefte dat actrices nooit beschermd zijn in hun vak, maar ook dat we het allemaal maar hadden toegelaten.”

Jijzelf ook?

„Ik heb wel periodes gehad waarin ik dacht: potverdorie, ik had weleens willen weglopen. Of willen zeggen: wat doe je nou?

„Ik had er toch niets tegen kunnen doen, ik had het in mijn eentje niet… Dat gedrág van mannen dat berustte op het feit dat zij de baas waren, die dachten zich daarom alles te kunnen permitteren. Je dacht er niet over na, het was gewoon zo. Wat dat betreft hebben we een enorme vooruitgang geboekt joh. Niet dankzij mij, trouwens. Ik heb steeds aan de zijkant gestaan en gedacht: wat goed dat vrouwen zo opkomen voor elkaar.

„Ik heb vroeger wel geluk gehad. Ze vonden me denk ik toch een beetje weird, op de opleiding. Ik was niet zo gevoelig voor dat gedrag, mannen die aan hoofden van tafels gingen oreren. Ik denk dat ze dat zagen.”

Dan: „Moet je nagaan, ik zeg dat ik het goed heb gehad, terwijl het normaal was als iemand zijn hand in mijn blouse of onder mijn rok stak, vlak voor we opgingen. Zoals alle vrouwen dacht ik dan: o! Maar dan was het al gebeurd. En later dacht ik: maar hij zag me in ieder geval wel staan. Ik denk dat wij nog boffen. Ik ben hartstikke dankbaar dat ik als vrouw kon en kan werken. We zijn al zoveel verder dan mijn moeder en oma.”

Je gaat erg snel voorbij aan die hand in je blouse. Ik denk nog even: what the fuck?

„Maar heb je weleens gezien hoe het in andere delen van de wereld is? Ik kom net terug van een lange reis in midden-Afrika. Die vrouwen kunnen helemaal niks, behalve hard werken voor hun gezin, alle zware taken doen en vooral niet te zichtbaar zijn. Ik ondersteun een vrouw in Malawi [Reidinga heeft daar een deel van haar vroege jeugd doorgebracht door het werk van haar vader, red.], die heeft bijna geen kansen. Als ik dat zie dan ben ik heel dankbaar voor mijn leven. Dat wij dit gesprek hier kunnen voeren, dat er bewustzijn over is, dat is toch vooruitgang?”

Nadat corona was uitgebroken had Reidinga amper nog werk. „En dat vond ik prima, ik ging van heel veel dingen niet aan. Ik wilde gewoon alles helemaal anders. Ik dacht: ik hoef niet meer te acteren.” Ze ging werken in de afwaskeuken van een horecatent. Ze belde met het UWV: kon ze zich laten omscholen tot verpleegster? „Er was zo’n tekort, ik dacht: ik wil helpen. Het werd een bizar gesprek, over dat ik de verkeerde vooropleiding had en dat ik niet door kon stromen.” En ze werkte op de bloemenmarkt in Amsterdam. „Ik heb gevraagd: mag ik hier werken? En Jan, mijn bloemenbaas, zei ja. Hij liet me vrij met die bloemen, ik mocht doen wat ik wilde. Het was de eerste man die mij niet corrigeerde. Dat kende ik niet, als actrice moet je iets zijn wat iemand anders wil dat je bent. Dat is altijd een gevecht, want je bent de fantasie van iemand anders.

„Ik ontdekte daar dat ik ondernemend ben. Een paar maanden geleden…”, ze begint verlegen te lachen, „heb ik een KvK-nummer aangevraagd. Ik heb nu een eigen bedrijfje: Tjitskes tuin. Ik ben vormgever, zo noem ik dat. Ik hoop de komende jaren betaalbare kunst uit te brengen, behang, tapijten. Pakketten met bollen en zaden. Om de wereld mooier te maken. Ik maak ook rouwkaarten. Rouw is gewoon… het is iets waar ik niet zoveel woorden voor heb. Maar ik kan het wel vormgeven.”

Ze heeft, zegt ze terwijl ze op haar telefoon kijkt, „vandaag eigenlijk een hele spannende dag”, ze is daarom „zenuwachtig, en ook emotioneel”.

„Ik loop al tien jaar langs een plek, een fotolab, waar ik altijd van denk: hier komen mensen die écht fotograaf zijn. Straks loop ik er zelf naar binnen, dan wordt een selectie van mijn foto’s uitgeprint en ingelijst, klaargemaakt voor een museum.”

Museum Jan Cunen in Oss benaderde Reidinga met de vraag of ze een ruimte in wilde richten. Het wordt een kamer, zegt ze, over rouw. Met de foto’s die ze maakte van haar moeder, collages, veel bloemen. „Tijdens het opruimen kwam ik erachter dat er maar weinig jeugdfoto’s van mijn moeder zijn. En van die weinige foto’s werd ik verdrietig, ze stond er erg alleen op. Daarom besloot ik ze mooier te maken.”

Ze laat er een paar zien. Een foto van een zwart-witfoto met een jong kind dat verlegen in de camera kijkt. Nog een keer kijken, dan blijkt: de foto fungeert als boomstam, erboven zijn met roze bloemblaadjes takken gemaakt, eronder wortels.

Weer een andere: een naailapje, wit, waar met blauwe balpen streng Fout! op staat geschreven. „Ze had een hele strenge moeder, die vond dat ze alles fout deed.”

Je foto’s zijn heel intiem. Waarom wil je dat delen?

„Dat is het moeilijkste geweest van de afgelopen weken. Ik heb wel zevenduizend keer gedacht: wat vindt mijn moeder hiervan?” Ze moet huilen. „Het is heel frustrerend om op die manier de hele tijd bij haar terecht te komen. Waarom zou je dit doen, vroeg mijn broer ook. En ik wist niet wat ik moest. Is het te privé? Moest ik me terugtrekken? Heel veel mensen gaan door rouw heen, afscheid hoort bij het leven. Waarom moeten mensen dat dan van mij zien? Ik kon er niet mee omgaan, zo erg vond ik het.”

Ze veegt haar tranen niet weg.

„Ik wil dat als mijn moeder dit zou zien ze alleen maar liefde voelt en niet denkt dat ik haar gebruik voor aandacht, voor mezelf. En dat als mensen naar die foto’s kijken, dat ze heel misschien zich ook een soort van getroost voelen. Een heleboel mensen om ons heen leven in hun eigen huisjes hun eigen leventjes, zijn ziek, gaan door veel heen in die kleine ruimtes, liggend op bed, op de bank. Ik hoop dat ze voelen dat het liefdevol bedoeld is en dat ik heel trots op haar ben, op hoe zij het heeft gedaan met mij en mijn broer. Dat ik respect heb voor haar, voor het moederschap. Dat het een ode is.”

Wie is Tjitske Reidinga

Tjitske Reidinga (54) is actrice en vormgever. Ze studeerde in 1997 af aan de toneelschool in Amsterdam. Ze speelde in films, series en theaterstukken. Voor haar werk ontving ze onder meer de Colombina en de Mary Dresselhuys Prijs. Vanaf 4 november is ze te zien in de tv-serie Pro Deo (BNNVARA). Voor haar rol als advocaat Alex Sterkenburg werd ze genomineerd voor een Gouden Kalf.

Reidinga is getrouwd met acteur Peter Blok en heeft drie kinderen uit een eerder huwelijk. Ze woont in Amsterdam.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Theater

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next