Een onverwachte rekening, een merkwaardige coulanceregeling en een zorginspectie waarop fors wordt bezuinigd. Wie begrijpt nog hoe onze gezondheidszorg wordt betaald?
Een rekening van 1.330 euro voor een pijnprik die binnen een kwartier was gezet. Ik schrok me rot. Niet alleen van het bedrag, maar vooral omdat ik helemaal geen rekening verwachtte. De arts had mijn zorgverzekering nog gecontroleerd. Waarom moest ik dan zelf betalen? Nog vreemder werd het toen bleek dat het internationale medisch centrum in Amsterdam ook genoegen nam met 706,99 euro. De overige 623,01 euro werd me kwijtgescholden. Een coulanceregeling heette dat. Wat een aardige mensen.
Ik moest er weer aan denken toen ik hoogleraar en internist Marcel Levi bij Eva Jinek hoorde vertellen over de gebrekkige controle op zorgaanbieders. Volgens hem wordt er fors bezuinigd op de inspectie. Een derde van de controleursbanen verdwijnt. Zorgverzekeraars zien wel verdachte facturen voorbijkomen, maar kunnen volgens Levi door wettelijke beperkingen onvoldoende controleren of zorgaanbieders te veel berekenen. De minister ziet inmiddels de urgentie en is van plan de wet aan te passen. Dat wordt tijd, dacht ik, terwijl ik de weggestopte rekening uit een la opdiepte.
Over de auteur
Lise van de Kamp is schrijfster en publicist.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een paar maanden geleden verwees mijn huisarts me voor een pijnprik naar Acibadem, vlak bij station Sloterdijk. De injectie moest ervoor zorgen dat ik tijdens onze aanstaande vakantie minder pijn zou hebben. Ik kon al diezelfde week terecht. Op zondagochtend om elf uur. Een raar tijdstip, vond ik, maar telefonisch navragen of de afspraak wel klopte, lukte niet. De telefoon werd alleen tijdens kantooruren opgenomen.
Mijn man en ik troffen een vrijwel verlaten gebouw aan: een enorme hal, een meisje verscholen achter een balie en verder niemand. Op de eerste verdieping wachtte een arts en een assistente me op. Mijn naam en verzekering werden gecontroleerd en de arts las een indrukwekkende lijst met mogelijke bijwerkingen voor. Ik kreeg die ook nog op papier mee, om thuis verder te griezelen.
De prik zelf stelde weinig voor. Binnen een kwartier stonden we weer buiten, vol goede moed. Helaas bleek de behandeling geen effect te hebben. Pech gehad, maar daar kan de arts niets aan doen.
Tijdens de vakantie kwam de rekening: of ik even 1.330 euro wilde overmaken, met één klik te betalen via iDeal.
‘Ze zijn vast vergeten de rekening naar Zilveren Kruis te sturen’, suste mijn man.
Dat leek mij ook. Ik belde om het misverstand recht te zetten. Maar het telefoonnummer op de factuur werkte niet en op de website van Acibadem stonden waarschuwingen voor nepmails. Na enig speurwerk vond ik het juiste nummer. Zeven wachtenden voor mij.
Toen ik eindelijk iemand aan de lijn kreeg, bleek er helemaal geen sprake van een vergissing. Acibadem werkte altijd zo, vertelde de medewerkster. De patiënt moest de rekening zelf voorschieten en vervolgens bij de zorgverzekeraar declareren.
Waarom eigenlijk? Mijn verzekering was toch gecontroleerd? Een verdere uitleg kreeg ik niet. Wel verwees ze me naar de coulanceregeling die als bijlage bij de factuur zat.
Maar eerst wilde ik weten waarom die pijnprik zo duur was.
Een paar honderd euro voor het consult, vertelde ze, en de rest voor de injectie. Betalen binnen een maand graag.
Gelukkig was er die coulanceregeling. Ik moest zelf bij het Zilveren Kruis informeren hoeveel die van de behandeling zou vergoeden. Alleen dat bedrag hoefde ik uiteindelijk aan Acibadem over te maken. De rest werd kwijtgescholden.
Een creditfactuur voor het verschil kon ik niet krijgen. Wel moest ik alle gegevens van mijn verzekering opsturen, zodat Acibadem de zaak boekhoudkundig kon regelen en ik geen aanmaningen zou ontvangen. Zilveren Kruis bleek 706,99 euro te vergoeden. Ik maakte het bedrag over, stuurde de gevraagde papieren op, inclusief de gegevens over mijn eigen risico, en hoorde nooit meer iets.
Toen ik Marcel Levi hoorde vertellen dat zorgverzekeraars wel vreemde facturen tegenkomen, maar onvoldoende mogelijkheden hebben om daar iets tegen te doen omdat er een wet is die de verzekeraars dat belet, dacht ik aan mijn eigen rekening. Ik heb geen verstand van de ingewikkelde financiering van onze gezondheidszorg, maar ik kan wel rekenen. Een behandeling die eerst 1.330 euro kost en vervolgens voor 706,99 euro wordt afgerekend, roept wel vragen op. Waarop was die rekening gebaseerd? En waarom kon ik geen creditfactuur krijgen? Misschien is er een keurige verklaring voor. Die heb ik echter niet gekregen.
Ondertussen stijgen de zorgpremies en horen we voortdurend dat de gezondheidszorg onbetaalbaar dreigt te worden. We moeten zuiniger zijn, niet voor ieder wissewasje naar de dokter en vooral beseffen dat zorg geld kost.
Dat besef ik inmiddels wel, maar zolang een medisch centrum zonder duidelijke uitleg ruim zeshonderd euro van een rekening kan laten vallen, vraag ik me af of de patiënt wel degene is die op zijn centen moet passen.
De volgende keer dat de minister klaagt over de stijgende zorgkosten, mag ze mijn rekening wel even lenen, inclusief de coulanceregeling.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant