Zaterdag zijn in Welkom bij 75 jaar jeugd-tv de bijzondere televisiepersonages van de afgelopen decennia te zien. De vingers van de makers jeukten: ‘Wij staan in de traditie van die licht anarchistische jeugdtelevisie.’
is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.
‘Vrolijk-opstandig en warm van hart’, zo vat televisiemaker Niek Barendsen de kern van de Nederlandse kindertelevisie samen. En hij kan het weten, want hij was 25 jaar hoofd drama bij Het klokhuis en is al sinds 2011 bedenker, maker, regisseur (en heel soms acteur) in de Welkom bij-reeks, waarin onderwerpen uit de geschiedenis (de Romeinen, de Tachtigjarige Oorlog, de middeleeuwen) door sketches toegankelijk worden gemaakt voor de hele familie.
Zaterdag is er een speciale, eenmalige versie op tv: Welkom bij 75 jaar jeugd-tv, waarvoor Barendsen kon putten uit de rijke geschiedenis van Swiebertje, J.J. de Bom voorheen De Kindervriend en Ren je rot, al pasten niet alle programma’s erin.
Dat deed hij zonder de bijbehorende nostalgische gevoelens: ‘Bij zo’n televisiejubileum gaat het al snel van: weet je nog, en met natte haartjes op de bank, maar bij de Welkom-reeks is het uitgangspunt altijd: de kijker weet nog van niets. Kinderen die nu kijken hebben die programma’s nooit gezien, we moeten alles goed uitleggen.’
En dus is de uitzending een vrolijke mix van informatie en humor. Presentator Dorien (Plien van Bennekom) ontvangt de Zweedse televisieheldin Pippi Langkous (Eva Crutzen) in haar moderne studio en samen vertellen ze in sneltreinvaart de tv-geschiedenis. Van de allereerste tv-uitzending in 1951, tot Het klokhuis dat in 1990 bijna van de buis verdween, maar gered werd door een handtekeningenactie van een kijker.
Het is natuurlijk nogal meta, een jeugdtelevisieprogramma over jeugdtelevisie. Barendsen: ‘Maar daarom jeukten mijn vingers juist. Wij staan in de traditie van die licht anarchistische jeugdtelevisie die ik zo’n warm hart toedraag. Welkom is voortgekomen uit Het klokhuis, dat weer is voortgekomen uit J.J. de Bom en De stratemakeropzeeshow uit de jaren zeventig. Er loopt een lijn van de humor en brutale toon van Annie M.G. Schmidt, via Aart Staartjes, Joost Prinsen en Hans Dorrestijn naar de VPRO-zondagochtend met Theo en Thea en Purno de Purno. Wij horen bij die familie en het is heel leuk om je eigen familie in het zonnetje te mogen zetten.’
Welkom bij 75 jaar jeugd-tv, zaterdag 31/10 om 19.20 uur bij de NTR op Zapp.
Vanaf 7/11 begint een nieuwe reeks: Welkom in de jaren 50.
‘Ik heb in mijn jeugd duizenden uren Pippi Langkous gekeken. Ik vond haar zó cool. Zo’n vrijgevochten, anarchistisch kind dat zich van niemand iets aantrekt. Toen ik haar moest imiteren ben ik er opnieuw ingedoken. En zo is ook bij mijn dochter de liefde voor Pippi ontstaan, want die mocht ineens urenlang meekijken. Pippi heeft alleen nogal een irritante stem, dus mijn vriend werd helemaal gek van me toen ik thuis mijn teksten aan het oefenen was.
‘Wat ik zo leuk vind aan de jeugdtelevisie van vroeger, is dat het allemaal wat meer op het randje mocht zijn, zoals bijvoorbeeld Rembo & Rembo. Het was absurdistisch, brutaal en soms totaal ongepast. Als ik nu naar kindertelevisie kijk, vind ik het vaak óf heel verantwoord, óf juist hysterisch als een shot suiker. Terwijl ik denk dat kinderen juist heel goed tegen een beetje gekte en ontregeling kunnen. Gelukkig worden er nog steeds toffe dingen gemaakt, zeker bij de NPO, maar je moet er soms wel even naar zoeken.’
‘Wij moesten het vroeger doen met Paulus de boskabouter en De Fabeltjeskrant. En ik hield van paardenseries als Follyfoot en Black Beauty. Nu is er zo veel meer. Ik speel vaak samen met Alex Klaasen in de Welkom-serie, we zijn het echtpaar dat samen op de bank het programma zit te becommentariëren, en nu mochten we samen Theo en Thea nadoen. Het grappige is dat ik Tosca Niterink ken, de actrice die Thea speelt, en ik bewonder haar zeer. Ik heb veel Theo en Thea gekeken en dat vond ik gewéldig, ze waren zo vrij in hun denken en hun doen.
‘Ze durfden ook een beetje dom te zijn, zo van: wat bedoel je eigenlijk, Theo, met homoseksualiteit? Tja, hoe je dat nadoet? Je kijkt nog eens een aflevering terug en dan denk je: o ja, zó was Thea. En, samen met Alex, die echt heel goed Arjan Ederveen kan imiteren, gaat het dan min of meer vanzelf. En de tandjes natuurlijk, als je die in doet ben je al op de helft.’
‘Ik was zelf net te jong voor De stratemakeropzeeshow, maar Erik Engerd was een iconisch jeugdtelevisiepersonage, waarmee Joost Prinsen ook wel een beetje vergroeid is geraakt. Voor mijn gevoel speelde hij later heel vaak van die ongure types.
‘Ik kende Joost goed, ik heb les van hem gehad en met hem gespeeld. Een fascinerende man, in al zijn chagrijn en levenslust. Twee tegenstrijdige eigenschappen, die hij wonderwel combineerde. Hij was welbespraakt en had ook dat boertige Brabantse, het is heerlijk om zo in iemands huid te kruipen, met al zijn gekkigheid.
‘Ik vind jeugdtelevisie van nu vaak gelikt en commercieel en binnen de lijntjes. Prinsen heeft er bijna in eigen persoon voor gezorgd dat het allemaal ver buiten de lijnen ging. Hij en Aart Staartjes waren kinderen van de jaren zestig, die gingen tegen alle heilige huisjes aantrappen. Het was brutaal, het was pies-en-poepgrappen, dat was niet eerder vertoond op tv. En wij zijn met deze jeugdserie natuurlijk in zijn voetsporen getreden, de geest van Joost zit heel erg in dit programma.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant