Home

Voor wie werkt Den Haag? Niet voor burgers uit de lagere klassen, ziet deze socioloog

Burgers aan de onderkant van de samenleving worden buitengesloten van de politiek door wantrouwen en stigma, ziet socioloog Milio van de Kamp. ‘In een wereld waar individueel ‘succes’ telt, krijgen ze voortdurend de boodschap dat ze zich moeten schamen.’

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Burgers aan de onderkant van de samenleving worden buitengesloten van de politiek door wantrouwen en stigma, ziet socioloog Milio van de Kamp. ‘In een wereld waar individueel ‘succes’ telt, krijgen ze voortdurend de boodschap dat ze zich moeten schamen.’

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Al een paar jaar geeft socioloog Milio van de Kamp aan de Universiteit van Amsterdam het keuzevak ‘klasse, meritocratie en macht’. Het gaat ruwweg over de vraag wie in Nederland aan het langste eind trekken. En of zij dat dan aan zichzelf te danken hebben of dat de maatschappelijke klasse waarin ze zijn opgegroeid een bepalende rol speelt voor de positie die ze hebben bereikt.

De collegereeks, waarvoor zich jaarlijks zo’n 150 bachelorstudenten aanmelden, is een proeftuin voor de ideeën die hij heeft verwerkt in het net verschenen boek Voor wie is de politiek?.

In het puntige betoog zet hij uiteen hoe het komt dat de lagere sociale klassen zijn buitengesloten van de politieke besluiten in Den Haag. Het is een analytische opvolger van zijn meer verhalende bestseller Misschien moet je iets lager mikken (2023, meer dan dertigduizend verkochte exemplaren), waarin hij zijn kronkelige pad naar de academische wereld uit de doeken deed.

Het onderwerp klasse is voor zijn studenten ‘meestal best nieuw’, zegt Van de Kamp op een maandagochtend in het ontspannen ontbijtcafé The Cornerstone bij metrostation Kraaiennest in Amsterdam-Zuidoost, ook bekend als de Bijlmer, waar hij al zijn halve leven woont.

Neoliberaal denken

‘De meeste studenten zijn ervan overtuigd dat ze het helemaal aan zichzelf te danken hebben dat ze op de universiteit zijn beland’, zegt Van de Kamp, die in 2022 door zijn faculteit maatschappij- en gedragswetenschappen tot docent van het jaar is gekozen. ‘Het neoliberale denken is zo de maatschappelijke norm, dat het bij ze zit ingebakken dat je zelf verantwoordelijk bent voor je welzijn en hoe je leven loopt. Dat hun afkomst een rol zou kunnen spelen, daar staan ze niet echt bij stil.’

Van zijn studenten is zo’n 80 procent afkomstig uit ‘een welgestelde omgeving’, schat hij. Soms leidt dat tot confronterende momenten. ‘Als we het over de wooncrisis hebben, vertellen sommige studenten dat ze naar Amsterdam konden verhuizen, omdat hun ouders daar een huis aan ze hebben gegeven. Ben je 22, heb je een koophuis. Naast hen zit dan iemand die noodgedwongen nog thuis woont. Dat is niet altijd een makkelijk gesprek.’

Ook zitten er altijd studenten in het college die het vak ‘klasse, meritocratie en macht’ hebben gekozen, omdat ze ervaring aan de andere kant hebben. ‘Zij zijn opgegroeid met ongelijkheid en armoede, en willen daar graag meer over leren. In de klas delen ze dat meestal liever niet, omdat het te pijnlijk is. Ze schamen zich. Het loont ook niet per se voor ze om over hun achtergrond te praten. Maar dan komen ze wel naar mij privé toe, omdat ze weten waar ik vandaan kom.’

Voor hij in de Bijlmer neerstreek, groeide de 35-jarige Milio van de Kamp op in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, toen de verkrotting daar in de jaren negentig had toegeslagen. Zijn vader zat in de criminaliteit, zijn moeder werkte ondanks een chronische hartaandoening in de schoonmaak. Haar kwaal was volgens keuringsartsen niet ernstig genoeg voor een uitkering, zoals hij beschreef in Misschien moet je iets lager mikken. De schulden waren hoog, en de vloer in huis bestond uit kaal beton.

‘Ik kan aan de reacties op mijn eerste boek altijd goed opmaken of iemand ook zulke dingen heeft meegemaakt. Wie er geen ervaring mee heeft, slaat aan op de grote gebeurtenissen, zoals dat gas en licht werden afgesloten. ‘Wow, dat dat bestaat in Nederland’, hoor ik dan. Wie wel ervaring heeft, begint eerder over de depressie waar ik over schrijf en dat ik uiteindelijk naar een therapeut ging. Terwijl mensen aan de onderkant weinig vertrouwen in hulp hebben.’

Achteraf was het een geluk bij een ongeluk dat hij op zijn 18de door zijn vader op straat is gezet. Opgevangen in het huis van de moeder van zijn vriendin, vond hij in Zuidoost de rust en het vertrouwen om via een reeks gestapelde mbo-opleidingen en een hbo-propedeuse naar de universiteit te gaan.

Daar probeerde hij zich aan te passen, door niet te plat te praten en zich anders te kleden. Tot hij het niet meer hield. ‘Ik voelde me zo alleen.’

Édouard Louis

Tijdens een studieopdracht over ongelijkheid vertelde hij daarom uiteindelijk over zijn afkomst. Een paar dagen later legde een medestudent hem een interview voor zijn neus met de Franse schrijver Édouard Louis, een leeftijdgenoot, die net internationaal was doorgebroken met de roman Weg met Eddy Bellegueule. Over hoe hij zich aan een arm milieu ontworstelde. ‘Hier, moet je lezen’, zei zij erbij. ‘Dit ben jij.’

Het kwam overeen inderdaad. ‘Maar wat ik vooral dacht: mensen zoals ik mogen dus schrijven.’

Het opende de weg naar de Franse school van armoedeliteratuur, met schrijvers die autobiografie verbinden aan maatschappelijk analyse, zoals Nobelprijs-winnares Annie Ernaux en haar werk over schaamte en natuurlijk Terugkeer naar Reims (2009) van Didier Eribon, de mentor van Édouard Louis. In zijn werk verwijst Van de Kamp vaak naar hen en zondag gaat hij met de 73-jarige Eribon in gesprek op het podium van filosofiefestival Brainwash in Amsterdam.

In Voor wie is de politiek? legt Van de Kamp uit waarom mensen die moeite hebben om financieel de eindjes aan elkaar te knopen niet meetellen. De neoliberale samenleving, waarvoor de basis in de jaren tachtig werd gelegd, is een ‘systeem dat is ingericht voor de bovenkant van de samenleving’, schrijft hij. Het draagt de belofte in zich dat wie zijn best doet en hard werkt, succes kan hebben. Maar zo’n samenleving geordend naar verdiensten, een meritocratie, is niet neutraal.

‘Wie bepaalt uiteindelijk welke merites nagestreefd en beloond moeten worden? Niet ieders talent of inzet krijgt dezelfde beloning of maatschappelijke waardering. Een CEO wordt geroemd om diens harde werk, een schoonmaker wiens lichaam kapot is voor de pensioengerechtigde leeftijd niet.’

Natuurlijk bestaan er sociale voorzieningen om mensen die in de knel zijn gekomen te helpen: de bijstand en uitkeringen bij werkloosheid en ziekte. Maar de regels daarvoor zijn in de laatste veertig jaar steeds strakker aangetrokken met de Fraudewet en de Participatiewet. Wie aanspraak maakt op financiële steun van de overheid krijgt te maken met veel controle. Bedoeld om misbruik van gemeenschapsgeld te voorkomen kan dat wantrouwen gruwelijk uit de bocht vliegen, zoals de toeslagenaffaire liet zien.

‘Onze verzorgingsstaat is dan ook niet langer een vangnet’, schrijft Van de Kamp, ‘maar een disciplinerende machine.’ Met als bedoeling mensen ‘te sturen richting het gewenste gedrag van een zelfredzame burger’.

Stigma

De pijn van het systeem is dat wie er niet in slaagt zichzelf te redden, het stigma van een mislukkeling draagt, zonder status in de samenleving weinig voorstelt en schaamte krijgt opgelegd, omdat hij in het leven weinig vindt om zich goed over te voelen. Zie daar de optelsom van drie S-en – stigma, status en schaamte – die burgers aan de onderkant van de samenleving volgens Van de Kamp buitensluit van de politiek.

Wat is het korte antwoord op de vraag in de titel van uw boek: voor wie is de politiek?

‘Vooral voor mensen met de status van een opleiding aan het hbo of de universiteit, en die economisch en cultureel kapitaal hebben. Zij hebben disproportioneel veel invloed op de manier waarop we onze politiek voeren. Je ziet het aan de belastingvoordelen voor welgestelde groepen, zoals de hypotheekrenteaftrek of regelingen voor expats, die als een motor de ongelijkheid opvoeren.

‘Neem de energiecrisis van 2022. Oplopende energiekosten brachten arme gezinnen in slecht geïsoleerde woningen al langer in problemen. Maar het werd pas een politiek thema toen de middenklasse ermee te maken kreeg na de Russische invasie van Oekraïne. De lagere klasse kon toen meeliften op de compensatieregelingen. Maar eerder werden hun problemen niet ernstig genoeg gevonden om er iets aan te doen. Of waren ze niet machtig genoeg om het aan te kunnen kaarten.’

Maar alle Nederlanders hebben vanaf hun 18de verjaardag stemrecht. Waarom is het antwoord dan niet dat de politiek van iedereen is?

‘Omdat het beleid om mensen te helpen die met problemen kampen, steeds strenger wordt. De voorgestelde bezuinigingen op de sociale zekerheid zijn dan gelukkig grotendeels van de baan. Maar over ingrijpen in de WIA gaat nog wel met de vakbonden worden onderhandeld. Iedereen die langer dan twee jaar ziek is en zo’n uitkering krijgt, hangt mogelijk dus nog steeds iets boven het hoofd.

‘Als je telkens aan het kortste eind trekt en met wantrouwen wordt bejegend – als een soort bloedzuigers van de schatkist van de staat – dan verwacht je niet meer zo veel van het systeem. Als je vooral negatieve effecten van beleid of wetten ervaart, word je eigenlijk weggeduwd van de politiek. Daartegenover staat een welvarende groep die ervaart dat stemmen een positief effect kan hebben op hun leven.

‘Mijn moeder stemt al jaren niet meer. Zij zegt: de politiek is er niet voor mij, dus waarom zou ik stemmen? Eigenlijk is niet stemmen in zo’n geval een zeer politieke daad. Zij heeft geen andere tools om het systeem te laten weten: jullie zijn er niet voor mij. Zo zijn er veel, ook hier in Amsterdam-Zuidoost. Het tragische is dat de ongelijkheid op die manier in stand blijft, omdat de lage klassen electoraal niet meer interessant zijn.’

Uitzichtloze armoede is er toch altijd geweest, getuige het eeuwenoude gezegde ‘Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje’?

‘Natuurlijk. Maar ik denk dat de grondhouding over armoede in de samenleving is veranderd. Voor de jaren tachtig leefde het idee dat je solidair was met mensen aan de onderkant.

‘De ingrepen die de rechtse kabinetten van Lubbers toen deden, in navolging van het neoliberale kapitalisme van Reagan en Thatcher, hadden een reden. De economie was vastgelopen: er was werkloosheid, woningnood, het uitkeringssysteem werkte niet. Maar de bezuinigingen leidden niet alleen tot een ander economisch beleid, maar ook tot een ander maatschappijbeeld: je bent zelf verantwoordelijk voor je succes.

‘Met het verdwijnen van solidariteit is er een extra laag aan de ongelijkheid toegevoegd. Je moet nu niet alleen dealen met de problemen die je hebt om financieel het einde van de week te halen, maar ook met constant wantrouwen. Wie een uitkering of toeslagen ontvangt, leert de overheid kennen als een Big Brother.’

De radicaal-rechtse partijen zeggen toch op te komen voor de mensen die in Den Haag over het hoofd zijn gezien?

‘Ja, maar zij ondermijnen het idee van solidariteit op een andere manier, door migranten de schuld te geven van hun problemen. Terwijl in veel arme wijken mensen door elkaar wonen en dezelfde problemen hebben – al heb je met bijvoorbeeld een Turkse achtergrond ook nog te maken met racisme. Radicaal-rechtse leiders spelen die groepen uit elkaar. Ze creëren een ‘wij’ op culturele thema’s, maar dat is misleidend. Hun politiek verandert niets aan de werkelijke problemen van hun leven: partijen als de PVV en JA21 stemmen gewoon vaak mee met de VVD.’

Wat u ‘sturen naar gewenst gedrag’ noemt, wordt van de andere kant uitgelegd als hulp voor eigen bestwil, want mensen kunnen het ook heel moeilijk vinden om aan de zijlijn van de samenleving te belanden. Vandaar de naam Participatiewet. Ze doen liever mee toch?

‘Het gaat erom hoe je mensen stimuleert om deel te nemen. Heb je echt oog voor wat ze kunnen? Voor wat ze vaak al betekenen voor de mensen om hen heen? Tekenend daarvoor was de manier waarop de gemeente Rotterdam in 2023 reageerde toen een vrouw die in de bijstand zat een voedselbank in haar buurt runde. Ze kreeg subsidie voor de kosten daarvan – niet als inkomen. Maar toen de bijstandscontroleurs de subsidiebijdragen op haar bankrekening zagen verschijnen, betichtten ze haar van fraude en moest ze 60.000 euro terugbetalen.

‘Dus dat is iemand die iets van waarde doet voor de samenleving en die wordt zo opgejaagd. Uiteindelijk vocht ze het aan in de rechtbank, met alle stress die het oplevert als je in je eentje tegenover zo’n groot instituut als de gemeente staat. Het is daarna gelukkig goed afgelopen. Maar de indruk blijft dat het systeem geen vertrouwen in je heeft.’

Soms schemert er een pamflet door in Voor wie is de politiek?. Maar oplossingen draagt u niet aan. Waarom?

‘Ik heb er lang mee geworsteld of ik aan het eind nog ideeën zou geven om het anders te doen. Maar uiteindelijk heb ik dat bewust niet gedaan. Ik wil niet verzanden in een ellenlange discussie over de oplossingen, maar de ervaringen van de mensen om wie het gaat centraal stellen.

‘Schandalen als de fraudezaak in Rotterdam die ik net beschreef, worden vaak gezien als een incidentele fout in een systeem dat verder wel rechtvaardig is. Om herhaling te voorkomen worden dan maatregelen getroffen.

‘Maar de grondhouding blijft hetzelfde. Lagere sociale klassen worden structureel gestigmatiseerd. Ze krijgen daardoor ook structureel een lagere status toebedeeld. In een wereld waar individueel ‘succes’ telt, krijgen ze voortdurend de boodschap dat ze zich moeten schamen. Zolang dat niet verandert, ben ik sceptisch over het effect van veranderingen binnen het systeem.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next