Israëlische politiek De gedroomde verandering van Gadi Eisenkot komt er wellicht helemaal niet, zeker als hij de Palestijns-Israëlische partijen blijft blokkeren. Twee analisten over de ’totemfiguur’ Netanyahu – en wat het Israëlische premierschap voor verschil zal maken in Gaza.
Een vrouw zit met haar bezittingen te midden van het puin van een huis dat vrijdag is verwoest bij een Israëlische aanval op het Bureij-vluchtelingenkamp in Gaza.
Tóch weer Netanyahu? De onbesliste uitkomst van de Israëlische verkiezingen is voer voor speculaties over mogelijke vervolgstappen. Oppositieleider Gadi Eisenkot wil niet met de Palestijns-Israëlische partijen in een coalitie, wat zijn weg naar een meerderheid blokkeert. Voor Netanyahu lijkt de situatie voordeliger.
Nijmeh Ali is politiek analist bij Al-Shabaka: The Palestinian Policy Network en fellow bij de Middle East Studies Association (MESA).
Beth Oppenheim is beleidsmedewerker bij de denktank European Council on Foreign Relations.
NRC sprak met de Palestijnse analiste Nijmeh Ali en haar Britse collega Beth Oppenheim. Ali is als onderzoeker in de Israëlische politiek gespecialiseerd; Oppenheim heeft bijzondere belangstelling voor Israëls regionale relaties.
Beiden benadrukken ze Netanyahu’s behendigheid. Hij begrijpt de „angsten, frustraties en politieke instincten” van de Israëlische samenleving, zegt Ali. „En hij weet deze in zijn eigen voordeel te mobiliseren. Een van zijn meest effectieve strategieën is het creëren van een crisis, om zich vervolgens te presenteren als de leider die in staat is het land daaruit te redden.”
Vlak voor de verkiezingen van afgelopen dinsdag deed hij dat nog door een dodelijke aanslag op twee Israëlische militairen aan te grijpen voor een grootschalige belegering van de Palestijnse stad Hebron. Ook zijn er aanwijzingen dat de premier, al dan niet samen met de Amerikaanse president Donald Trump, binnenkort de aanval op Iran zal hervatten.
Juist door de onbesliste verkiezingsuitkomst leiden „alle wegen naar Bibi”, zegt Oppenheim – verwijzend naar de bijnaam van de premier. „Ik zie hem ertoe in staat om een regering van nationale eenheid samen te stellen met een ‘rotatiedeal’ voor het premierschap. In 2020 sloot hij eenzelfde deal met Benny Gantz, al was het kabinet toen al gevallen voordat het premierschap zou rouleren. Als hij inderdaad de oorlog hervat, wordt de noodzaak van zo’n eenheidsregering groter.”
Als er géén regering gevormd kan worden, dan volgen er nieuwe verkiezingen. Ook dit zou sterk in Netanyahu’s voordeel zijn, denkt Oppenheim. „Ten eerste omdat hij dan nog heel lang waarnemend premier is. Daarbij denk ik dat de kaarten in een volgende verkiezingscampagne beter voor hem geschud zijn. De Arabische inwoners van Israël zullen minder gaan stemmen, omdat hun stem toch weer niets heeft uitgemaakt. En Netanyahu zal kleine rechtse partijtjes die nu de kiesdrempel niet haalden ervan kunnen overtuigen om niet mee te doen, zodat deze stemmen niet langer verloren gaan.”
Netanyahu heeft volgens Oppenheim de Israëlische politiek gepolariseerd en verlamd. „Hij is een totemfiguur dat het politieke discours al jaren beheerst. De voornaamste boodschap van de oppositiepartijen is dat Netanyahu weg moet. Zelf hebben ze geen aansprekende ideologie. Over de nationale veiligheid en de Arabische Israëliërs papegaaien ze zelfs Netanyahu na. Het verbaast mij daarom niet zo dat ze, ondanks de impopulariteit van de coalitie, geen overtuigende overwinning hebben behaald.”
Al voor de verkiezingen werd er flink gediscussieerd of de Palestijnen onder een premier Eisenkot beter af zouden zijn. Ja, zegt de één: de oud-generaal zou het extreme kolonistengeweld stoppen, waardoor het dagelijks leven van een gemiddelde Palestijn op de bezette Westelijke Jordaanoever verbetert. Nee, zegt de ander: systemisch verandert er dan immers niets.
En dan is er nog Gaza – een thema dat in het buitenland centraal staat, maar in Israël opvalt door zijn overdonderende afwezigheid in het politieke debat.
Voor Palestijnen in Gaza, zegt Ali, is de vraag niet simpelweg welke Israëlische leider hun voorkeur geniet, maar of een verandering in het leiderschap ook een wezenlijke verandering in hun dagelijkse realiteit teweeg zou brengen. „Een regeringswissel zou van belang kunnen zijn als deze leidt tot een einde aan de oorlog en aan collectieve bestraffing, de ongehinderde toelating van humanitaire hulp, de bescherming van burgers, en een geloofwaardig politiek perspectief dat de rechten en het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen erkent.”
Palestijnen hebben echter weinig reden om aan te nemen dat een andere premier automatisch zo’n transformatie teweeg zal brengen, aldus Ali. „In het Israëlische politieke establishment bestaat er al lang een brede consensus over tal van fundamentele kwesties die de Palestijnse rechten, veiligheid en politieke onafhankelijkheid betreffen – ook al verschillen partijen onderling van mening over tactieken en retoriek.”
Eisenkot, denkt Oppenheim, zal ten aanzien van Gaza „pragmatischer” zijn dan Netanyahu. „Waar Netanyahu de volgende fase van het staakt-het-vuren stelselmatig tegenhoudt, zou Eisenkot daar eerder toe overgaan. En terwijl Netanyahu elke volgende stap blokkeert zolang Hamas de wapens niet neergelegd heeft, zal Eisenkot ook daar minder principieel in zijn.”
Voor Israëliërs zelf verwacht Ali geen „nationale genezing” als Eisenkot premier zou worden. „De verkiezingsuitslagen leggen de diepte van de interne verdeeldheid in de Israëlische samenleving bloot, in het bijzonder langdurige spanningen tussen Mizrahi-Joden uit de Arabische wereld en de uit Europa afkomstige Asjkenazische Joden. Deze tegenstellingen zijn scherp en diepgeworteld, en het vervangen van Netanyahu zou ze niet automatisch oplossen.”
Een regering onder leiding van Eisenkot zou volgens Ali wellicht een deel van de spanningen die met het leiderschap van Netanyahu gepaard gingen kunnen verminderen en de politieke toon kunnen veranderen. „Maar ook al zou zijn premierschap verzoenend werken voor de Joods-Israëlische samenleving, gebeurt er nog niets met de structurele ongelijkheden waarmee Palestijnen in Israël en de bezette gebieden mee te maken hebben.”
En ook daarin, zegt Oppenheim, is Eisenkot vooral een pragmaticus. Ongetwijfeld zal hij het extreme kolonistengeweld tegengaan, denkt zij. „Maar tegelijkertijd zou het algemene kolonisatiebeleid voortgezet worden. Dat hij het geweld onacceptabel vindt, is mede omdat het Israëls imago in het buitenland schaadt.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie