Ajax is kampioenskandidaat. Hoewel? Zaterdag won Ajax de topper van AZ (1-0). Maar het spel biedt niet al te veel hoop op een succesvolle afloop van het seizoen.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Of Ajax een kampioenskandidaat is? Middenvelder Sofyan Amrabat geeft het kortst mogelijke, duidelijkste antwoord op de hamvraag: ‘Ja.’ Amrabat is de buffer, de verdediger op het middenveld, die zich soms als Jordan Henderson een paar jaar geleden laat terugzakken naar de achterste linie. Hij speelt niet zo vaak ballen naar voren, maar hij is wel een man van stavast, van betrouwbaarheid, van werklust, van fysieke kracht en evenwicht.
Hij is van de controle, die Ajax zo kan gebruiken na jaren van bandeloosheid in het veld. Alleen, die controle lag zaterdag vrijwel helemaal bij AZ, mede omdat Dave Kwakman en Peer Koopmeiners beter waren met zijn tweeën op het middenveld.
Maar goed, Amrabat knokte, zoals Owen Wijndal knokte, de goedlachse linksachter die eindelijk de onverzettelijkheid heeft gevonden uit het arsenaal van de verdediger. Amrabat sprak na afloop over de kunst van het lijden op het veld, over de ervaring die hij heeft meegenomen van al die jaren in het buitenland, onder meer op het hoogste niveau in Engeland, Turkije en Italië. Dit is waarvoor technisch directeur Jordi Cruijff hem naar Amsterdam haalde, om zijn ervaring te delen met soms naïeve profs, om de poort naar het doel te helpen sluiten.
Het voetbal is veranderd, in de ogen van Amrabat. Fitheid speelt een hoofdrol. ‘Je moet lijden, vechten en bikkelen. Zeker als je niet top speelt, moet je lijden.’ Ajax, beroemd geworden om techniek en flair, is ook een elftal van bikkelaars geworden. Noodgedwongen, omdat het met het spel niet altijd zo loopt. Als het ene ontbreekt, is daar het andere. Anders is het ook een illusie om aan de titel te denken. Gaandeweg omarmt Ajax het lijden.
Amrabat was eigenlijk niet fit voor de topper, want hij voelde op de training van vrijdag een pijnscheut in de lies. Maar met al die blessures houdt het een keer op. Hij moest. Het leven van de soldaat gaat gepaard met pijn. Toch meedoen was ook een signaal naar anderen. Zo van: kom op, zet je over pijntjes heen, voetbal gewoon mee, als het ook maar even kan. Wees er voor het team. ‘Je ziet het in de hele voetbalwereld. Veel blessures, door drukke programma’s. Het hoort erbij.’
En dus knokte Ajax, met hier en daar natuurlijk wat fijn strooigoed tussen het gebuffel door, van de voor de geblesseerde Julian Brandt ingevallen, soms ondergewaardeerde Oscar Gloukh bijvoorbeeld. Of van Abdellah Ouazane natuurlijk, met zijn meesterlijke techniek, zijn voorzet op Toluwasale Arokodare, Tolu dus, en diens snelle doelpunt, een machtige kopbal.
Aan de andere kant was daar AZ, het elftal van bijna allemaal zelf opgeleide spelers uit Alkmaar. Ze voetballen soms al jaren met elkaar, vanuit de jeugd. Het is knap. Alleen, het is de laatste weken voetbal zonder doel. Vrijwel geen kans, terwijl de spits van het Nederlands elftal meedoet, Mexx Meerdink. Geen goal tegen Feyenoord, geen tegen Twente, geen tegen Ajax. Gezakt naar de vijfde plaats van de eredivisie, op slechts vijf punten van koploper Feyenoord overigens, want iedereen verspeelt dit seizoen punten en het belooft allemaal razend spannend te blijven tot het eind. Kijk maar: Feyenoord 25 punten, Ajax 24, PSV 23.
Aanvoerder Peer Koopmeiners: ‘We zijn net te voorzichtig in de eindfase. Mexx staat soms alleen voor de goal. Er moeten vier, vijf jongens in het strafschopgebied komen, om echt te voelen dat je een goal wilt maken. Echt het gevoel hebben dat er een kans ligt. We beseffen dat soms te laat.’ Het vertrek van spits Troy Parrott doet zich gevoelen. Hij was verder in zijn ontwikkeling dan Meerdink. Koopmeiners: ‘Ploegen hebben ons goed geanalyseerd. Ze spelen anders tegen ons. We moeten weer wat vinden om iets anders te doen, om meer dreiging te creëren.’
Ajax kreeg ook weinig kansen, zodat het voor het publiek een matige wedstrijd was, al waren de supporters in de Johan Cruijff Arena zichtbaar en hoorbaar opgelucht, toen bleek dat Ajax voor het eerst in meer dan vier jaar AZ had verslagen, na elf duels zonder overwinning in competitie en beker. Bij Ajax willen ze weer eens een titel. In het jaar met trainer Francesco Farioli bleek al dat de wijze van voetbal niet van doorslaggevend belang is voor een groot deel van de aanhang. Maar nee, de Spaanse trainer Michel Sánchez had ‘niet van het spel genoten, van dat gebrek aan controle. Ik ben tevreden over ons defensieve spel, maar we willen veel meer op de helft van de tegenstander.’
Hij sprak over ontbrekende buitenspelers, over Simon Adingra en Viktor Tsygankov onder anderen. Over tal van anderen die bijna weer fit zijn, over zijn blijdschap dat Daley Blind en Steven Berghuis weer konden invallen. Dat hij zelfs even het in Amsterdam bijna heilige spelsysteem 4-3-3 naar de reservebank verwees, het zal allemaal wel. ‘Dat maakt me geen zak uit’, vertaalde de tolk zijn Spaans. Dat was in elk geval duidelijk, net als de bespiegeling van Amrabat over de kampioenskansen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant