Langebaanschaatsen Na een mislukt olympisch jaar en een zomer waarin ze de lol in het schaatsen even kwijt was, reed Joy Beune dit weekend haar eerste wedstrijden van het seizoen – met succes. „Ik moest een manier vinden om het plezier weer terug te vinden.”
Joy Beune won de 1.500 meter met overmacht op de eerste dag van het World Cup-kwalificatietoernooi langebaanschaatsen in Thialf.
„Bizar”, vond ze het zelf. Op het uitslagenbord van Thialf prijkte vrijdagavond de naam van Joy Beune bovenaan. Ze had de 1.500 meter gewonnen – en het gat met haar concurrenten was opmerkelijk groot: 1.13 seconde sneller dan de nummer twee, Marijke Groenewoud. En dat terwijl Beune in aanloop naar het wereldbekerkwalificatietoernooi (WCKT) van dit weekend, de traditionele opening van het Nederlandse schaatsseizoen, ziek was geweest en veel minder had getraind dan de bedoeling was.
Het is verleidelijk om de overmacht waarmee Beune vrijdag won op haar favoriete afstand te interpreteren als comeback – of in ieder geval een nieuwe start. Niet alleen verdiende ze er een startbewijs mee voor de eerste wereldbekerwedstrijden van dit seizoen, zoals ze dat zaterdag ook deed op de 3.000 meter, het markeerde voor haar ook het einde van een turbulente en moeilijke periode.
Toen Beune een jaar geleden in Heerenveen haar seizoen aftrapte, waren de verwachtingen bijzonder hoog. Hier reed de aanstaande ‘koningin van Milaan’: gezien haar dominantie bij de vrouwen in het allrounden kon Beune twee-, drie- of misschien zelfs viervoudig olympisch kampioen worden. Ze had zelfs al sponsorfilmpjes opgenomen om uit te zenden na het behalen van haar gouden medailles.
Het liep anders. Tijdens het olympisch kwalificatietoernooi wist Beune zich door een combinatie van pech en zenuwen niet te plaatsen voor de 1.500 meter, de afstand waarop ze de beste van de wereld was. Uiteindelijk keerde Beune terug uit Milaan met slechts één medaille in haar tas: zilver op de ploegenachtervolging. Het WK allround, waar ze twee weken later aan de start verscheen als titelhouder, draaide óók uit op een debacle: ze werd vijfde.
Naast de bekende namen trokken dit weekend een jong talent en een laatbloeier de aandacht op het wereldbekerkwalificatietoernooi (WCKT).
Bij de mannen won Jasper Krommenhoek (22) verrassend zowel de 5.000 als de 10.000 meter. Op de laatste afstand reed hij de vierde Nederlandse tijd ooit: 12.38,75. Krommenhoek, die afkomstig is uit Steenwijkerwold en rijdt voor de Reggeborgh-ploeg van coach Gerard van Velde, heeft zich daarmee geplaatst voor de eerste vier wereldbekerwedstrijden van het seizoen. Ook een ander jong talent, Wisse Slendebroek (22), wist zich te kwalificeren op de vijf en tien kilometer.
Bij de vrouwen was oud-shorrtracker Gioya Lancee (27) de grote verrassing. Vorig seizoen won ze al het NK allround, nu wist ze zich te kwalificeren voor de wereldbekers op de 1.500 en 3.000 meter. Lancee, afkomstig uit Utrecht, rijdt voor de kleine marathonploeg Next Utibo en vertelde na afloop aan journalisten dat ze amper kan rondkomen van het schaatsen. „Financieel is het niet zo’n rooskleurig plaatje. Als jullie nog tips hebben hoe ik dat anders moet doen?”
Het mislukte olympische jaar dreunde behoorlijk na, merkte Beune dit voorjaar. Toen ze begon met trainen voor het nieuwe seizoen, waren het plezier en de motivatie eventjes ver te zoeken. „Ik had moeite mezelf de fiets op te sleuren”, vertelde ze tijdens een ploegpresentatie vorige maand. „Dat had ik nog nooit gehad. Ik schrok best wel van mezelf.”
Ze voelde zich „ergens ook wel een beetje alleen”, zegt Beune. „Maar mijn psycholoog zei: wat jij voelt, is helemaal niet raar.” Beune had last van de post-olympische blues: vier jaar wachten op de volgende Spelen, dat voelt als een eeuwigheid. „Ik moest een manier vinden om het plezier weer terug te vinden.”
In overleg met de ploegleiding en haar psycholoog besloot Beune haar seizoensvoorbereiding om te gooien. Ze maakte ruimte voor andere zaken dan fietsen en schaatsen alleen: ze ging hyroxen met haar zus, bezocht iedere woensdagvond een pilates-lesje en liep de halve marathon van Groningen, waar ze zichzelf „wel een beetje door de mangel” haalde.
Ook stelde Beune wat meer kortetermijndoelen: niet meteen denken aan het WK afstanden in februari, eerst maar eens het eerste deel van het seizoen rijden. „Daarna zien we wel hoe we de rest gaan doen”. Op het ijs traint Beune als allrounder ook vaker dan voorheen mee met de sprinters uit haar team, vertelt ploegleider Erwin ten Hove. „Nieuwe prikkels, nieuwe dingen doen. Een heel ander programma dan ze vorig jaar draaide.”
Die aanpakt lijkt succes te hebben. Op de 1.500 meter rijdt Beune vrijdagavond in Heerenveen met haar gebruikelijke elegante slag en verslaat haar rivalen – onder wie olympisch kampioen Antoinette Rijpma-de Jong – met overtuiging. De volgende dag, op de 3.000 meter, kost het Beune meer moeite: ze wordt vierde. Toch toont ze zich na afloop tevreden: het was, door de ziekte, haar eerste drie kilometer van het seizoen.
Het was sowieso al winst dat Beune ook op dag twee van het WCKT in actie kon komen, zegt ze. De afgelopen twee seizoen overkwam haar tijdens het toernooi telkens hetzelfde: ze werd ziek, reed op vrijdagavond met koorts en moest zich de rest van het weekend afmelden – waarna ze voor deelname aan de wereldbeker afhankelijk was van een aanwijsplek van schaatsbond KNSB. „Nu wás ik al ziek geweest”, zegt ze met een lachje na afloop van de 3.000 meter. „Dus ik had vertrouwen dat ik het weekend wel door zou komen.”
Het is niet dat Joy Beune helemaal nooit meer aan Milaan denkt. Toen ze op vrijdag bij de 1.500 meter over de finish reed, vertelt ze, was er toch even dat stemmetje dat haar aan de gemiste kans op de Spelen herinnerde. „Maar ik ben vooral blij dat ik weer aan het winnen ben. En ik kan ook niet meer terug. Ik heb die bittere pil moeten slikken en het is een nieuwe seizoen.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie