In de dagen tussen het overlijden en de uitvaart kan een lichte balseming van de overledene waardevol zijn, want het lichaam blijft mooi en aanraakbaar. Maar ontnemen we daarmee nabestaanden niet het besef dat het tijd wordt om los te laten?
‘Wat ligt hij er mooi bij, hè?’ Zacht streelt ze met haar hand langs zijn wang. Ze legt zijn baseballpet recht tussen zijn handen, iets wat ik haar al een paar keer heb zien doen, en duwt het kussen waar hij op ligt nogmaals een beetje beter in vorm.
Terwijl ze dat doet, hoor ik de achterdeur opengaan en rennen twee jongens, ik schat van een jaar of 6 en 8, de kamer binnen. De frisse wind die ze met zich meebrengen, is niet alleen van buiten: ‘Mama, nu krijgen we bij papa een chipsje, hè? Dat had je beloofd!’ En voor ze de gelegenheid krijgt te antwoorden, springen de beide jongens al bij hun vader op het bed en liggen ze ieder aan een kant tegen hem aan.
Over de auteur
Reinolda de Bruin is trouwambtenaar en uitvaartspreker. Zij schreef het boek Wat ik hoorde toen jij er niet meer was.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De vader in kwestie is licht gebalsemd. Een methode, officieel thanatopraxie genaamd, waarbij een conserverende vloeistof in de bloedvaten van de overledene wordt gebracht. Hierdoor wordt het ontbindingsproces tijdelijk vertraagd en kan het lichaam zonder koeling worden opgebaard. Het lichaam blijft mooi en voelt minder koud aan. Er is geen brommende koelplaat nodig. Dit alles om een afscheid voor de nabestaanden prettiger te maken. Mijn ervaring is dat het inderdaad als heel waardevol wordt ervaren wanneer een overledene er zo mooi bij ligt.
Uiteraard zijn er ook situaties denkbaar waarbij de conditie van het lichaam geen mogelijkheid meer geeft tot balsemen, denk hierbij bijvoorbeeld aan een traumatisch overlijden. Alles wat dan nog ‘herkenbaarheid’ geeft, wordt in zo’n geval als heel waardevol beleefd. En ook als het lichaam van iemand niet licht gebalsemd is en er gaandeweg minder ‘mooi’ bij komt te liggen, hoeft de trots op het lichaam overigens absoluut niet minder te zijn.
Maar ik zie ook dat het balsemen een keerzijde heeft.
Juist dat natuurlijke verloop van de conditie van het lichaam in de dagen na overlijden, de verkleuring, verandering van de huid, het langzaam op gang zien komen van de ontbinding, lijkt de nabestaanden ook te helpen afstand te nemen van het lichaam. Ze zien namelijk zichtbaar hoe de tijd nadert om te begraven of te cremeren.
Maar dit rouwproces zie ik bij lichte balseming veel minder. Soms zie ik zelfs bijna een nieuwe soort van verliefdheid ontstaan op dit lichaam van vlees zonder bloed. Het is nog zo mooi, zo vertrouwd en zo aanraakbaar. Het begraven of cremeren van dit mooie lichaam is bijna onmogelijk.
Helpen we nabestaanden door de dood minder zichtbaar te maken? Of ontnemen we ook iets?
Over een kwartier komt de rouwauto om haar man en hun vader naar het theater te brengen, waar we zijn leven gaan vieren en hem nog een laatste keer een podium geven, om hem daarna te begraven op de naastgelegen begraafplaats. Gisteravond is hij al door de uitvaartondernemer en zijn team in de prachtige mand gelegd, de jongens hielpen mee door de pet weer tussen zijn handen te leggen. De stoffen band om de mand is inmiddels helemaal vol gestoken met de mooiste bloemen.
‘Hij is nog zo mooi…’, zegt ze terwijl de tranen over haar wangen stromen. ‘Ik wil nog niet dat hij gaat. Ik heb vannacht de hele nacht naast de mand gezeten, naar hem gekeken. Hem nog zacht over zijn wangen geaaid. Hem nog een keer zacht op zijn neus gedrukt. Dat was ons lieve grapje. Dat als hij geen ‘toet’ meer deed, dat dan de kusjes-accu leeg was. Hij deed geen ‘toet’… Ik heb hem nog zoveel kusjes gegeven…’
Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe de uitvaartondernemer de deksel van de mand al in de hand neemt. Het is tijd.
Ik denk aan de uitvaart van de dag ervoor. Aan de moeder van een prachtige dochter van 23, die het ook zo lastig vond om de kist te sluiten. Maar zij had door de dagen heen het lichaam van haar dochter zien veranderen. Vlak voor het sluiten van de kist zei ze tegen mij: ‘Ze is het niet meer. Haar ziel hebben we vorige week al zien verdwijnen, we moeten nu verder zonder haar fysieke aanwezigheid, maar niet zonder haar liefde.’
Overal valt iets voor te zeggen. En zoals bij alles rondom afscheid is er geen goed of fout. Lichte balseming kan prachtig zijn en nabestaanden een heel waardevolle laatste tijd geven, die soms ook zo hard nodig is.
Maar er is ook iets te zeggen voor een lichaam dat na de dood gewoon een overleden lichaam mag zijn. Dat verkleurt, minder mooi wordt, en waarvan de vergankelijkheid zichtbaar mag worden.
En misschien is dat vooral wat ik wil zeggen: er is een keuze. En het is daarbij goed om de voor- en nadelen op voorhand te kennen, zodat er gekozen kan worden voor dat wat het beste bij de nabestaanden en de overledene past.
Want mijn ervaring leert mij ook: een zorgvuldig verzorgd lichaam hoeft niet perfect te zijn om nog altijd het lichaam te zijn van degene van wie je zoveel houdt. Degene op wie je trots bent. Lichte balseming of niet. Uiteindelijk moeten we allemaal hetzelfde doen: het lichaam loslaten en verder gaan met dat wat niet verdwijnt. De liefde.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant