Home

Je eerste auto inruilen. Dat voelt of je je huisdier laat inslapen

Japke-d. denkt mee Na 16 jaar trouwe dienst ruilde Japke-d. Bouma haar oude, vieze, vaalrode Toyota Corolla uit 1995 in voor een nieuwere auto. Sindsdien heeft ze buikpijn, voelt ze zich een verrader en is ze ontroostbaar nostalgisch. „Ik durf niet te zeggen welke auto ik nu rijd.”

Ik was 40, net gescheiden en er kwam veel op me af. Een nieuw huis. Een hypotheek. Inboedelverzekering. Bouwdepot. Een hoogslaper voor m’n dochter. Een stamper voor de stamppot. En oh ja, ik moest natuurlijk ook een auto! M’n eerste, éígen auto. Want tot dan had ik altijd in zíjn auto’s gereden.

En zo kwam hij in m’n leven. M’n lelijke, vieze, oude, vaalrode Toyota Corolla uit 1995. Wat ik toen nog niet wist: hoe mythisch goed deze auto is. Een levende legende. De Stevie Wonder onder de auto’s – pure klasse, tijdloos en onverwoestbaar.

Hij had verschillende kleuren rood. Mos in de ramen. Krassen. En de lak bladderde toen al. Maar hij startte. Altijd. Ook als hij weken in de sneeuw, regen of vorst had gestaan. Hij bracht me door donkere nachten, immense hoosbuien en verzengende hitte. Hij liet me nooit in de steek.

Maar wat hij vooral voor me was: vrijheid. Geluk. Onafhankelijkheid. Hij was geen auto, maar een gevoel van ‘ik kan dit’. Met De Corolla kon ik alles aan.

We reden ermee naar Bretagne, m’n dochter en ik. Zij met haar voetjes op het dashboard. Ik zingend achter het stuur. Naar de Loire, waar we vanaf een toren naar beneden keken en hem meteen herkenden. Met de ramen open op Texel, de wind door onze haren. M’n dochter mocht een paar meter zelf rijden, negen jaar was ze, op de lege parkeerplaats van Paal 9. Nooit bang geweest voor een deuk.

Glimmende Porsche

We botsten op de ring van Brussel in de file achterop een vrachtwagen omdat we aan het geiten waren en niet zaten op te letten. De vrachtwagenchauffeur stapte uit, zag niks op z’n auto, drukte m’n verkreukelde motorkap terug in het gelid en zei: daar haal je Utrecht makkelijk mee. En zo was het. Uiteraard.

Het meeste genoot ik van aan komen rijden bij een lezing en hem dan te parkeren tussen de glimmende suv’s, sedans en dure auto’s met chauffeur. Ooit kwam er een Porsche-rijder naar me toe. Hij wees naar z’n glimmende waggie en mijn afgeleefde Corolla die ernaast stond en zei: „Kijk je straks wel uit bij het wegrijden?” Ik zei: „Uiteraard! Een Toyota Corolla uit 1995 – daar moet je voorzichtig mee zijn.”

Een man bij het tuincentrum wilde er even in zitten omdat hij er vroeger net zo een had gehad. Toeteren naar andere vintage Corolla’s. De honderden kaartjes onder mijn ruitenwissers met „wilt u uw auto verkopen?” De Wegenwachters die – als ik een lekke band had – allemaal „even onder de kap” wilden kijken. Onverwoestbare herinneringen.

Stuurbekrachtiging? Ik dacht het niet

Zo vergroeide De Corolla met wie ik wilde zijn. Nuchter, zonder poespas en betrouwbaar. Een auto waarin je nog écht moest kunnen rijden. Airco, lane assist en stuurbekrachtiging? Ik dacht het niet. Met ramen die je zelf naar beneden moest draaien. Een met de elementen.

„Met deze auto kun je de volgende eeuw halen”, zei m’n garage. „Alles wat je terugkoopt, is slechter dan dit.” En toch schrijf ik nu deze column.

Want als jullie dit lezen, heb ik De Corolla niet meer. Vorige week heb ik hem ingeleverd voor een nieuwere auto. „Ik zal hem missen tussen de saaie, grijze auto’s in de straat”, zei een buurtgenoot. Maar het werd tijd.

Niet om z’n kilometerstand, 333.131 km. Toyota-kenners weten dat een Corolla dan net een beetje is ingereden. Ook niet om z’n uiterlijk. Of z’n krakende schokbrekers. Nee, het was het gevoel dat ik niet meer op hem aan kon.

Want het afgelopen jaar stond ik ineens twee keer stil. Dat was me nog nooit gebeurd. De ene keer was het het slangetje van de koelvloeistof, de tweede omdat er olie in de stroomverdeler was gelekt. Het kon snel en goedkoop weer worden gerepareerd (ik heb de beste garage ter wereld). Maar het zette me wel aan het denken.

Midden in de nacht langs de kant van de weg

Want wat als ik nóg eens midden in de nacht langs een verlaten weg stil zou komen te staan tussen de donkere bomen? Het hart in de keel bij elke man die stopte?

En dus zocht ik samen met m’n garage een nieuwe auto uit, reed ik De Corolla naar Lelystad, gaf hem een kus op z’n dak, een klopje op de motorkap en keek niet meer om. Toen ik in m’n nieuwe auto stapte, voelde ik de tranen branden.

Dat gevoel heb ik nog steeds. Ik voel me een verrader, en ben al een week ontroostbaar nostalgisch. Ik durf niet te zeggen welke auto ik nu rijd. De wond is nog te vers.

Voor de mensen die nu denken: wat een gejank om een oud barrel. Think again. Want ik ben niet de enige. Toen ik het vroeg op LinkedIn, of meer mensen heimwee hebben naar hun eerste auto, en of ze het moeilijk hadden gevonden hem in te ruilen, werd ik overspoeld met reacties. Sterker nog: die mensen waren nog veel gekker dan ik.

Mensen die huilend bij de dealer hadden gestaan: „Alsof je een huisdier laat inslapen.” Die nog steeds speuren of ze hem ergens zien rijden. Die nog steeds een fotootje aan hun sleutelhanger hebben zitten.

Harttransplantatie

Mensen met namen voor hun auto’s – Geile Frits, Black Betty, Balthasar. Die het kenteken nog kunnen opdreunen. Die lyrisch over ‘haar’ of ‘zijn’ deuken praten. Over de lekbakjes tegen de regen. Over de choke met gebruiksaanwijzing. Over de paddenstoelen die groeiden op de bekleding.

Mensen die per se wilden weten wie de nieuwe eigenaar zou worden. Die jaren later nog gingen controleren of hij daar nog stond. „Hij staat nog steeds in m’n parkeerapp”, schreef iemand. „Ik kán hem gewoon niet verwijderen!”

Met als hoogtepunt, vond ik, een aantal hopeloze romantici die hun oude auto zelfs had teruggekocht, zodra ze hem weer te koop zagen staan. Dat zou ik zelf ook wel willen. Maar dat kan niet. Want de garage aan wie ik hem voor een belachelijk hoge prijs heb verkocht, gaat hem tóch niet renoveren, zo liet hij weten.

Hij gaat ook niet naar Afrika, wat hij eerder zei. Nee, De Corolla krijgt een harttransplantatie. Of wacht, ik zeg het verkeerd: hij wordt orgaandonor. Zijn motor gaat naar een jongere auto. Eigenlijk vind ik dat nóg mooier, dan dat hij nog ergens rondrijdt.

Want nu kan hij in elke Toyota zitten! Elke Toyota die ik zie, kan zijn motor hebben. Zijn hart klopt door. Hoewel ik nu wel even zit te huilen. Dag lieve Corolla.

Je sleutel zit nog aan m’n bos.

Nostalgie Deze auto’s werden het meest gemist op LinkedIn

1 Toyota Corolla (39)2 Toyota Starlet (12)3 Volkswagen Golf (7)4 Opel Kadett (6)5 Citroën 2CV/Eend (5)6 Toyota Aygo (4)7 Suzuki Alto (4)8 Renault Clio (4)9 Fiat Panda (4)10 Ford Focus (4)

Heb je een vraag van de week, taboe, of ‘kwestie’ voor deze rubriek? Mail dan naar japkeddenktmee@nrc.nl

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Uitgelichte artikelen

Japke-d. denkt mee

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next