Jeugdzorg In Huize Soria, gerund door twee Nederlanders, was sprake van ‘groepsdruk, intimidatie, fysiek geweld, vrijheidsbeperkingen zonder grondslag en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag’. Ondanks signalen, werden er jarenlang Nederlandse kinderen geplaatst, concludeert onderzoeksbureau Maruda.
Exterieur van een kantoor van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in Utrecht.
Jeugdbeschermers van Samen Veilig Midden-Nederland (SVMN) hebben signalen over onveiligheid van jongeren in het Spaanse ‘gezinshuis’ Huize Soria ten onrechte terzijde geschoven. Dat concludeert onderzoeksbureau Maruda in een deels openbaar rapport. Datzelfde geldt voor bezwaren over het gebrek aan legitimiteit van de plaatsingen in Huize Soria. „Het vertrouwen dat plaatsing bij Huize Soria in het belang van de jeugdigen was, leidde tot een tunnelvisie”, schrijven de onderzoekers over SVMN, dat optreedt namens en Veilig Thuis en een jeugdbeschermingsorganisatie in de provincies Utrecht en Flevoland.
Afgelopen maand vertelden meerdere jongeren in Nieuwsuur over structurele fysieke en psychische mishandeling in het afgesloten huis op een landgoed bij Alicante. Jeugdzorg en de reclassering stuurden er de afgelopen twee decennia jongeren naartoe om in een nieuwe omgeving hun leven op de rit te krijgen. Het tegendeel gebeurde: door het isolement kon het stel dat het huis runde het leven van de jongeren volledig controleren: hun vrijheid werd op allerlei manieren beperkt, paspoorten werden afgenomen, eten en toegang tot warm water weggenomen en haren gedwongen afgeschoren, aldus de jongeren in Nieuwsuur.
De onderzoekers van Meruda, die hun onderzoek in opdracht van SVMN en op verzoek van de toezichthouder Inspectie Jeugd en Gezin (IGJ) deden, trekken conclusies die overeenkomen met de verklaringen die de jongeren met Nieuwsuur deelden. Zij zijn volgens de onderzoekers „geconfronteerd met groepsdruk, intimidatie, fysiek geweld, vrijheidsbeperkingen zonder grondslag en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.”
Bovendien waren de plaatsingen illegaal, concluderen de onderzoekers. Voor plaatsingen in het buitenland is afzonderlijke toestemming van een coördinerende instantie nodig. Die was tot 2024 in „de uitvoering” van SVMN „niet bekend”, schrijven de onderzoekers van Maruda. Ze wijten dit aan „een blinde vlek”. Vanaf 2024 werd SVMN er via rechterlijke uitspraken herhaaldelijk op gewezen dat plaatsingen van jongeren in Huize Soria niet waren toegestaan.
Er waren al langere tijd signalen over misstanden op de opvanglocatie. Zo noemen de onderzoekers het rapport van de Kinderombudsman van Amsterdam in 2022, waarna meerdere organisaties besloten geen jongeren meer bij Huize Soria te plaatsen, en een signaal dat in 2024 tot een melding bij de IGJ leidde. SVMN sloeg advies van de eigen juristen in de wind, ten faveure van Huize Soria, dat vond dat de afzonderlijke toestemming voor buitenlandse instanties niet nodig was, omdat het onder een Nederlandse BV opereerde. Een rechterlijke uitspraak uit 2024 veegde dat argument van tafel.
Huize Soria, dat de aantijgingen tegenover de NOS ontkent, werd gerund door een Nederlands stel. De afgelopen twintig jaar huisvestten ze zeker 265 Nederlandse jongeren. Daarvoor ontving de instelling tientallen miljoenen euro’s aan jeugdzorggeld, becijferde Nieuwsuur. Eind september werd de instelling op last van de Spaanse inspectie gesloten, vanwege het ontbreken van een vergunning.
In een persbericht van SVMN zegt bestuurder Anja Jonkers dat de organisatie „diep” geraakt is door de conclusies van het onderzoek. De jongeren hadden „moeten kunnen rekenen op veilige en passende hulp. Dat is onvoldoende gelukt en dat spijt ons oprecht”, aldus Jonkers. Ze kondigt een ‘verbeterplan’ aan. Samen Veilig moet ontvankelijker worden voor „signalen, zorgen en kritiek van jongeren en ouders”. SVMN heeft bovendien besloten geen nieuwe buitenlandplaatsingen meer te initiëren.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie