Bij een hartstilstand zijn burgerhulpverleners vaak als eerste ter plaatse om te reanimeren. In Haarlem krijgen dertig uiterst actieve vrijwilligers een eigen AED, in een proef om kostbare tijd te besparen.
Terwijl ze haar jas nog dicht ritst, rent Maaike Pippel de deur van haar Haarlemse rijtjeshuis uit. De 46-jarige ambtenaar sprint deze heldere herfstavond in oktober tussen geparkeerde auto’s door naar de overkant van de straat. De grote groene kast aan de gevel van de overburen, die moet ze hebben. Hij moet open, en snel.
Code intikken, die kent ze uit haar hoofd. Ze checkt ondertussen haar telefoon: waar moet ze zo heen? Met haar andere, telefoonloze hand wil ze de kast opentrekken, maar dat lukt niet. Telefoon weg, twee handen. Ze trekt te hard en het antidiefstalalarm gaat loeien. Nog steeds geen AED. Dan maar zonder, iemand is in levensgevaar, elke seconde telt.
Pippel is een van de kwart miljoen burgerhulpverleners in Nederland. Als iemand in de buurt een hartstilstand krijgt, stuurt de 112-meldkamer hen een oproep om te komen reanimeren. Maar Pippel is niet zomaar een burgerhulpverlener: ze is er een die opvallend vaak beschikbaar is en snel kan komen helpen.
Daarom zit ze met zo’n twintig andere ‘superburgerhulpverleners’ uit Haarlem in een zaaltje, voor een bijzonder experiment. Ze krijgen allemaal een eigen AED, een Automatische Externe Defibrillator, om sneller een levensreddende schok te kunnen toedienen bij een hartstilstand. Pippel kijkt ernaar uit om niet meer te hoeven ‘klungelen’ met AED-kasten, zoals op de herfstavond die ze beschreef.
De proef is een initiatief van HartslagNu, de landelijke organisatie die de burgerhulpverleners aanstuurt, en wetenschappers van Amsterdam UMC. Op het eerste gezicht een duur project: een AED kost al gauw 1.200 euro. Toch kunnen de persoonlijke AED's bij deze vrijwilligers zichzelf uitbetalen, denkt Hans van Schuppen, anesthesioloog en onderzoeker van Amsterdam UMC.
De AED moet zo snel mogelijk bij de patiënt komen. Vlak nadat de hartstilstand begint, is het hart vaak nog ‘schokbaar’: het hart staat dan niet stil, maar knijpt niet meer goed samen door een hartritmestoornis. Een AED kan bepalen of dit het geval is en met een elektrische schok het hart weer op de juiste manier laten kloppen.
‘Als die schok niet komt, vermindert de overlevingskans elke minuut met 6 procent’, vertelt de medicus aan de aanwezige vrijwilligers. ‘Door de oprichting van HartslagNu in 2007 en toegenomen AED-gebruik van hulpdiensten is de tijd tot de eerste schok gedaald van tien naar zeven minuten. Maar dit is sinds 2014 niet meer verbeterd, ondanks de gestage toename van het aantal burgerhulpverleners.’
Vandaar de proef met persoonlijke AED’s, bij de vrijwilligers die het vaakst uitrukken. De mensen in de zaal willen weten waar ze het apparaat moeten bewaren. Een man vraagt bijvoorbeeld of hij de AED in zijn rugzak moet gaan dragen. ‘Als je dat echt wilt, dan kan dat’, reageert Van Schuppen. ‘Jullie mogen zelf invullen wat het beste werkt.’
Iemand anders vraagt: ‘Wat als hij uit mijn auto gestolen wordt?’ Hierop reageert Aart Bosmans, initiatiefnemer van HartslagNu: ‘Elke AED heeft een serienummer, dus als een dief hem op Marktplaats zet, is die de sjaak.’
Bij een noodoproep krijgen burgerhulpverleners nu in een app te zien waar de dichtstbijzijnde AED hangt, en kunnen ze met een druk op de knop aangeven of ze die gaan halen. Op veel plaatsen in Nederland is binnen 500 meter een AED beschikbaar, maar er zijn ook gebieden waar de afstand groter is of de AED niet altijd toegankelijk is.
Zelfs wanneer de AED relatief dichtbij is, kost het ophalen in een levensbedreigende situatie toch veel tijd. ‘Als ik een oproep krijg om iemand 200 meter links van me te reanimeren, maar 400 meter naar rechts hangt een AED, dan ga ik die niet eerst nog halen’, zegt een vrouw achterin de zaal.
Zonder de AED kunnen de vrijwilligers nog steeds helpen met ‘basale reanimatie’: de klassieke pompbewegingen op de borstkas. Dit houdt het hart langer aan de gang, zodat hulpdiensten zodra ze arriveren een schok kunnen geven.
Wanneer de vrijwilligers toch zelf een apparaat halen, bijvoorbeeld als de hulpdiensten van ver moeten komen, klopt het adres op de HartslagNu-app soms niet. Ook zijn veel AED-kasten beveiligd met een code, die af en toe verkeerd in de app staat.
De AED’s zijn namelijk vaak van een privé-eigenaar, die het apparaat openbaar heeft geregistreerd. Soms verplaatst de eigenaar de kast waar die in zit, of geeft hij hem een andere code uit angst voor diefstal. Dit gebeurt nog weleens zonder dat de wijziging wordt doorgegeven.
‘Als je de code niet weet, kun je de kast alsnog openen, maar dat triggert een luid alarm’, is de ervaring van elektricien Nick Wentink.
Om dit soort problemen op te lossen, moeten er 30 duizend AED’s regelmatig worden gecheckt door het hele land. ‘Dat kost enorm veel tijd en mankracht’, zegt Van Schuppen.
‘Als burgerhulpverleners een eigen AED hebben, zou die één tot drie minuten eerder bij de patiënt kunnen zijn’, voorspelt Van Schuppen. ‘Dat kan zeker 10 procent meer kans op overleven geven, misschien wel 20.’
Wentink verblijft vaak bij zijn vader, met wie hij dan samen uitrukt. ‘We zitten naast een wijk vol senioren, en zijn vaak dichterbij dan de ambulancecentrale’, zegt hij. ‘Als we niet eerst een AED hoeven te zoeken, kan dat een groot verschil maken.’
De proef hoeft niet bij deze dertig AED’s in Haarlem te blijven. ‘HartslagNu heeft nog zeventig AED's klaarliggen’, zegt Bosmans, ‘voor een mogelijke uitbreiding naar andere gemeenten in Noord-Holland.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant