Een meerderheid van de Spaanse politiek zal Óscar Puente dinsdag verzoeken op te stappen als minister van transport. Zelf houdt de grofgebekte waakhond van premier Sánchez ook na twee treinrampen – met in totaal 115 doden – vol dat hij het land het best kan dienen door aan te blijven.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De wallen op het doorgaans al getekende gezicht van Óscar Puente zijn nog een paar randen dieper dan normaal als hij vrijdag een persconferentie belegt over zijn toekomst. Hij had zijn hoofd de voorgaande nachten gebroken over verklaringen omtrent de treinramp eerder die week, waarbij 69 doden vielen door twee botsende treinen.
Nee, Puente zat niet in de controlekamer waar naar alle waarschijnlijkheid de kapitale communicatiefout werd gemaakt die ertoe leidde dat een sneltrein op volle kracht achter op een stilstaande trein inreed. Maar bestaat er niet zoiets als ministeriële verantwoordelijkheid, zeker als het al het tweede zeer dodelijke treinongeluk in een jaar tijd is? En was de prioriteit van de regering niet te veel uitgegaan naar nieuwe prestigelijnen, in plaats van naar veiligheid en onderhoud?
‘Het zou voor mij het makkelijkst zijn om te vertrekken, maar dat ligt niet in mijn aard’, zegt hij resoluut, ondanks zijn vermoeidheid. ‘Verantwoordelijkheid nemen betekent nu achterhalen wat er is gebeurd en de veiligheid op het spoor te verbeteren’, meende Puente, al zei hij ook dat het Spaanse treinnetwerk ‘veilig en betrouwbaar is’ en hij voldoende in onderhoud had geïnvesteerd.
Óscar Puente Santiago (57) komt uit een socialistische familie in Valladolid. Voordat Puente politiek actief werd, was hij een verdienstelijk toneelacteur; zo speelde hij honderden malen in de komedie De Vrek van de Franse Molière in Spaanse en Franse theaters.
In 2015 werd hij burgemeester van Valladolid, nadat hij acht jaar raadslid was geweest. Na de verkiezingen drie jaar geleden vroeg Pedro Sánchez hem minister van Transport en Infrastructuur te worden. ‘Spanje moet zo snel mogelijk overstappen op een gezonde, duurzame en veilige manier van vervoeren’, noemde hij toen als zijn belangrijkste doelstelling.
Puente wordt door partijgenoten in El País omschreven als rechtdoorzee. Regelmatig stuitte zijn boude uitspraken op kritiek. In zijn tijd als burgemeester vroeg hij een raadslid in Valladolid of ze wel geschikt was voor het vak, omdat ze alleen ervaring had als winkelbediende. De Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging noemde hij ‘een sekte’ en de Argentijnse president Milei een drugsgebruiker.
Zijn onbehouwenheid bleek ook vorige week, toen hij in de uren na de treinramp de schuld nogal bot gaf aan de ‘onbegrijpelijke beslissingen’ van de medewerkers in de meldkamer. Daar moest hij later op terugkomen. ‘Ik wil geen enkele werknemer als schild gebruiken.’
Puente maakte zich in 2024 nog populair na de verwoestende overstromingen in Valencia. Met veelvuldige berichten op X wist hij zichzelf neer te zetten als fanatieke puinruimer die wegen en spoorwegen razendsnel weer bruikbaar maakte.
Die liefde is nu bekoeld. Behalve de rechtse oppositie stellen ook de linkse coalitiepartner Sumar, Comisiones Obreras (de grootste vakbond van Spanje, red.) en commentaren van linkse en rechtse kranten dat het beter is als Puente vertrekt. Een motie van wantrouwen is overigens nog niet aangekondigd.
El País meldde op gezag van regeringsbronnen dat Puente al een dag na de ramp zijn ontslag had aangeboden, maar dat premier Sánchez hem dringend verzocht aan te blijven. Puente is voor hem namelijk niet zomaar een minister.
Puente steunde Sánchez in 2017 al openlijk in de door hem gewonnen voorverkiezingen voor het partijleiderschap van de PSOE, terwijl de partijtop de voorkeur had uitgesproken voor Susana Díaz. Die steun is nooit verdwenen: Puente bekritiseert regelmatig mogelijke uitdagers en critici van de premier binnen de partij. Bovendien bindt hij met zijn felle vocabulaire regelmatig de strijd aan met politici van Sánchez’ belangrijkste uitdager, de Partido Popular (PP).
Zolang Puente aanblijft, geeft Sánchez de oppositie een extra stok om mee te slaan in aanloop naar de parlementsverkiezingen van 29 november. Maar Sánchez weet ook dat het vertrek van zijn partijgenoot een overwinning zou zijn voor de PP. Die kan het vertrek van de minister uitleggen als een schuldbekentenis.
Bovendien geldt Sánchez als een overlevingskunstenaar en strateeg die weinig ondoordachte keuzes maakt. Mogelijk gokt hij erop dat de stroom aan bagger – de leider van het uiterst rechtse Vox, Santiago Abascal, noemt hem ‘de minister van Dood’ – hem op een gegeven moment de sympathie van kiezers kan opleveren. Binnen PSOE is de overtuiging dat de kritiek ook slecht op de PP kan gaan afstralen, zo meldt El País.
Dinsdag, voordat Puente zich voor een commissie in het parlement moet verantwoorden over de treinramp bij Urda, geeft hij een persconferentie. Daarin zal hij naar verwachting een groot actieplan presenteren waarmee hij het ‘gebroken vertrouwen’ in de veiligheid van het spoor, zoals Sánchez het vorige week verwoordde, wil herstellen. Het is een gewaagde strategie, maar wel een die bij Puente past: schreeuwen jullie maar, ik werk stug door.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant