Dubbeltalent Thijs Wiersma uit Sint Nicolaasga is getalenteerd schaatser én wielrenner. Anders dan de huidige topsportfilosofie voorschrijft, wil hij voorlopig niet specialiseren. „Het wordt kiezen voor de sport die ik het leukst vind, ook als die wat minder gaat.”
Thijs Wiersma: "Wanneer het keuzemoment komt, en óf het komt, dat weet ik niet."
Tweeënhalf jaar oud was Thijs Wiersma toen hij voor het eerst zonder zijwieltjes fietste. Hup, daar ging hij, de straat op voor zijn ouderlijk huis. „Een paar dagen later”, zegt zijn vader Alex, „zat hij al aan de andere kant van het dorp.”
„Tja”, zegt Thijs, „je moet ook nooit te lang met zijwieltjes fietsen.”
We zitten aan de keukentafel van het gezin Wiersma, in het Friese dorp Sint Nicolaasga. Thijs (18), tweede van vier kinderen, was van jongs af aan „een klassiek voorbeeld van een topsporter”, zegt zijn vader. „Snelle kruiper, snelle loper, fysiek ondernemend. Hij kroop de hele dag als een dolle achter zijn moeder aan.”
Niet lang na zijn eerste fietsavontuur, hij was drie jaar oud, stond Thijs ook voor het eerst op de schaats. Op het vijvertje achter zijn huis, „waar je heel makkelijk het ijs op kan”. En later ook bij zijn opa en oma in Langweer, vijf kilometer verderop. Van het begin af aan ging dat met de handen op de rug.
Inmiddels geldt Wiersma als een van de grootste schaatstalenten van Nederland. Én als een veelbelovend wielrenner. Dat is bijzonder, want het is gebruikelijk dat topsporters op zijn leeftijd wel een keuze hebben gemaakt. Wiersma niet. Anders dan de huidige topsportfilosofie voorschrijft, wil hij dat moment zo lang mogelijk uitstellen. „Wanneer het komt, en óf het komt, dat weet ik niet.”
Dat Wiersma beloftevol is in beide sporten, bewees hij dit voorjaar in een tijdsbestek van zes weken. Eind februari schaatste hij een wereldrecord bij de junioren op de 3.000 meter (3.40,03) en won hij drie medailles (twee keer zilver, een keer brons) op de WK schaatsen voor junioren, waarna hij half april op de fiets de kasseienklassieker Parijs-Roubaix (onder 19) op zijn naam schreef. Vanaf volgend seizoen rijdt Wiersma voor het beloftenteam van wielerploeg Visma-Lease a Bike, dat de laatste jaren renners afleverde als Olav Kooij en Matthew Brennan.
De combinatie van de twee sporten, zegt Wiersma, kwam als vanzelf. Schaatsen op de langebaan doet hij sinds zijn dertiende bij het Gewest Fryslan, in Heerenveen. Vanaf zijn twaalfde begon hij ook wedstrijden te rijden op de fiets. Dat ging „best wel goed”, zegt hij. „En het was leuk om ’s zomers niet alleen op de fiets zitten om te trainen voor het schaatsen.”
Inmiddels schakelt hij al zes jaar tussen twee sporten. Op het ijs ligt zijn kracht in de lange afstanden (1.500 meter en verder), op de weg is Wiersma – 1 meter 96 lang, 82 kilo zwaar – een renner voor klassiekers en tijdritten.
Dat schakelen, zegt hij, lijkt ingewikkelder dan het is. Tijdens het schaatsseizoen zit hij sowieso op de fiets, omdat schaatsers dat nu eenmaal vaak doen. Tijdens het wielerseizoen maakt hij ruimte voor schaatsspecifieke trainingen en staat hij „wanneer het kan” op het ijs in Thialf. Zoals in september, toen hij een dag voor zijn vertrek naar de WK wielrennen in Montréal nog even naar Heerenveen reed voor schaatstraining. Zijn wieler- en schaatscoach wisselen data uit en overleggen over zijn trainingsschema.
Wat de combinatie vergemakkelijkt: Wiersma beschikt over een uitzonderlijk motorisch talent. Zo reed hij zijn wereldrecord op de 3.000 meter in februari minder dan een week nadat hij was teruggekeerd van een fietskamp aan de Costa Blanca. „Ik kan een week niet schaatsen en na twee trainingen het gevoel op het ijs weer helemaal terug hebben.”
Niet álles in Wiersma‘s carrière gaat zoals gehoopt. De WK wielrennen in Montréal (Canada) draaiden eind september uit op een teleurstelling. In de tijdrit bij de junioren wilde hij een medaille halen maar eindigde hij op de vijftiende plaats. „De vorm die ik de week ervoor nog had, ontbrak.” En aan het begin van het schaatsseizoen liep hij aan tegen een diskwalificatie op de 5.000 meter – hij was per ongeluk met zijn schaats in de andere baan beland. Daardoor kon hij afgelopen weekend bij het wereldbekerkwalificatietoernooi in Heerenveen niet in actie komen op die afstand.
Ook met studeren gaat het stroever dan verwacht. Naast zijn twee sporten is Wiersma dit najaar begonnen met een opleiding maritieme techniek in Leeuwarden. Die studie is „veel te zwaar” om te combineren met topsport, weet hij inmiddels („heel veel vakken, opdrachten en excursies”). Toch wil hij „via een andere route” blijven studeren. „Ik ben een nadenker. En je moet jezelf niet te veel verliezen in de sport. Als je veel thuis bent tussen trainingen, kun je jezelf helemaal gek maken met kleine details. Een studie dwingt je om bezig te zijn met andere dingen.”
Een andere manier om zijn zinnen te verzetten, is zeilen – de familie heeft drie kleine en een grote zeilboot liggen in Langweer. Gamen of sociale media volgen? Dat interesseert hem niet, zegt Wiersma. Als hij op zijn telefoon zit, is dat vrijwel alleen om oude schaatswedstrijden terug te kijken. „Dan kijk ik naar techniek. Of hoe iemand een vijf kilometer opbouwt.”
Thijs Wiersma: „Schaatsen is een andere inspanning dan fietsen”
Thijs Wiersma: „Uit de koers neem ik hardheid mee naar het schaatsen.”
Zijn ouders hebben Wiersma van jongs af aan gestimuleerd. Zelf hebben ze ook een sportverleden: Thijs’ vader Alex heeft „op niveau” geroeid, zijn moeder Marianne heeft gezwommen en loopt hard („gewoon voor m‘n plezier, maar bovengemiddeld voor een vrouw van mijn leeftijd”). Ze leerden elkaar kennen in het roeien en hebben samen een werf in Heerenveen die roeiboten bouwt.
„We hebben Thijs altijd meegegeven dat hij het léuk moet vinden”, zegt Marianne, aangeschoven aan de keukentafel. „We pushen niet.”
Alex: „We hebben altijd gezegd: als je het niet leuk meer vindt, kun je meteen stoppen en is er niemand die jou wat kwalijk neemt.”
Marianne: „Thijs vindt alles leuk.”
Alex: „Dat wedstrijden spannend zijn, geloven we wel. Maar je moet lol halen uit het trainen, anders ga je het niet redden als topsporter.”
Marianne: „Soms komt Thijs terug van trainen, dan vliegt-ie onder de douche en gaat hij meteen door naar de boot om te zeilen. Toen we terugkwamen van de WK wielrennen, zaten wij tweeën hier met een zware jetlag. Thijs ging ’s avonds meteen z‘n maten aanmoedigen in Thialf.”
Het is niet alleen zo dat hij schaatsen en wielrennen allebei leuk vindt, zegt Wiersma. Hij denkt ook dat de combinatie hem béter maakt. „Schaatsen is een andere inspanning dan fietsen: je hebt eigenlijk altijd een hogere intensiteit en hartslag. Die anaerobe trainingsprikkel neem ik mee naar het wielrennen.” Uit zijn wielertrainingen, veelal op lage intensiteit, neemt hij dan weer extra duurvermogen mee naar het schaatsen. „En een bepaalde hardheid, uit de koersen.”
In Wiersma’s contract bij de Visma-beloften, zegt zijn vader Alex, is expliciet opgenomen dat hij tijdens het wielerseizoen kan blijven trainen voor het schaatsen. Ook zal hij minder koersen rijden dan zijn leeftijdsgenoten en af en toe een trainingskamp overslaan. Alex: „Er zijn ook afspraken gemaakt over wat meer vrije tijd, zodat Thijs nog een beetje kan zeilen. Visma was daarin zeer schappelijk.”
„Ik kies de sport niet, de sport kiest mij wel.” Aan dat adagium wil Wiersma zich blijven vasthouden tijdens de fase van zijn carrière. Hij is begonnen aan zijn laatste seizoen bij de schaatsjunioren, waarin hij drie keer goud wil winnen op de WK junioren („realistisch”). Daarna volgt zijn eerste jaar bij de wielerbeloften – met, als het goed is, opnieuw Parijs-Roubaix op het programma.
Welke van de twee sporten hij diep in zijn hart het leukst vindt? Als Wiersma die vraag krijgt, laat hij een stilte vallen. Hij weet het oprecht niet. „In de zomer wil ik wedstrijden rijden en niet alleen trainingen doen op de fiets. En in de winter wil ik niet alleen fietstrainingen doen in de regen maar ook mijn rondjes rijden in Thialf.” En waar hij de meeste aanleg voor heeft? Opnieuw stilte. „Uiteindelijk zal ik kiezen voor de sport ik het leukst vind, ook als die wat minder gaat.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie