Home

Voormalig Telegraaf-journalist Milco Aarts begon in 2015 met Soupalicious: ‘We moeten slimmer met de wereld omgaan’

Eet een kop soep en een tweede gaat naar een klant van de voedselbank – voormalig Telegraaf-journalist Milco Aarts begon in 2015 met Soupalicious. Zijn bedrijf ging failliet, maar Aarts gaf niet op. ‘Dat Donald Trump tegen duurzaamheid is, daarvan ben ik niet onder de indruk.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Eet een kop soep en een tweede gaat naar een klant van de voedselbank – voormalig Telegraaf-journalist Milco Aarts begon in 2015 met Soupalicious. Zijn bedrijf ging failliet, maar Aarts gaf niet op. ‘Dat Donald Trump tegen duurzaamheid is, daarvan ben ik niet onder de indruk.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Als journalist van De Telegraaf had Milco Aarts geen hoge dunk van de milieubeweging. ‘Ze wilden de wereld veranderen door anderen een wurgende levensstijl op te leggen: ga onder tafel zitten, doe ramen en deuren dicht, adem zo min mogelijk en zit de rit uit, dan ben je een topper. Ze tuigden een rouwkoets op en nodigden mensen uit erachteraan te lopen. Niemand sluit graag bij een rouwstoet aan.’

Dat het ook anders kon, ervoer hij in 1995, toen hij voor zijn krant sprak met milieuactivist Wouter van Dieren. Dit voormalige lid van de Club van Rome, de denktank die bekend werd door het rapport Grenzen aan de Groei uit 1972, werd tijdens een conferentie in Brussel twee dagen door Aarts gevolgd, geïntrigeerd als de journalist was door Van Dierens uitspraken en levensstijl: ‘Wouter bleek een Ollie B. Bommel-achtige figuur die een vrolijk leven leidde, van een goed glas wijn hield en in een terreinwagen reed. Net een mens. Mijn verhaal over hem resoneerde geweldig bij de krant. De hoofdredactie wilde er meteen nog een.’

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Zelf werd Aarts vooral geraakt door de uitspraken van Van Dieren. Ruim dertig jaar later weet hij ze nog letterlijk te citeren. ‘Over ons economisch systeem zei hij: ‘We zetten kostbare energie en schaarse grondstoffen in het hoogst mogelijke tempo om in afval, en dat noemen we winst.’ Dat begreep ik direct. Of: ‘We slopen ons huis, verkopen alle onderdelen in de zomer, maar houden geen rekening met de winter.’ Daarmee gaf hij woorden aan iets wat ik sterk voelde, hij raakte me in mijn ziel.’

Nog zestien jaar zou Aarts aan De Telegraaf verbonden blijven, een periode waarin hij onder meer ‘hofleverancier van de Groene Telegraaf’ werd. Bij voorkeur schreef hij over ‘mensen met de poten in de klei, zoals ondernemers die de eerste elektrische auto of het eerste zonnepaneel in elkaar knutselden – mensen die tegen de stroom ingingen en destijds werden uitgelachen’.

In 2011 kreeg hij ‘genoeg van woorden’, die ‘toch niks aan de wereld veranderen’. Zijn maatschappelijk engagement leidde in 2015 tot Soupalicious, een sociale, maar ook commerciële onderneming, opgericht samen met Voedselbanken Nederland. Uitgangspunt is: one-for-one. Voor iedere kop soep die wordt verkocht, gaat een gratis kop naar een voedselbankklant – de teller staat inmiddels op vijf miljoen gedoneerde koppen. Om voedselverspilling tegen te gaan zijn honderdduizenden kilo’s ‘reststromen’ voor de soepen gebruikt, met name tomaten en pompoenen van zaadveredelingsbedrijven. Een derde doelstelling is ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’ kansen te bieden – dertig mensen zijn door Soupalicious opgeleid.

Na een faillissement en andere forse tegenslagen behaalt het bedrijf tegenwoordig een omzet van een miljoen euro. De 66-jarige Aarts zit nog vol plannen en hoopt op internationale expansie. ‘Je moet als ondernemer altijd optimistisch blijven. Ik wil bewijzen dat goed doen met een mooi rendement samen kan gaan – sociale en financiële winst horen hand in hand te gaan. Voor de overgang naar een duurzame wereld heb je nu eenmaal ondernemers nodig.’

Wat heeft u in uw jeugd gevormd?

‘Ik heb veel met onze hond over straat gelopen, thuis zei ik nooit een woord. Ik was al vroeg teleurgesteld in de wereld. Mijn jeugd speelde zich in Eindhoven af, in een gezin met drie jongens van wie ik de jongste was. Mijn vader was econoom bij Philips – een intellectuele, maar ook vreselijk harde man. Mijn moeder was Russisch van oorsprong, ze had een concentratiekamp overleefd. Mijn sterke gevoel voor rechtvaardigheid heb ik van haar. Verder werden mijn jeugdjaren gekenmerkt door geweld. Daar wil ik verder niet over uitweiden. Het gevolg was dat ik altijd op scherp stond en veel moeite had anderen te vertrouwen. Ik was erg eenzaam. Je kunt een hond vals maken, maar een kind net zo goed. Ik was heftig, altijd bereid het gevecht aan te gaan en daarin te sterven. Serieus.’

Hoe verliep uw schooltijd?

‘Ik ben drie keer van school gestuurd, dat vat het wel samen. Ik had een scherpe tong en was erg opvliegend. En daarmee niet handelbaar voor leraren en leerlingen. Mijn klasgenoten waren vaak bang voor me. Bij geschiedenis hield ik orde in de klas voor een leraar die dat niet kon. Ik wilde zijn lessen volgen, dus zorgde ik dat iedereen zijn mond hield. Daar durfde niemand tegen in te gaan. Mijn jeugd was geen succes. Uiteindelijk heb ik een schooldiploma vervalst. Daarmee kon ik naar de School voor Journalistiek in Utrecht.’

Waren er geen lichtpunten?

‘Behalve de hond was de bibliotheek dat. Ter plekke las ik alle jeugdliteratuur die er stond, van boven naar beneden en van links naar rechts. Die jeugdboeken zijn doorspekt met moraal over goed en kwaad. Zo leerde ik dat liefde, geluk, loyaliteit en vriendschap bestonden – saamhorigheid ook, het voor elkaar door het vuur gaan. De boeken hielpen me in mijn hoofd werelden te verzinnen waarin het wel harmonieus was. Later heeft dat me geholpen in de journalistiek. Ik kon verhalen en invalshoeken bedenken waar niemand anders op kwam.’

U ging van de linkse School voor Journalistiek in Utrecht naar de rechtse De Telegraaf – hoe kwam dat?

‘Ik heb die school nooit als zo’n links bolwerk ervaren, maar dat kwam ook omdat ik daar een buitenbeentje was. Ik had een vriend die bij De Telegraaf werkte en hoorde zijn verhalen over hoe ongelofelijk veel lol ze daar met elkaar hadden – er was een fantastische sfeer, met veel ruimte voor creativiteit en vrijheid. Dat trok me aan, ook al was het not done bij De Telegraaf te gaan werken.’

Waarom besloot u de journalistiek te verruilen voor het ondernemerschap?

‘Ik had me tot de journalistiek aangetrokken gevoeld, omdat ik misstanden aan de kaak wilde stellen, dat leek me geweldig. Dat had te maken met mijn rechtvaardigheidsgevoel, maar ook met mijn woede op de wereld. In de loop van mijn carrière ben ik teleurgesteld geraakt over wat je met woorden kunt bereiken. Een reportage die ik schreef over misstanden in de Koraal Specht-gevangenis op Curaçao leidde tot een spoedvergadering van het Nederlandse kabinet, waarbij 200 miljoen gulden werd uitgetrokken om de problemen aan te pakken. Toen ik daar jaren later terugkeerde, bleek er niks te zijn gebeurd en was al het geld verdwenen.

‘Als journalist benoem je het ene na het andere probleem, maar je lost er nooit eentje op. Je hobbelt van het ene naar het andere, ondertussen rotten ze verder. Als ondernemer kun je wel echt iets doen. In de jaren tien werd de duurzaamheidsbeweging hip en happening – er kwamen allerlei groene producten op de markt, mensen spraken over cradle-to-cradle (hergebruik van alle grondstoffen van een product, red.). Ik ben toen een conceptenbureau begonnen dat tot Soupalicious heeft geleid.’

Hoe kwam u op dat idee?

‘Een van mijn laatste reportages voor De Telegraaf ging over de voedselbank. In die kratjes die ze voor hun klanten samenstelden, zag ik vooral troep: chips, melk met een smaakje, chocola, maar geen enkele groente. Het landelijk bestuur vertelde dat ze genoeg groenten aangeboden kregen, maar dat die te snel onbruikbaar waren. ‘Dan maken we er toch soep van’, antwoordde ik. Mijn idee was dat anderen die soep aan voedselbankklanten zouden doneren. Mensen zijn bereid een opslag te betalen voor een kom soep als die erg lekker is, zeker wanneer een tweede kop bij iemand in de problemen terechtkomt. We werken nu vooral via bedrijfsrestaurants: wanneer een accountant van PwC bij de lunch zijn soepje eet, krijgt de lokale voedselbank een kop. Zo simpel werkt het.’

Op welke problemen bent u gestuit?

‘Een eerste probleem was dat ik totaal geen ondernemer was, dus incapabel. In 2015 kon ik in Amsterdam een geweldige etage huren, met een restaurant van 350 vierkante meter en een prachtig terras. Het liep storm, we kregen veel aandacht in de media. Maar maandelijks moesten we over een tekort van 50 duizend euro heen springen. De eigenaar van het gebouw wilde ons er na een tijdje uit hebben, omdat hij een grotere huurder op het oog had. Ik wees hem op ons contract voor drie jaar. Hij sloot daarop de dames-wc’s, toen was het snel bekeken. Mijn personeel en mijn klanten waren overwegend vrouwen. Ik heb toen het faillissement aangevraagd. Zonder restaurant kon ik een doorstart voor elkaar krijgen.’

In 2018 bent u met Unilever gaan samenwerken.

‘Dat is helaas van korte duur geweest. Een voedselinkoper van Voedselbanken Nederland liet me in dat jaar plots weten dat Unilever bereid was vier miljoen producten per jaar aan de voedselbanken te geven, op voorwaarde dat de voedselbanken met Soupalicious zouden stoppen – ze schoten met een kanon op het embryo van een mug. Ik ben daartegen gaan vechten en kreeg een gesprek met de Unilever-directie. Die zei Soupalicious heel sympathiek te vinden en draaide volledig bij. De samenwerking die we hebben opgezet, is alleen nooit van de grond gekomen, omdat door corona alles op slot ging.’

Ging u weer failliet?

‘Nee, maar onze omzet kelderde, die samenwerking ging niet door. Ik ben naar Albert Heijn gestapt, die destijds als de graaiers van corona werden gezien, omdat ze de prijzen hadden verhoogd. Ook dat leidde aanvankelijk tot een samenwerking, maar een interne strijd bij Albert Heijn maakte dat ik op een zijspoor belandde. De voedselindustrie is keihard. Onlangs had ik te maken met een grote klant die ons contract niet nakwam, omdat hij elders een stuiver goedkoper uit was. Maar ik laat me niet uit het veld slaan. We hebben een harde winter achter de rug, maar momenteel gaat het goed. Ik heb steun gekregen van investeerders die met hun geld iets voor de wereld willen doen. Ik hoop nu vooral dat we goede mensen voor ons bedrijf weten aan te trekken om flink te kunnen groeien.’

Sinds u begon is de politieke wind wat duurzaamheid betreft flink gedraaid. Gelooft u nog in een duurzame toekomst?

‘Ik ben en blijf optimistisch, omdat er al zoveel in gang is gezet. De eerste ondernemers die in de jaren negentig met zonnepanelen en elektrische auto’s aan de gang gingen, werden weggehoond. Kijk eens waar we nu op die vlakken staan. Dat de Amerikaanse president Donald Trump en zijn geestverwanten tegen duurzaamheid zijn, daarvan ben ik niet onder de indruk. Er is een geopolitieke noodzaak die ons dwingt in de richting van duurzame energie en voedsel. We moeten wel wind en zon voor onze energiebehoeften gebruiken, omdat we niet van Rusland, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten afhankelijk willen zijn.

‘Bedrijven zijn er ook gevoelig voor – iedereen begrijpt dat er iets moet gebeuren om deze wereld leefbaar te houden. Links of rechts vind ik daarbij een achterhaalde terminologie. We hebben problemen die we gezamenlijk moeten oplossen, we moeten slimmer met de wereld omgaan. Wanneer het oorlog wordt of de dijken doorbreken, zetten mensen die elkaar niet kunnen luchten of zien, gezamenlijk de schouders eronder. Volgens mij hebben we dat in deze tijd opnieuw nodig. Die tegenwind is er wel, zeker, maar hij raakt me niet. Ik haal er juist energie uit.’

Boektip:

Alkibiades – Ilja Leonard Pfeijffer

‘Ik ben een groot bewonderaar van Pfeijffer. In dit meesterwerk over de oude Griekse staatsman Alkibiades waarschuwt hij voor de teloorgang van onze democratie, die hij spiegelt aan het aftakelende Athene. Hij schrijft over de grote thema’s van onze tijd. Barok, grappig en geniaal probeert hij ons wakker te schudden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next