Voor woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning wordt het huren van een huis of appartement steeds moeilijker. Vorig jaar liep het aantal huurwoningen in de private sector met ruim 22 duizend terug.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Dat verhuurders in de private sector hun woningen van de hand doen, hangt samen met een aantal overheidsingrepen in de huurmarkt. Zo verhoogde het kabinet vijf jaar geleden de overdrachtsbelasting voor huizenkopers die de betreffende woning niet zelf betrekken. In 2024 kwam daar een maximale huurprijs voor woningen uit de middensector bovenop. Die nieuwe wetgeving heeft de verhuur financieel minder aantrekkelijk gemaakt.
In de private sector werden aan het begin van dit jaar nog 1,16 miljoen huizen verhuurd, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat zijn er 1,9 procent minder dan het jaar ervoor. In 2024 was het aantal huurwoningen in deze sector al met 0,3 procent gedaald. In de jaren daarvoor kwamen er juist private huurwoningen bij.
De daling in de private sector komt vooral doordat particuliere verhuurders hun panden van de hand deden. Onder deze groep verhuurders daalde het aanbod met 37 duizend. Volgens het CBS werden veel van deze woningen verkocht. Ook het aantal huurwoningen in het bezit van bedrijven liep terug. Overige organisaties, zoals stichtingen en verenigingen, breidden hun woningportefeuilles juist uit.
Vooral goedkopere huurwoningen komen de laatste jaren steeds minder op de markt, blijkt uit cijfers van het landelijke verhuurplatform Pararius. Tot de invoering van het huurplafond in 2024 werd het grootste deel van de woningen in de vrije sector verhuurd voor net wat meer geld dan de grens voor sociale huur (liberalisatiegrens). Inmiddels worden vooral huurwoningen voor 1.500 euro per maand of meer verhuurd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant