Opvang Het Sterrehuis in Heerlen was tussen 1945 en 1983 een kindertehuis. Oud-bewoners en verzorgers komen nu samen in het Limburgse Samenlevingsarchief Tracé om herinneringen te delen. „Toen mijn moeder me op m’n zesde kwam halen, voelde dat als een bevrijding.”
Het Sterrehuis was een kindertehuis in Heerlen dat van 1945 tot in de jaren tachtig honderden kinderen opving.
Jos Lagalante was drie jaar oud toen hij met z’n twee jaar jongere broertje naar het Sterrehuis in Heerlen werd gebracht. „Dat is jong, maar sommige herinneringen blijven je bij. Ik had een vuilniszak met kleren mee. Die werd bij aankomst leeggegooid. Voortaan waren de kleren van iedereen, zeiden de begeleiders. Later kreeg ik van familie een speelgoedscootertje cadeau. Ook dat werd meteen van alle kinderen.”
Lagalante (52) beleefde heus wel gelukkige momenten, maar het was toch vooral een periode van „je schikken in een systeem met niet-onderhandelbare regels. Het gevoel dat ik daar niet hoorde, overheerste”. Niet verwonderlijk dat hij naar eigen zeggen op foto’s altijd bozig kijkt. „Toen mijn moeder me op m’n zesde kwam halen, voelde dat als een bevrijding.”
Op de bijeenkomst Het Geheugen van het Sterrehuis, met kinderen en verzorgers van weleer in het Limburgse Samenlevingsarchief Tracé in Maastricht, afgelopen vrijdag, doet niet alleen Lagalante z’n verhaal. Zo vertelt een vrouw in de zaal dat „het terugdenken aan het Sterrehuis er altijd is, als een rode draad in je leven. Het overvalt je op onverwachte momenten”. Lagalante knikt instemmend.
Het Sterrehuis was tussen 1945 en 1983 een opvang voor kinderen van zieke, gescheiden of uit de ouderlijke macht ontzette ouders. Ook kinderen van ongehuwde vrouwen, die meestal gedwongen afstand deden van hun kroost, werden ondergebracht in het tehuis.
Aanvankelijk was het Sterrehuis gevestigd in een villa. Toen die in verval raakte door schade van de mijnwinning onder Heerlen, werd in 1969 een nieuwe opvang gebouwd. Die kreeg – geheel volgens de heersende mode – verschillende met elkaar verbonden paviljoens: de Paddenstoel, het Roodborstje, de Blokhut en de babyafdeling.
Het Sterrehuis aan de Heerlerbaan in Heerlen.
Yvonne Weinstock (67) vecht aan het eind van de bijeenkomst in Tracé tegen haar tranen. Ze werkte van 1978 tot 1982 in het Sterrehuis en de herinneringen van de kinderen van destijds, aan hun eenzaamheid of aan de ondergane excessen, emotioneren haar. „Ik heb zelf altijd het uiterste gedaan om het ze naar de zin te maken”, zegt ze.
Weinstock: „Ik werkte op de babyafdeling met een vredig en fijn team, maar vergaderingen en overdrachten bestonden niet. We wisten ook helemaal niets van de achtergronden van de kinderen. Later werkte ik op een andere afdeling, waar de sfeer juist bikkelhard was. Daar zetten ze een bedplassend kind met nat matras voor schut op de gang.”
Weinstock herleeft tijdens de bijeenkomst ook haar eigen angsten. „Als achttien-, negentienjarige draaide ik een 24-uursdienst met een hele groep baby’s en dreumesen op de babyafdeling, in mijn eentje. ’s Nachts kwamen dan weleens ouders aan de deur, die schreeuwend, dreigend en bonzend hun kind terugeisten. Eén keer ben ik door een verbindende gang naar een aangrenzend paviljoen gelopen om stoom af te blazen. Maar een leidinggevende stuurde me meteen terug.”
Dat het geloof een belangrijke rol speelde bij de instelling in Heerlen, blijkt niet alleen uit de naam Sterrehuis – die verwees naar het Mariabeeld in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht (‘De Sterre der Zee’) –, maar ook uit het beheer: dat was in handen van de Stichting Limburgse R.K. Kindertehuizen. Die hield in 1983, in het jaar dat het Sterrehuis werd gesloten, op te bestaan. Ook het archief verdween. Verspreid door het land kunnen wel stukken worden gevonden in andere archieven, bijvoorbeeld jaarverslagen of bouwtekeningen.
Maar een aantal jaar geleden zette een jeugdherinnering van de moeder van de Heerlense toneelschrijver Annet Bremen iets in beweging. Als die stout was, dreigde haar moeder – Bremens oma – met: „Ik breng je naar het Sterrehuis!” Dat intrigeerde de schrijver: hoe kon je dreigen met iets wat zo’n mooie naam had?
De herinneringen van kinderen en verzorgers, die Bremen vervolgens verzamelde, mondde uit in de voorstelling Het Sterrehuis, van jeugdtheatergezelschap Het Laagland. In 2022 en 2025 werd die opgevoerd en maakte veel reacties los. Zo kreeg Bremen een met kindertekeningen geïllustreerd verslag van een stagiair uit 1962-1963.
Met dat document ging ze naar Tracé, dat besloot om het stageverslag als beginpunt van een experiment te gebruiken. Directeur Nico Randeraad: „Normaal nemen we archieven over van instanties of personen. Nu geven we zelf de aanzet tot het vormen van een archief. We kijken wat mensen hebben bewaard, welke herinneringen ze hebben.”
Archiefbeelden van kinderen en verzorgers in het Sterrehuis.
In de jaren van het Sterrehuis werd over ouders en kinderen beslist – zelden mét hen. In het geval van de broertjes Lagalante had hun oma een melding bij de instanties gedaan. Haar schoonzoon was vaak afwezig, haar dochter zou de zorg niet kunnen dragen.
Linda Prevos kwam als baby van vier maanden in het Sterrehuis terecht. Haar moeder zou de zorg voor haar kinderen niet aankunnen. „Het fijne was dat mijn broertje op dezelfde groep zat. Maar op een dag werd hij overplaatst naar een ander paviljoen. Alleen als we tegelijk buiten waren, konden we nog samen spelen, met onze handjes onder en boven een afscheidingsdraad. Achteraf bleek het een voorschot op zijn plaatsing in een pleeggezin. Toen dat gebeurde, werd mij dat niet verteld. Hij was weg, luidde de boodschap. Ik heb daar veel verdriet van gehad.”
Als vijfjarige moest Math Partouns met twee zusjes en een broertje naar het Sterrehuis, omdat ze thuis onvoldoende eten en kleding kregen. „Nu zouden instanties alles doen om ons thuis te houden, met schuldsanering en maatschappelijk werk. Toen niet. Pas na een halfjaar lukte het onze ouders ons terug te halen.”
Zelf herinnert Partouns (nu 71) zich niets van die tijd. Pas veel later hoorde hij erover. Vanaf eind jaren zeventig werkte hij in de jeugdzorg. In 2007 werd hij leidinggevende bij een kleuterdagverblijf in Heerlen, wat hij trots vertelde aan z’n vader. „Die brak en zei: jij hebt daar gezeten. Daarna begonnen mijn zussen hun herinneringen te delen. Niemand had er ooit over gepraat.”
Twee van de voormalige verzorgers zeggen de verhalen over klappen, vastbinden en eenzame opsluitingen die worden aangehaald in Tracé niet te herkennen. Ze denken vooral terug aan de schattige kindjes op de babyafdeling onder gestevende lakentjes, aan wandelingen in de buurt en andere uitjes. Eén geëmotioneerde voormalig begeleider doen de verhalen denken aan een van haar opleiders, die ooit zei: een kind is vaak beter af in een slecht gezin dan in het beste tehuis.
Een man in Tracé protesteert: „Ik ben dankbaar dat ik in het Sterrehuis terechtkwam.” Hij krijgt bijval van Partouns: „Ik heb veel gezien [bij mensen thuis]: tot aan peuters die in een reflex hun armpje boven het hoofd hielden uit angst voor klappen.” Volgens Partouns heeft de jeugdzorg afgelopen decennia een „professionaliseringsslag” gemaakt, maar hadden de verzorgenden in het Sterrehuis – uitzonderingen daargelaten – ook overwegend goede bedoelingen.
Los van het Sterrehuis-archief in wording lijken de erkenning en herkenning tijdens de bijeenkomst de voormalige bewoners en verzorgers goed te doen. En sommige puzzelstukjes vallen op hun plaats. Weinstock heeft in het Sterrehuis foto’s gemaakt van de kinderen die ze verzorgde. Haar album ligt al bij Tracé. Ze herkent iets in de ogen van Lagalante. Dat kleine jongetje op een van haar foto’s, is dat niet zijn jongere broertje? Lagalante kan het na één blik bevestigen, met een glimlach van oor tot oor: „Hij heeft helemaal geen herinneringen meer aan het Sterrehuis. Maar dit zal hij mooi vinden.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie