Home

Een mensenleven is minder waard dan het belijden van het juiste geloof

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Een half jaar geleden stond in de Volkskrant een reportage over het gebrek aan dominees dat de Nederlandse kerken teistert door de toenemende secularisatie. Zo zit in Friesland de protestantse tweelinggemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga al enige tijd zonder predikant. Advertenties en andersoortige oproepen hebben niets opgeleverd. De pastorie van de Johannestjerke te Oppenhuizen is bovendien verkocht en wordt tegenwoordig particulier bewoond. Ik vond dat het een rijksmonument is uit 1866, gelegen ‘op een fraai, oorspronkelijk door bomen omgeven perceel, aan het vaarwater It Ges’.

Dat triggerde mijn fantasie en enigszins baldadig schreef ik dat ik de roeping als dominee te Oppenhuizen graag zou willen vervullen, tenminste als de huidige bewoners van de pastorie bij tijd en wijle willen inschikken, zodat ik mij in alle rust kan voorbereiden op mijn wekelijkse preek. Niet lang daarna ontving ik een uitnodiging om als gast te komen preken en toen kon ik niet natuurlijk niet meer terug.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Afgelopen weekeinde was het zover en reden mijn geliefde en ik naar Oppenhuizen, dat vlak bij Sneek ligt. Daar werden wij met alle egards ontvangen door de voorzitter van de gemeente, mevrouw Bouma-Valkenburg. Uiteraard begon ons bezoek in de pastorie, waar we door de nieuwe bewoners – een jong gezin – werden onthaald op koffie en cake. De verbouwing was nog niet helemaal voltooid, maar mocht ik ooit de behoefte gevoelen om in contemplatie te werken aan een preek dan was de voorkamer altijd beschikbaar.

Op zondagmorgen vervoegden wij ons bij de Johannestjerke, die langzaam vol begon te lopen. Het viel op dat de kerk zich vulde van achter naar voren, zodat uiteindelijk de voorste drie rijen leeg bleven. Het voelde een beetje alsof de kerkgangers bang waren dat ik ze zou bijten, wat ik niet van plan was. Mogelijk speelde mee dat ik was aangekondigd als iemand die vanuit een atheïstisch perspectief naar de christelijke wereld kijkt.

Als thema had ik het klassieke Bijbelverhaal van Daniël in de leeuwenkuil gekozen. Dat is het altijd actuele verhaal van de ongewenste vreemdeling, die wordt verlinkt en vervolgens met de dood bestraft. Anders dan zijn belagers aanbad Daniël gelukkig de ware God en die snelde hem te hulp door de muilen van de leeuwen te sluiten. Daarop zag koning Darius, die Daniël in de kuil had laten gooien, zijn dwaling in en liet hij hem bevrijden.

Tot zover kennen de meesten het verhaal, maar de Bijbel gaat nog even verder. Daniëls vijanden beweerden namelijk dat hij niet was opgegeten omdat de leeuwen geen honger hadden. Om de proef op te som te nemen liet Darius daarop Daniëls vijanden oppakken en liet hij hen – plus al hun vrouwen en kinderen, naar het schijnt 244 in getal – in de kuil werpen.

‘En zij werden allen aan stukken gescheurd. Zelfs hun beenderen werden vermorzeld’, staat er.

In mijn preek wilde ik vooral even stilstaan bij het lot van die schuldeloze vrouwen en kinderen die in de leeuwenkuil zijn gekieperd om het juiste Godsgeloof van Daniël aan te tonen. Nergens in de Schrift blijkt enig mededogen met deze ongelukkigen, noch van de kant van Daniël, noch van God zelf. Een mensenleven is dus eigenlijk minder waard dan het belijden van het juiste geloof. Daarmee is dit verhaal zelfs wreder dan dat in Genesis 22, waarin Abraham van God de opdracht krijgt om zijn zoon Isaak te offeren.

Een preek mag niet te lang duren, want Gods woord moet boeiend blijven. Na de preek was er orgelspel, gezang en gebed. In de nazit vroeg iemand hoe groot het verschil is tussen een christen en een atheïst. Mijn antwoord vervat een oud argument: ‘Naar schatting worden op deze aarde zo’n honderdduizend verschillende goden aanbeden. Een atheïst gelooft in geen enkele van die honderdduizend. Een christen gelooft slechts in één (1) daarvan en in al die 99.999 andere goden niet. Zo bezien is het verschil niet groot.’

In de middag namen wij met wederzijdse voldoening afscheid. Nauwelijks op weg passeerden wij tot onze verrassing Blauwhuis, het dorp waar het graf ligt dat Gerard Reve heeft geïnspireerd tot een van zijn mooiste gedichten. De slotregels kunt u vast wel: ‘Gij, die koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om./ Gij weet waarom het is, ik niet./ Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’

Even later staan wij tegenover de Vituskerk, een enorm gebedshuis voor zo’n klein dorp. Reve, Teigetje en Woelrat kwamen hier regelmatig. Bij het kerkhof staat een prikbordhuisje, waarin de jongen uit Reves gedicht een naam krijgt en een geschiedenis. Alleen is het graf geruimd en ligt de lieve jongen intussen op het ereveld Loenen bij Apeldoorn. Jammer. Hij weet waarom, ik niet.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next