Stikstofplannen Het kabinet kwam deze dinsdag met een praktische uitwerking van het eigen stikstofplan. Provincies krijgen ruimte om met eigen ideeën te komen, maar de maatregelen die boeren pijn doen blijven overeind. „Van boeren vragen we veel”, zegt de minister.
Een omgekeerde vlag op een boerderij. Boeren protesteren sinds de zomer op diverse manieren tegen het stikstofplan van landbouwminister Jaimi van Essen.
Aan de randen van de Veluwe in Gelderland, op het afgegraven hoogveen van de Peel in Brabant, bij de rietlanden van de Alde Feanen in Friesland: bij elke nieuwe stap die het kabinet zet in het stikstofbeleid, checken boeren meteen hun telefoon. Allemaal met dezelfde vraag: wat staat ons te wachten?
Deze dinsdagmiddag kwam een belangrijk deel van het antwoord. Minister Jaimi van Essen (Landbouw en Natuur, D66) publiceerde een eerste praktische uitwerking van het grote stikstofplan dat in de zomer werd gepresenteerd. Op het eerste gezicht is er goed nieuws voor boeren, al is dat relatief.
Zones met heel strenge stikstofregels die het kabinet wilde aanleggen rond beschermde natuurgebieden, worden minder strikt ingevuld. Zo kunnen de ‘vaste afstanden’ van 500 tot 1.000 meter per gebied worden losgelaten en mogen provincies die zelf invullen, zolang de uitstootvermindering intact blijft. Het gaat om ongeveer honderd gebieden. Provincies krijgen tot 1 september 2028 om met een plan te komen.
Als dat niet lukt, dan grijpt het Rijk in met eigen, strenge regels. In de zones zou dan bijvoorbeeld een norm worden gesteld van anderhalve koe per hectare – veel strenger dan in de rest van het land -, striktere regels over gewasbescherming en er mag veel minder mest worden gebruikt. „In de zones blijft boeren mogelijk. Wel anders”, zegt Van Essen.
Het kabinet wil daarnaast sneller dan beoogd weer vergunningverlening mogelijk maken voor ‘kleine stikstofuitstoters’ door de zogenoemde ‘rekenkundige ondergrens’ eerder op te hogen. Voor veel boeren zal daardoor de bouw of modernisering van stallen spoediger mogelijk worden. Ook zullen PAS-melders, een groep van zo’n 1.800 boeren die door toedoen van de overheid al jaren zonder natuurvergunning zit, met de nieuwe plannen mogelijk sneller worden gelegaliseerd. Hoe precies, moet nog worden bepaald.
De brief kan worden gezien als een flinke stap in een dossier dat al sinds 2019 vastzit. Toen oordeelde de Raad van State dat de overheid meer moest doen aan natuurherstel en dat geen gram stikstof extra uitgestoten mocht worden. Daardoor kwamen bouw- en infrastructuurprojecten stil te liggen en kregen boeren geen vergunningen meer om uit te breiden of te verduurzamen.
Een groot deel van de oplossing wordt bij boeren gezocht – landbouwbedrijven zorgen voor de meeste stikstofneerslag. Een plan met de contouren van deze grote stikstofaanpak werd eind juni bekendgemaakt. Agrariërs wisten vanaf dat moment dat zij in de toekomst veel minder stikstof mogen uitstoten (circa 45 procent vermindering in het algemeen), zeker nabij beschermde natuurgebieden (zo’n 65 procent minder). Ze wisten dat er ‘stikstofzones’ zouden komen rond Natura 2000-gebieden en dat er een strenger maximum komt aan het aantal dieren per hectare (2,6 buiten de ‘zones’).
Het leverde breed verzet op. Boerenbelangenorganisaties LTO en de club van jonge boeren NAJK besloten om met het kabinet in gesprek te blijven en distantiëren zich van actievoerende boeren, die het totale plan „van tafel” willen. Steeds weer zeiden LTO en NAJK dat ze iets zouden bereiken voor hun achterban.
De uitwerking van de plannen – die nu in een wet worden gevat – zou afgelopen vrijdag komen, maar door gesprekken met de twee boerenorganisaties koos de minister voor uitstel. Dat kon niet helemaal los worden gezien van de moeizame politieke gesprekken over het Belastingplan – ook dat kwam deze dinsdag naar buiten. Desondanks hebben LTO en NAJK inderdaad resultaat behaald: het plan is aangepast. Al wil dat niet zeggen dat het is afgezwakt.
Veel ruimte had het kabinet niet. Het Planbureau voor de Leefomgeving constateerde eerder dat de plannen nét voldoende zijn om de natuur voldoende te verbeteren. De toezeggingen zitten niet in de doelen zelf, maar slechts in de manier waarop. Ook Pro, cruciaal voor politieke steun, moest binnenboord worden gehouden. Die partij had al gezegd geen onsje minder te accepteren. Van Essen rekent op instemming van die partij, zegt hij: „Dit zijn geen afzwakkingen.”
Dus blijven de grote veranderingen – strenge uitstootnormen, minder koeien per hectare – overeind. Dat zijn twee zaken waarover boeren grote zorgen hebben. Halen ze de normen niet binnen negen jaar, dan komen ze in de problemen. De eerste resultaten moeten ze begin 2028 laten zien.
Zelfs de extra ruimte voor provincies in de ‘stikstofzones’ is niet helemaal nieuw. In juni was al duidelijk dat provincies een ‘omwisselbesluit’ konden aanvragen bij het ministerie. Als ze konden bewijzen dat het behalen van de stikstofvermindering mogelijk was met kleinere of mínder stikstofzones, dan zou het ministerie daar in meegaan. Ook het volledig schrappen van zones was al een optie. Verschillende provincies (Zeeland, Noord-Holland) lieten al weten voor kleinere zones te gaan.
Voor de plannen is in totaal 20 miljard euro beschikbaar, waarbij voor boeren grofweg deze keuzes overblijven: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen. Voor elke keuze zijn financiële regelingen beschikbaar. Dat veel boeren uiteindelijk zullen stoppen, al dan niet gewenst, blijkt uit het feit dat het kabinet voor ‘vrijwillige stoppersregelingen’ maar liefst 9 miljard euro heeft klaarliggen.
Al met al hoopt het kabinet dat boeren zelf verantwoordelijkheid nemen om samen met lokale overheden en natuurorganisaties te kijken hoe ze hun uitstoot kunnen verminderen. Het kabinet ziet dat als een vorm van autonomie, die ook de energie moet wegnemen uit het ‘protestfront’. Of boeren dat zelf zo wegen, moet blijken. LTO meldt in een eerste reactie dat „fundamentele bezwaren nog niet zijn weggenomen” en dat veel van de uitwerking afhangt. „Het is minder slecht, maar nog niet genoeg.”
„Van boeren vragen we veel”, zegt minister Van Essen. „Maar dat doen we met realisme en beleid dat aansluit op de praktijk. Wie nu begint, staat er niet alleen voor.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie