is columnist voor de Volkskrant
Het gekke aan een dieet van slecht nieuws is dat je er zo aan gewend raakt dat je bij goed nieuws ineens denkt: huh, goed nieuws? Dat kan toch helemaal niet?
Ik merkte dat bij het terugkijken van de acceptance speeches van allerlei welbespraakte, grappige en slimme Democraten na de midterms in Amerika. De een was gay en bedankte zijn man die gewoon recht naast hem stond, de volgende inheems Amerikaans, de volgende moslim, de volgende zwart en vrouw, toen weer een inheemse Amerikaan, en steeds dacht ik: en het volgende clipje is van een of andere gruwelijke domme engerd die alle hiervoor vertegenwoordigde groepen diep haat.
En dat kwam dan niet!
Mijn favoriete moment is nu Abdul El-Sayed die zich in zijn speech even op JD Vance richt en zegt: ‘JD, habibi.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En ik moet bij al dat slechte en nu toch goede nieuws altijd denken aan mijn zus in het verre Amerika. Ooit was ik best jaloers dat zij daar woonde, in haar white picket fence-huis met twee grote ijskasten in een buitenwijk van Boston, waar de seizoenen zo lekker aanwezig zijn en ze de ene block party na de andere organiseerde. Later werd dat gevoel wat matter, totdat ik haar begon te vragen of ze niet eens moest terugkeren naar het moedercontinent.
Talloze Amerikanen, las ik overal, emigreerden inmiddels naar plekken als Lissabon en Haarlem, alwaar zij een heerlijk leven leidden. Waarom mijn zus dan niet, met haar Nederlandse paspoort dat al die jaren trouw in haar laatje had gelegen?
Omdat ze, uiteraard, haar hele leven had opgebouwd in dat gekke malle land. Al haar vrienden, haar regenboogfamilie, haar werk, buren, block. En inmiddels ook, als een soort dagtaak, haar protesten, demonstraties, T-shirts met leuzen.
Ze woont dan wel in een van de progressiever denkende steden van Amerika, maar als lid van de regenboogfamilie heb je in tijden van Trump heus last van zijn beleid, en je hoeft niet zelf last te hebben van beleid om het namens anderen heel erg te vinden.
Dus liep ze elke week weer in een andere mars, ligt ze al jaren ’s nachts wakker van de stress, ziet ze op de school waar ze werkt queer, transgender en immigrantenkinderen onder de narigheid bezwijken.
Ik dacht ook terug aan mijn eigen jaren in Amerika: de inheemse vriendin die in de lift van onze universiteit regelmatig bespuugd en geduwd werd, de zwarte vriend die alleen aan die universiteit mocht blijven studeren als hij veel hogere cijfers haalde dan de anderen en zo zijn beurs zeker stelde, het casual racisme waarmee mijn eigen vrienden spraken over de bewoners van het reservaat voor inheemse Amerikanen in de buurt. (Reservaat!)
Mijn zus appte de ochtend na de midterms maar één woord: ‘Control’.
Source: Volkskrant