Home

Het affiche PSV - Club Brugge doet terugdenken aan de hoogtijdagen van het Nederlandse en Belgische clubvoetbal

Woensdag speelt PSV tegen Club Brugge in de Champions League. Deze strijd tussen de kampioenen van Nederland en België roept herinneringen op aan het roemrijke verleden van Nederlandse en Belgische clubs in Europese competities.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Verhuizen van het uiterste noorden van Nederland naar het warme hart van België was een wereldreis vroeger, zelfs voor een topspits. Zevenenhalf uur rijden, zonder file. Zo lang duurde de rit van Winschoten naar Brussel, waar topspits Jan Mulder (81) in 1965 bij Anderlecht tekende. Het was een avontuur op zich, nog voordat de aftrap was genomen. ‘Bij Utrecht lag een stukje snelweg van vijf kilometer. Dan door Breda. Over B-wegen. België in. Wuustwezel. Voor Brussel zag je het gerechtsgebouw in aanbouw.’

De getalenteerde aanvaller Mulder vertrok van WVV in Winschoten in de provincie Groningen naar Anderlecht, de sjieke, monumentale club van België. Een topclub destijds, gaandeweg ook in Europees opzicht. Hij sloeg Ajax vooralsnog gewoon over. Dat was al gedurfd genoeg.

Linksbuiten Rob Rensenbrink ging ook al in zijn topjaren naar België. Eerst naar Club Brugge, later ook naar Anderlecht. België was een beloofd land voor Nederlandse topvoetballers, ook in financieel opzicht. Niemand twijfelde over België.

België, en Nederland nog meer, waren onderweg naar de absolute top van het voetbal. Anderlecht, Club Brugge, RWDM, Standard Luik, KV Mechelen iets later. Feyenoord, Ajax, PSV, AZ, FC Twente. Zeker omdat het heden schraal is, zijn de herinneringen aan die glorieuze Europese tijden voor eeuwig, met 1988 als kroonjaar van Nederlands en Belgisch succes.

‘Elke dag’, zegt een andere oud-spits, Piet den Boer (68) van KV Mechelen, op de vraag hoe vaak hij denkt aan zijn beslissende doelpunt in de finale van de toenmalige Europa Cup II, toernooi voor bekerwinnaars, tussen Ajax en KV Mechelen op 11 mei 1988 in Straatsburg.

PSV won in hetzelfde jaar de toenmalige Europa Cup voor landskampioenen, de huidige Champions League. Bij Mechelen was Hagenaar Aad de Mos trainer en speelde een contingent Nederlandse profs, onder wie Piet den Boer en Erwin Koeman. Ze versloegen PSV later (gespeeld in 1989) in de onderlinge strijd om de Europese Super Cup. En Oranje won in 1988 de EK-titel voor landen.

Andere tijden

De huidige PSV-trainer Peter Bosz was destijds prof in binnen- en buitenland. ‘Dat waren tijden waarin PSV Ronaldo en Romário naar Nederland kon halen, later absolute topvoetballers. Dat is nu niet onmogelijk, maar wel veel moeilijker. Het heeft met geld te maken.’ Woensdag, in deze totaal andere tijden, ontvangt de Nederlandse kampioen PSV de Belgische titelhouder Club Brugge in de Champions League.

Een mooi affiche, met Brugge als lichte favoriet. België is door de jaren heen beter gebleken in onderlinge duels, zo weet het bureau Stats Perform. De laatste drie onderlinge wedstrijden zijn zelfs gewonnen door Belgische clubs.

Union Saint-Gilloise versloeg vorig jaar PSV en won een seizoen eerder in Amsterdam van Ajax in het tweede duel van de tussenronde in de Europa League (Ajax ging overigens door naar de achtste finales door een ruimere zege in de eerste wedstrijd). FC Utrecht verloor vorig seizoen van Racing Genk.

Nederland en België zijn alleen niet meer zo toonaangevend als decennia geleden, waardoor de rivaliteit van een andere orde is. Het is al lang geleden dat een club uit een van de twee landen een Europese beker won. Feyenoord in 2002, KV Mechelen in 1988.

Bosz noemt Club Brugge een goede, interessante tegenstander, en denkt dat Nederland en België subtoppers blijven, met landen als Turkije en Portugal. ‘We zijn te klein om tot de top te behoren. We zullen onze beste spelers moeten blijven verkopen.

‘Wat punten voor de Europese ranglijst betreft zijn we ook afhankelijk van clubs in de Conference League. Daarin is het makkelijker punten halen. Maar België en Nederland zullen altijd goede jeugdspelers blijven voortbrengen. Beide landen zijn voetbalgek. Jongetjes gaan op voetbal.’

Overal is voetbal

Dat is altijd zo geweest. Overal is voetbal. Waarom Piet den Boer elke dag nog wel iets hoort over zijn doelpunt in Straatsburg? ‘Ik woon in Mechelen.’ Hij bleef in de stad tussen Antwerpen en Brussel waar hij succes beleefde. Hij woont letterlijk in zijn herinneringen, al doet hij meer dan zwijmelen. Hij zit onder meer in de gemeenteraad van Mechelen, als onafhankelijk lid. Voetbal heeft hem veel gebracht, en hij geeft graag iets terug.

Den Boer was onlangs mee met een konvooi van hulpgoederen naar Lviv, in Oekraïne, en het leed van de oorlog raakte hem zo diep dat hij de plaatselijke profclub Karpaty inviteerde om tegen KV Mechelen te voetballen, in het stadion waar hij glorieerde.

De opbrengst was 56 duizend euro, bestemd voor een tehuis voor teruggekeerde, vaak gemartelde krijgsgevangenen. ‘Op zulke momenten sta je met twee voeten in de harde waarheid. Voetbal is belangrijk, maar met mijn bekende kop kan ik meer betekenen, zoals een glimlach op een gezicht toveren.’

Alles dankzij dat grote, rijke verleden in het voetbal, met die ene wedstrijd als hoogtepunt. KV Mechelen - Ajax. Voorzet Eli Ohana, kopbal Piet den Boer. Een duel dat paste in de rivaliteit van toen tussen Nederland en België. De derby’s der Lage Landen waren legendarisch. Dat is niet meer zo, nu elk land een interland of vijftien per jaar speelt.

Geld heeft alles veranderd

Geld heeft alles veranderd in het clubvoetbal. Met name door het Bosman-arrest in 1995, waardoor de grenzen werden geopend en het transfersysteem veranderde. In commercieel opzicht explodeerde de uitbating van het voetbal. Grote clubs zijn nu verzamelplaatsen van topspelers uit alle landen. Voor Nederland en België bleef een rol over als opleidingslanden.

Den Boer ziet een voorzichtige kentering. ‘Club Brugge en PSV doen opnieuw mee aan de Champions League. Als ze twee, drie jaar op rij deelnemen, verdienen ze veel geld en kunnen ze iets dichter bij de echte top komen. Ze kunnen ook goede spelers kopen.’

Nee, niet zulke topspelers als Real Madrid, Barcelona of Manchester City, maar toch. Bosz: ‘De structuur van PSV zit goed in elkaar. Die is simpel en direct, met korte lijnen, ten opzichte van Ajax en Feyenoord, waar ik ook heb gewerkt.’

Mulder kan melancholisch zijn over oude tijden. Van zijn grote elftal van Anderlecht zijn niet veel spelers meer in leven. Dat Nederland en België in hetzelfde jaar een Europa Cup winnen, zoals in 1988, ‘dat is echt voorbij’. Maar hij schaart zich niet onder de critici die vroeger alles beter vonden. Integendeel. ‘In de Champions League zie je de ene na de andere fantastische wedstrijd, met uitslagen als 4-3. Paris Saint-Germain, Bayern München of Barcelona halen een geweldig niveau.’

Voorspelbaarheid

Tegelijkertijd is de afloop van het toernooi redelijk voorspelbaar, door de concentratie van kwaliteit en geld bij een relatief beperkt aantal clubs. ‘De Super League waarover grote clubs soms praten, bestaat allang. Manchester City was vroeger een mooie club op een lager niveau.’ Nu is City een rijke club met een Arabische eigenaar op Engels grondgebied.

Mulder ziet goede ploegen uit België en Nederland. Het is ‘raadselachtig en niet te geloven hoe goed Union Saint-Gilloise blijft presteren, als club met zo’n klein stadion. Dat gebeurt mede dankzij een slim aan- en verkoopbeleid. Ze halen bij wijze van spreken een speler uit de tweede divisie van Zwitserland en verkopen hem voor 20 miljoen aan Stuttgart.’ Tot zijn spijt heeft Union in Brussel de rol van Anderlecht overgenomen, als het om topvoetbal gaat.

Mulder volgt het voetbal nog op de voet. PSV heeft vier punten uit drie duels in de Champions League, Club Brugge zes, onder meer door een spectaculaire zege op Internazionale, in Milaan (3-4): ‘Ik wil PSV alvast waarschuwen voor Nicolò Tresoldi. Dat is echt een goede spits. Hij is een leuke, sympathieke speler bovendien.’ Tresoldi, een geboren Italiaan, maakte er drie tegen Inter.

Anderlecht boven Arsenal

Arsenal loert op Tresoldi, maar die bleef na een uitstekend seizoen in Brugge. Mulder: ‘Ik voetbalde met Anderlecht eens tegen Arsenal. Ik geloof dat ze interesse toonden, maar dat heb ik destijds niet gehoord van de club. Als ik het wel had gehoord, had ik het misschien alsnog niet gedaan. Nu moet je al gauw in Engeland zijn als voetballer, maar dat was toen niet aan de orde. Ik was met grote trots speler van Anderlecht.’

Mulder laat deze week een shirt uit zijn tijd veilen, uit het seizoen 1971-1972 waarin hij weer een landstitel won met Anderlecht. Plus een shirt waarmee hij een van zijn vijf interlands speelde. Tegen België natuurlijk. Zoon Youri vond de tenues op zolder. Vader kan er makkelijk afstand van doen.

Mulder: ‘Ik moet er niet aan denken dat mijn achterkleinkinderen straks op zolder een shirt van Anderlecht vinden van hun oeropa, dat ze zich op het hoofd krabben en zich afvragen wat voor website dat is, Anderlecht.’

Met dank aan Guus Peters.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next