Het Haarlemse Museum van de Geest zet met de groots aangepakte tentoonstelling 150 jaar outsiderkunst in Nederland kunstenaars in het licht die er in het reguliere circuit moeilijk tussenkomen. Terwijl er zó veel valt te ontdekken.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Twee jaar geleden stond de toekomst van het Haarlemse Museum van de Geest op losse schroeven. Het museum over geestelijke gezondheid had sinds de coronacrisis grote schulden. Een crowdfundingcampagne en noodsteun van de gemeente Haarlem redden het museum eind 2024.
En nu is er een lichtpuntje. Of beter: een hoogtepunt. De uitgebreide tentoonstelling 150 jaar outsiderkunst in Nederland aan de Grote Markt in Haarlem markeert een nieuwe stap.
Sinds begin dit jaar beheert het museum namelijk de kunstwerken van Stichting de Stadshof, een van de belangrijkste collecties van outsiderkunst en naïeve kunst. Ooit had de collectie een eigen museum in Zwolle (in de voormalige rechtbank, waar nu Museum de Fundatie is).
Uit de spectaculaire aanwas van 5.000 Stadshof-kunstwerken plus 2.000 kunstwerken uit de eigen collectie is in Haarlem een fijne en volle tentoonstelling samengesteld. Die laat zich bezoeken als een spoedcursus outsider art, geperst in twee lijvige hoofdstukken die samen 157 werken bevatten.
Er valt hier veel te ontdekken. Soms zijn het de knalkleuren die direct aanspreken, een andere keer is een titel aangrijpend (Ik vind de zomer eng heet een schilderij), verrast het onderwerp (een bruid en bruidegom op schapen bijvoorbeeld) of de techniek (figuren van versleten autobanden).
Outsiderkunst is een verzamelnaam voor kunst die buiten het reguliere circuit tot stand komt, thuis, of in een zorgatelier. Vaak gaat het om autodidactische kunstenaars met een fysieke of verstandelijke beperking bijvoorbeeld, of met een fysieke of mentale ziekte. Voor dit werk is zowel vanuit de zorg als vanuit de kunst aandacht.
Deels gaat het om werken van anonieme makers, deels zijn het inmiddels in de internationale kunst bekende namen. Het zwaartepunt ligt bij Nederlandse makers, maar er zijn ook werken uit Japan en de VS te zien. Het geheel is kleurrijk, vol en divers: van schilderkunst tot origami.
Het eerste deel van de tentoonstelling is historisch ingericht, met ook boekwerken als Bildnerei der Geisteskranken van de Duitse psychiater en kunsthistoricus Hans Prinzhorn (1886-1933), die kunstwerken verzamelde uit psychiatrische inrichtingen. De laatste zaal laat recente kunst zien, thematisch gerangschikt op inspiratiebronnen van de makers, zoals fantasiewezens, het lichaam en architectuur.
De term ‘outsiderkunst’ is omstreden, omdat het hier niet gaat om een kunststroming, maar om individuele kunstenaars die door anderen zo worden genoemd. De nadruk ligt daarbij op hun afwijken: geen insiders, maar outsiders.
Recentelijk klinkt vaker de roep om de term af te schaffen, omdat die stigmatiserend zou zijn. Sommigen geven de voorkeur aan de Franse term ‘art brut’, wat letterlijk betekent ‘ruwe kunst’, een term gemunt door liefhebber en kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985).
Anderen zijn helemaal voor afschaffing van hokjes, zoals psychiater Lilian Kuipers. Zij stelde in 2022 in een opiniestuk in Trouw dat we met vage criteria als ‘pure expressie’ en ‘psychisch lijden’ net zo goed (of dus net zo kwaad) grootheden als Yayoi Kusama, Vincent van Gogh, Edvard Munch en Mark Rothko als outsiderkunstenaars kunnen bestempelen. Kuipers: ‘De term outsider art is niet inclusief en plaatst de makers buiten de groep, waardoor hun kunst onvoldoende gewaardeerd wordt.’
Aan de scheidslijn tussen in- en outsider wordt ook in tentoonstellingen gemorreld. Zo was werk van de Japanse keramist Shinichi Sawada (44), wiens werk ook in Haarlem wordt tentoongesteld, in 2013 te zien op de prestigieuze Biënnale van Venetië. En vorig jaar won Nnena Kalu (60), die haar kunstwerken van textiel in een zorgatelier maakt, de Turner Prize, de belangrijkste Britse kunstprijs. De juryvoorzitter had het over de ‘val van de muur’ tussen kunstenaars met en zonder een beperking.
In het Haarlemse museum is ook uitvoerig (‘uitentreuren’, laat een betrokkene zich ontvallen) over de term gediscussieerd. Maar men kwam er niet uit. Museumdirecteur Marije Kool: ‘Het is, ondanks de terechte kritiek, wel de bekende term voor deze kunst.’ Deze kunstwerken zijn ook grotendeels onder deze of een soortgelijke noemer verzameld, de meeste zijn voor de ‘kunstwereld’ onbekend. Kool: ‘We geven het podium aan een groep kunstenaars die dat echt verdienen, maar er eigenlijk niet tussenkomen.’
Daarom is naar een manier gezocht om de term outsider te gebruiken én te bekritiseren. In de tentoonstellingstitel is het woord ‘outsider’ doorgestreept. Bezoekers worden uitgenodigd dat ook te doen, op een grote poster. Een zaaltekst: ‘Het woord ‘outsider’ plaatst kunstenaars buiten de gevestigde kunstwereld. Wij zetten daarom een streep door ‘outsider’. Want kunst laat zich helemaal niet netjes indelen.’
In het tentoonstellingsboekje is te lezen hoe Arthur Prins, een van de exposerende kunstenaars, over de term ‘outsiderkunst’ denkt: ‘De gemeenschappelijkheid van deze kunstenaars zit niet in gedeelde principes, maar in de gemeenschappelijkheid van een situatie waarin ze verkeren. Het zijn lotgenoten.’ En toch herkent hij een gedeelde beeldtaal: ‘(...) bepaalde oplossingen of stijlkenmerken die je in al die werken, hoe verschillend ze ook zijn, terug kunt zien. Dat komt door de bepaalde bedrading die je hebt.’
In materiaalkeuze zijn deze makers vaak afhankelijk van wat voor handen is of wordt aangeboden, er is bijvoorbeeld kunst op karton, op een fruitdoos en op hout. Een zorg van het museum: werken die zijn gemaakt met viltstift. Curator Lotte Tieleman, een van de samenstellers van de tentoonstelling: ‘Dat is heel moeilijk te bewaren, want de kleuren worden steeds lichter, ze vervagen.’ Maar het kan nog ingewikkelder: een kunstenaar vouwde dieren van eikenbladeren, kwetsbaarder kan haast niet.
Kunst is sinds 2008 een belangrijke pijler van Museum van de Geest, dat in het historische Dolhuys is gevestigd. Daar werden sinds de 16de eeuw mensen die geestelijk ziek waren verzorgd. Hans Looijen, de vorige directeur, vond dat in de geschiedenis van de psychiatrie beeldende kunst een prominentere plek verdiende.
Eerst werden exposities in het Haarlemse museum georganiseerd en in 2016 opende in Amsterdam het Outsider Art Museum, een dependance in wat toen nog de Hermitage heette. Het museum verzamelt al meer dan vijftien jaar kunst en het motto luidt: ‘Met kunst en cultuur maken we mentale gezondheid bespreekbaar.’
Toch heeft het museum de Amsterdamse expositieruimte in april gesloten. Vanwege teruglopende bezoekersaantallen was de huur niet langer te betalen. Dat de expositieruimte zich bevond in een museum dat na de Russische inval van Oekraïne een tijd was gesloten en zich opnieuw moest uitvinden (de Hermitage werd Hart Museum) heeft voor Museum van de Geest niet geholpen. Nu is het plan om ‘volledig te wortelen in Haarlem’, zoals directeur Kool het zegt.
Ondertussen werkt het museum nog hard om de financiën op orde te krijgen. Kool: ‘We komen uit een financieel diep dal.’ Een van de moeilijkheden: het museum is moeilijk te categoriseren. Kool: ‘Het is heel ingewikkeld om op het snijvlak van kunst en zorg te opereren.’ Zorginstellingen hebben het museum helpen oprichten. ‘We zijn geen gemeentelijk museum, geen rijksmuseum en ook geen privaat museum.’
Meer kunst aankopen zit er voorlopig even niet in. Maar plannen zijn er volop, ook met de collectie. Marije Kool wil op termijn een tournee met topstukken langs Nederlandse musea organiseren: ‘Dan kunnen we combinaties maken van zogenaamde ‘outsiders’ en insiders. Om de grenzen uit te dagen.’
Hans Poolman schilderde cartooneske scènes op karton, zoals deze: een straatscène bij lantaarnlicht met twee mensen die elkaar omhelzen. De pikante titel, die in grote letters op het karton staat, is Tochtig hoekje.
Poolman (1923-1971) was een van de kunstenaars die werkten in Hulp en heil, een creatief atelier bij een psychiatrisch ziekenhuis in Leidschendam. Dat werd geleid door psychiater Johannes Herbert Plokker, die Poolmans werk verzamelde en beschreef in zijn boek Geschonden beeld, over kunst van psychiatrische patiënten. Op de voorkant van dat boek prijkt ook een schilderij van Poolman, van een gezichtloze vrouw. Plokker herkende daarin ‘de eenzaamheid en verlorenheid van de schizophrenie-lijder’ en schreef: ‘Geen verbale beschrijving zal op zo’n geserreerde wijze het lijden van de geesteszieke kunnen weergeven.’ Of dat Poolmans bedoeling was, is niet duidelijk.
Siebe Wiemer Glastra maakte dit laatste avondmaal met felgekleurd garen. Jezus houdt gemoedelijk zijn hand op, de tafel is gevuld. Het hele kunstwerk (205 bij 105 centimeter) is gevuld met geometrische vormen, voorstellingen en figuren. Ook zijn er spiegeltjes in verwerkt, net als een stukje uit de Bijbel.
Het cv van Glastra (1910-1973) spreekt tot de verbeelding: niet alleen was hij doodskistenmaker, ponytaxikoetsier, bloemist en lijstenmaker, hij werkte ook in een kauwgomfabriek en runde een zogenaamde ‘kattenbakcentrale’. Eind jaren vijftig kreeg hij de overtuiging dat hij paranormaal begaafd was en breidde hij zijn werkveld uit als helderziende en magnetiseur. ‘In opdracht van God’ maakte hij ook schilderijen en noemde zich ‘de koning-schilder der schilders’. Toen zijn partner de geur van olieverf zat was, begon hij te borduren.
Met kleurpotlood tekende Marieke Romeijn een zeezicht met, zo lijkt het, twee abstracte stralende oranje zonnen. Op de voorgrond, op het strand zijn kleurvlakjes te zien. Handdoekjes? Een windscherm? Of gewoon iets moois?
Romeijn (61) werkt in Atelier ’t Rondeel in Wijk bij Duurstede. Ze kiest vaak voor zachte kleuren en geometrische patronen, die doen denken aan de stijl van Gustav Klimt. Ook tekent ze graag vrouwen. Inspiratie haalt ze uit tijdschriften en kunstboeken. In 2019 was ze genomineerd voor een Special Art Award.
Met talloze parallelle potloodlijnen weet Jannemiek Tukker in dit angstaanjagende portret diepte te suggereren. De ogen en neus lijken uit te puilen. De titel suggereert een zelfportret met twijfel: Wie ben ik.
Tukker (61) ging naar de kunstacademie in Breda en Enschede, daar leerde ze ruimtelijk werk te maken. Toch is ze vooral bekend geworden met 2D-kunst: tekeningen en schilderijen die ze in binnen- en buitenland exposeert. Ze kiest thema’s en beelden uit haar eigen leven. In mei liet ze twee grote kunstwerken zien op de Art Brut Biënnale in Hengelo, waarop ze had geborduurd. Tukker vertelde toen: ‘Mijn werk is niet therapeutisch, maar wel een noodzakelijke handeling vanuit een bewogen innerlijk.’
Een drieluik met een ‘zwarte Jezus’, die de vermoorde rapper 2Pac (1971-1996) voorstelt. Geweren, schedels en zwarte heiligen zijn ook te zien. De achterkant van dit houten drieluik is wit en ook daarop wordt in tekeningen 2Pac herdacht.
Desmond Tjonakoy (33) is een rijzende ster. Hij werkt liefst met potlood en fineliner in het atelier van Bijzonder Amsterdams en van Outsider Art Galerie. Zijn kunst was onder meer te zien in Wuhan (China), Brighton (Verenigd Koninkrijk), München en Den Haag. Inspiratie haalt hij uit religie, rapcultuur en superhelden. Op initiatief van straatmodemerk Outsiderwear werkte hij samen met modemerk Patta. Bovendien experimenteert Tjonakoy met stop-motionanimatie.
Maurits Sterkenburg maakt vrolijke fantasiewezens van wol. Hij noemt deze kunstvorm ‘kolozaïk’, een samenstelling van ‘kolos’ en ‘mozaïek’ (vanwege de veelkleurigheid).
Sterkenburg (38) maakt ook gedichten, tekeningen en schilderijen. Op zijn website beantwoordt hij twee vragen die hem ‘met grote regelmaat’ worden gesteld. Namelijk: ‘Zit er ijzerdraad in deze poppen (kolozaïk)? Antwoord: nee. Hoe maak je deze poppen dan? Kort antwoord: met mijn handen.’ Zijn interesse in figuren maken van wol ontstond al toen hij op jonge leeftijd met draadjes speelde: ‘Op een ongedwongen moment in een der dagen van de jaren negentig kreeg ik een te verknoopt draadje niet meer ontknoopt... Ik keek naar wat ik in mijn knuist had liggen. Ik ontdekte er een wezentje in.’
Outsider Art – 150 jaar outsiderkunst in Nederland, Museum van de Geest, pop-up in de Vleeshal, Haarlem, t/m oktober 2027.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant