Is het ethisch om een koe genetisch aan te passen zodat zij geen hoorns krijgt en dus ook geen pijnlijke onthoorning hoeft te ondergaan? Ja, vindt Leon Borgdorf.
Hij was nog niet helemáál vegan (wel vegetariër), maar in 2020 vond Leon Borgdorf het welletjes. Waarom bood de kantine van de University of Twente in Enschede zo weinig vegetarisch en vegan voedsel? Ja, er was net een vegetarisch food station geopend in het TechMedCentre op de campus, dat wel, maar waarom niet overal vegan opties?
Hij begon een petitie die al snel zeshonderd handtekeningen kreeg. Had het effect? Borgdorf nu, zes jaar later: „Eerlijk gezegd weet ik dat niet zo goed, het was vlak voor alles dicht ging door corona. Ik ben er ook al heel lang niet geweest. Maar je merkt dat vegan voor heel veel Nederlanders inmiddels een bekend begrip is geworden. Dat vind ik bemoedigend.” We zitten dan ook in een knusse, volledig vegan lunchroom in hartje Utrecht om over zijn proefschrift te praten.
Dat hij de uitkomst van de slag om de Twentse kantines niet meemaakte, heeft met dat proefschrift te maken. Borgdorf, die de Duitse nationaliteit heeft, kreeg na zijn master techniekfilosofie in Twente een promotieplaats in Utrecht, voor een onderwerp dat hem hevig interesseerde. Dat was de omgang met dieren in de bio-industrie en ethische manieren om die te verbeteren. „Ik ben vanaf mijn zestiende vegetariër. Ik was al tegen het doden van dieren maar toen zag ik aan andere mensen dat het een optie was om vegetarisch te leven. Die waren ook gewoon gezond. Als dat zo is, en je kunt dieren dan zoveel leed besparen, waarom zou je het dan niet doen?”
In Mercy, Moral Disengagement and Moral Foundations, waarop hij half oktober in Utrecht promoveerde, stelt Borgdorf dat genoomaanpassing met technieken als crispr-cas9 ethisch verantwoord ingezet kan worden als dat dieren ten goede komt. Zo zouden met die techniek koeien kunnen worden gefokt zonder hoorns (zodat het huidige onthoornen, om te voorkomen dat de koeien elkaar steken, onnodig wordt) of alleen vrouwelijke kippen worden geboren (mannelijke kuikens worden nu standaard vernietigd). „Het is maar één stap de berg op naar een diervriendelijke samenleving”, zegt Borgdorf, „maar als we die stap kunnen zetten moeten we het doen.”
Zulke genetische technieken zijn controversieel, ook onder dierethici. In die discipline is meer aandacht gekomen voor de intrinsieke waarde en integriteit van niet-menselijke dieren – die geschonden wordt door genetische ingrepen waar een dier geen toestemming voor kan geven. Borgdorf ziet dat bezwaar maar geeft de voorkeur aan een pragmatische benadering: „Het mooiste zou natuurlijk zijn als niemand meer dieren eet”, zegt hij, „maar daarop wachten is niet realistisch. Als je met nieuwe middelen iets kunt verbeteren, moet je dat niet nalaten.”
Waarom niet? Omdat het niet deugdzaam is. Dat is het tweede, ook opvallende aspect van zijn proefschrift. Borgdorf baseert zich niet op de meest gangbare benaderingen in de dierethiek zoals het benadrukken van dierenwelzijn of autonomie maar op deugdethiek waarin menselijke karaktervorming centraal staat. „Ik zeg niet nee tegen die andere benaderingen, maar dit was een gat in de literatuur en ik dacht, laat ik het nu eens over de mensen hebben. Waarom is het vanuit ons bezien niet goed als we zo met dieren omgaan?” Ook dat heeft een pragmatische kant: „Ik wil het spectrum aan argumenten verbreden en hoop dat ik zo meer mensen kan overtuigen.”
In het geding zijn de deugden ‘medelijden’ en vooral ‘genade’ (mercy). Die maken het mogelijk mee te leven met anderen, ook dieren, en ervan af te zien hen te doden of anderszins leed te berokkenen. Dat besef zit bij mensen diep, zegt Borgdorf. „De meeste mensen beseffen dat we slecht met dieren omgaan. Slachthuismedewerkers hebben niet voor niets vaker posttraumatische stressstoornissen, net als oorlogsveteranen. Wat ik doe is dus eigenlijk mensen eraan herinneren wat ze zélf vinden. Waarom handelen ze er dan niet naar? Ze denken tegen zichzelf in om hun gedrag te rechtvaardigen.”
Om dat te laten zien onderzocht Borgdorf in focusgroepen in Duitsland, Slovenië, Frankrijk en Nederland onder 70 respondenten hoe mensen hun vleesconsumptie en het doden van dieren rechtvaardigen. Dat gaat van morele argumenten (‘zo is de natuur nu eenmaal’) tot objectivering (‘dieren hebben geen gevoel’), eufemismen (‘de dieren hebben het best goed’), en victim blaming (‘ze zouden jou ook opeten’). Borgdorf: „Je ziet een cognitieve dissonantie tussen wat mensen vinden over dierenleed en hoe ze hun consumptie goedpraten. Waar het mij om gaat is het afleren van die dissonantie. Doe wat je eigenlijk goed vindt.”
Is dat niet een tikje paternalistisch? Lachend: „Je moet aan jezelf blijven werken, dat is het idee van deugdethiek.” Bovendien, zegt hij, ook in het beruchte Milgram-experiment (waarin proefpersonen werd gevraagd anderen met elektroshocks te martelen) was er een flinke groep, zeker zo’n 30 procent, die weigerde. „Mijn hoofdargument tegen die kritiek van paternalisme zou zijn dat ik niet zeg ‘doe wat ik goed vind’, maar ‘doe wat jij eigenlijk zélf goed vindt’.”
Stel dat zijn pleidooi voor genoomaanpassing ingang vindt, is hij dan niet bang dat hij de bio-industrie juist helpt te blijven bestaan? „Dat weten we niet, we hebben geen data of zulke ingrepen de acceptatie van de bio-industrie zouden verhogen. Intussen is het voorkómen van dierenleed in de industrie een morele taak die we nu al hebben, die mag je niet laten liggen. Het uiteindelijke doel blijft een fundamenteel andere omgang met dieren. Dat is de top van de berg.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie