Home

Verplicht rechters uit te leggen waarom een strafzitting achter gesloten deuren wordt gehouden, zeggen onderzoekers

Strafrecht Uit nieuw onderzoek blijkt dat rechters onvoldoende uitleggen waarom ze strafzittingen achter gesloten deuren laten behandelen. Een motiveringsplicht kan dit veranderen.

Een rechtszaal in de rechtbank in Den Haag.

Rechters motiveren onvoldoende waarom ze strafzaken achter gesloten deuren laten behandelen, terwijl het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat wel vereist. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

De onderzoekers adviseren een wettelijke motiveringsplicht in te stellen om rechters te dwingen in hun uitspraken toe te lichten welke belangen ze hebben gewogen alvorens te besluiten een zaak – geheel of gedeeltelijk – achter gesloten deuren te behandelen.

Aanleiding voor het onderzoek – uitgevoerd door de Vrije Universiteit – is een Kamerdebat uit 2024 over de mogelijkheden om ter bescherming van de privacy en veiligheid van slachtoffers meer rechtszaken achter gesloten deuren te houden. Die wens komt terug in het regeerakkoord van het kabinet-Jetten dat maatregelen belooft om zedenzaken met minderjarige slachtoffers sneller achter gesloten deuren te behandelen.

De openbaarheid van de rechtspraak is een kernbeginsel van de rechtsstaat en verankerd in zowel Nederlandse wetgeving als internationale verdragen. Openbaarheid draagt bij aan een eerlijk proces en beschermt procespartijen tegen rechtspraak zonder publieke controle en willekeur en partijdigheid van de rechter.

Nationale veiligheid

Tegen die zwaarwegende achtergrond waarschuwen de onderzoekers voor een algemene uitzondering op openbaarheid bij zedenzaken met minderjarige slachtoffers. Weliswaar is een uitzondering op het beginsel van openbaarheid mogelijk, maar alleen indien strikt noodzakelijk. Bijvoorbeeld als daarmee het belang van de openbare orde, nationale veiligheid, het privéleven van procespartijen of minderjarigen wordt gediend.

Daarvoor moet de rechter een belangenafweging maken. Daarbij ligt de lat hoog. Op grond van jurisprudentie van het EHRM dient een rechter ook minder verstrekkende maatregelen te overwegen, zoals de identiteit van slachtoffers afschermen door ze met een nummer aan te duiden. Ook dient de rechter duidelijk te motiveren waarom hij het belang van openbaarheid minder zwaar laat wegen.

Voor het onderzoek is gesproken met onder meer de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en (slachtoffer)advocaten. Ook probeerden de onderzoekers te achterhalen hoeveel zittingen achter gesloten deuren worden gehouden. Alleen stuitten ze op het probleem dat rechters hun besluit daartoe niet in de uitspraak hoeven op te nemen en dat de bijbehorende strafzaken ook niet verplicht gepubliceerd hoeven te worden in het uitsprakenregister van rechtspraak.nl.

Uiteindelijk vonden de onderzoekers via rechtspraak.nl in de periode van 2010 tot en met mei 2026 slechts 39 uitspraken waarin wél werd opgenomen dat verzocht was een zaak achter gesloten deuren te behandelen, of dat de rechter daartoe besloot. De meeste gevallen betroffen seksuele misdrijven tegen minderjarigen (negentien) en zware geweldsmisdrijven (twaalf). In slechts negen uitspraken werd duidelijk wat de rechter had overwogen om al dan niet de deuren te sluiten. Dit terwijl de rechter verplicht is een duidelijke, gemotiveerde belangenafweging te maken tussen openbaarheid en bijvoorbeeld het belang van openbare orde.

‘Veelal summier’

Een complicerende factor is dat de Nederlandse wet voorschrijft dat een beslissing om een strafzaak achter gesloten deuren te voeren in het proces-verbaal van de zitting moet worden opgenomen. De onderzoekers wijzen erop dat het proces-verbaal van zittingen niet gepubliceerd wordt. Ze constateren dat „ironisch genoeg” het besluit over openbaarheid zelf dus niet openbaar is. Het is voor het publiek dus „niet kenbaar noch controleerbaar” waarom de rechter tot zo’n vergaande beslissing kwam.

Dit probleem kan volgens de onderzoekers worden ondervangen met een wettelijke motiveringsplicht, waarmee het besluit in de uitspraak wordt opgenomen.

Van de 39 onderzochte uitspraken werd in 36 zaken besloten tot een geheel of gedeeltelijk besloten behandeling. In slechts een klein deel daarvan was uit de gepubliceerde uitspraak op te maken waarom de rechter daartoe besloot. Waar wel een motivering was opgenomen, was die volgens de onderzoekers „veelal summier”.

Een positieve uitzondering is de Amsterdamse zedenzaak tegen Robert M. die veroordeeld werd voor grootschalig kindermisbruik op een kinderdagverblijf. De rechtbank maakte duidelijk waarom delen van de zitting achter gesloten deuren plaatsvonden en waarom de bescherming van de privacy van de kinderen en hun ouders in dit geval zwaarder woog dan openbaarheid.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next